Verbintenissenrecht

Luchtvaart; EPGV; stelplicht; het is uitdrukkelijk niet de taak van de kantonrechter om zelfstandig in de…

Rechtbank Noord-Holland, 12 november 2025

Zaakgegevens

Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
12 november 2025
Datum publicatie
28 november 2025
Zaaknummer
11806906
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13929
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; EPGV; stelplicht; het is uitdrukkelijk niet de taak van de kantonrechter om zelfstandig in de stukken te zoeken naar een deugdelijke onderbouwing voor de verzochte (ticket)kosten

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11806906 \ CV FORM 25-4780

Uitspraakdatum: 12 november 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]

beiden wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen


de vennootschap naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);

  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 30 augustus 2024 moest vervoeren van Turnhouse Airport (Schotland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EZY7838 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom terugbetaling van de ticketprijzen van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.


3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 248,06, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder de vlucht vertraagd heeft uitgevoerd. Zij verzoeken terugbetaling van de ticketprijzen.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Met de vervoerder is de kantonrechter van oordeel dat de passagiers hun verzoek onvoldoende hebben onderbouwd. Bovendien is het uitdrukkelijk niet de taak van de kantonrechter om zelfstandig in de stukken te zoeken naar een deugdelijke onderbouwing voor de door hen verzochte (ticket)kosten. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.

4.3.

De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren.

4.4.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 8 van de Verordening.