Verbintenissenrecht
Werkzaamheden tuin zijn verricht dus in beginsel kosten verschuldigd. Schade in tuin en tegelpad onvoldoende…
Rechtbank Noord-Holland, 20 april 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:11769 · Rechtbank Noord-Holland · 20 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2022-11769
Zaakgegevens
Op 20 april 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 20 april 2022
- Datum publicatie
- 27 december 2022
- Zaaknummer
- 9408718
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2022:11769
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Werkzaamheden tuin zijn verricht dus in beginsel kosten verschuldigd. Schade in tuin en tegelpad onvoldoende onderbouwd. Rooien van wortels niet volledig uitgevoerd; 100 euro in mindering.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9408718 \ CV EXPL 21-5805
Uitspraakdatum: 20 april 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] h.o.d.n. Azalea Hoveniersbedrijf en Kwekerij
wonende en zaakdoende te [plaats 1]
eiser
verder te noemen: Azalea
gemachtigde: Geerlings & Hofstede (Amsterdam)
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1 Het procesverloop
Azalea heeft bij dagvaarding van 16 augustus 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
Op 22 maart 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
2 De feiten
Azalea is een hoveniersbedrijf. [gedaagde] heeft Azalea gevraagd om werkzaamheden te verrichten in haar tuin. Op 8 april 2021 heeft Azalea [gedaagde] een offerte verstrekt, waarmee [gedaagde] op 15 april 2021 akkoord is gegaan. Op de offerte staan als werkzaamheden:
* het wegzagen afvoeren en rooien van de bomen uit de achtertuin
* het verwijderen van de klimop van het schuurdak
* het opschonen van de borders
Op 15 april en 16 april 2021 heeft Azalea werkzaamheden in de tuin van [gedaagde] verricht. De geheel overwoekerde tuin is leeggehaald.
Op 26 april 2021 heeft Azalea [gedaagde] voor haar werkzaamheden een factuur ad
€ 2.333,12 gestuurd met een betalingstermijn van 14 dagen na factuurdatum.
Per brief d.d. 2 mei 2021 heeft [gedaagde] aan Azalea geschreven:
Hierbij deel ik u mede dat de begroeiing in mijn tuin nog niet correct is verwijderd. Ik verzoek u dit alsnog uit te voeren en de gemaakte schade te herstellen.
Per brief d.d. 3 mei 2021 heeft Azalea aan [gedaagde] geschreven:
We hebben navraag gedaan bij de desbetreffende hovenier die bij u de werkzaamheden volgens offerte heeft verricht. Uit de navraag blijkt dat de begroeiing volledig is verwijderd. Er is ook geen schade veroorzaakt. (…) Ik verzoek, en zonodig sommeer, u dan ook om tot betaling van de factuur over te gaan (…).
Azalea en haar gemachtigde hebben [gedaagde] per brieven d.d. 26 mei 2021, 3 juni 2021 en 23 juni 2021 aangemaand tot betaling.
De gemachtigde van Azalea heeft op 29 juni 2021 een brief ontvangen van [gedaagde] met een extra toelichting op haar klacht, waarin zij heeft geschreven:
Aangaande niet correct verwijderen van begroeiing: In het gazon bevinden zich nog steeds stronken en wortels van de stammen die verwijderd moesten worden.
Aangaande gemaakte schade: Er zijn tegels van het looppad verwijderd, ondanks mijn tegenwerpingen waardoor het looppad nauwelijks begaanbaar is geworden.
Aangaande het terras: In het terras bevinden zich nog steeds stronken die verwijderd hadden moeten worden.
Per brief d.d. 30 juni 2021 heeft de gemachtigde van Azalea aan [gedaagde] geschreven dat de werkzaamheden conform offerte zijn verricht, dat de begroeiing volledig is verwijderd en dat er geen schade is veroorzaakt.
[gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten.
3 De vordering
Azalea vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 2.694,98, bestaande uit € 2.333,12 aan hoofdsom, € 349,97 aan incassokosten en € 11,89 aan wettelijke rente tot en met 11 augustus 2021. Daarnaast vordert Azalea dat [gedaagde] de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2021 en de proceskosten betaalt.
Azalea legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Azalea alle werkzaamheden heeft verricht die partijen waren overeengekomen. Azalea heeft als extra service een provisorisch pad aangelegd door de tuin met de oude tegels die onder de begroeiing lagen, mede omdat [gedaagde] Azalea later ook de rest van de tuin zou laten doen. Door dit geschil is dat laatste er niet meer van gekomen.
4 Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk) en voert aan – samengevat – dat Azalea wel werkzaamheden heeft verricht maar dat zij niet alle stronken heeft weggehaald. Ook is het tegelpad helemaal weggehaald en is er een provisorisch pad voor teruggelegd. Door de werkzaamheden van Azalea heeft [gedaagde] schade geleden.
5 De beoordeling
Vast staat dat Azalea de overeengekomen werkzaamheden (vrijwel) volledig heeft uitgevoerd. Dat blijkt uit de overgelegde en op de zitting getoonde foto’s en is door [gedaagde] ook niet betwist. Dat betekent dat [gedaagde] in beginsel het aan haar in rekening gebrachte bedrag moet betalen. Ook als haar verweer dat enkele werkzaamheden ondeugdelijk zijn uitgevoerd en dat Azalea schade heeft veroorzaakt, zou slagen, is [gedaagde] in elk geval het grootste deel van de factuur verschuldigd. Over dat verweer overweegt de kantonrechter het volgende.
Hoewel [gedaagde] heeft aangevoerd dat Azalea schade heeft veroorzaakt in haar tuin en aan het tegelpad heeft zij deze stelling, tegenover de gemotiveerde betwisting van Azalea, onvoldoende onderbouwd. Op de overgelegde foto’s is ook geen schade te zien. Wel heeft [gedaagde] ter zitting foto’s laten zien waaruit blijkt dat er nog enkele stronken in de tuin en in de grond zaten. Azalea heeft toegegeven dat dat wortels zijn die in de grond vastzitten en dat deze eigenlijk weggehaald moesten worden. Het weghalen van de wortels (rooien) stond ook op de offerte. [gedaagde] heeft Azalea uiteindelijk ook aangemaand om de wortels en stronken alsnog te verwijderen, waartoe Azalea niet is overgegaan. Gelet hierop zal de kantonrechter niet de volledige hoofdsom toewijzen maar een bedrag van € 100,00 in mindering brengen.
Azalea maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na factuurdatum. Wel zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld. Ook de wettelijke rente zal over deze hoofdsom worden toegewezen.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Azalea grotendeels zal toewijzen.
De proceskosten komen voor rekening van Hotting, omdat zij ongelijk krijgt.
6 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Azalea van € 2.233,12 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 mei 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Azalea van € 334,97 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Azalea tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 100,32
griffierecht € 240,00
salaris gemachtigde € 374,00 ;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier mr. M.L. van der Meij.
De griffier De kantonrechter