Verbintenissenrecht

Restantvordering. In een eerdere procedure tot €500 is reeds geoordeeld dat aan de (pre)contractuele…

Rechtbank Noord-Holland, 19 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
19 oktober 2022
Datum publicatie
19 oktober 2022
Zaaknummer
10079851
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:9257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Restantvordering. In een eerdere procedure tot €500 is reeds geoordeeld dat aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan en dat de vordering van de eisende partij toewijsbaar is. Ambtshalve toetsing (AT) is daarom niet meer nodig.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10079851 \ CV EXPL 22-5221

Uitspraakdatum: 19 oktober 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap

Lingehoeve Diergeneeskunde B.V.

gevestigd te Lienden

de eisende partij

gemachtigde: CW en Partners B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 160,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

De kantonrechter stelt vast dat bij vonnis van 8 september 2021, met zaaknummer 9308052 \ CV EXPL 21-4382, reeds is geoordeeld dat aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan en dat de vordering van de eisende partij toewijsbaar is. Omdat de eisende partij haar vordering had beperkt tot een bedrag van € 500,00, is de vordering van de eisende partij slechts tot dit bedrag toegewezen. De eisende partij vordert thans de betaling door de gedaagde partij van het restant van haar vordering.

2.3.

De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.4.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 160,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag van 23 augustus 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter