Verbintenissenrecht
Drukte op Schiphol. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de…
Rechtbank Noord-Holland, 17 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:10276 · Rechtbank Noord-Holland · 17 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2023-10276
Zaakgegevens
Op 17 mei 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 17 mei 2023
- Datum publicatie
- 17 oktober 2023
- Zaaknummer
- 10036223 \ CV EXPL 22-4619
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:10276
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Drukte op Schiphol. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10036223 \ CV EXPL 22-4619
Uitspraakdatum: 17 mei 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen Airhelp
gemachtigde mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Finnair OYj
gevestigd te Helsinki (Finland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1 Het procesverloop
Airhelp heeft bij dagvaarding van 14 juli 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. Airhelp heeft zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van de vervoerder.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Helsinki (Finland) naar Vaasa (Finland) op 1 mei 2022.
Vlucht AY1302 van Amsterdam naar Helsinki (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Vaasa gemist. Hij is omgeboekt op vlucht AY321 waarmee hij acht uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp gecedeerd.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3 De vordering en het verweer
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
- de nakosten.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.
De vraag die voorligt is of de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de langdurige vertraging van de passagier op de eindbestemming het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door het ontbreken van voldoende personeel bij de security check op Schiphol (36 minuten) en door overboeking (20 minuten). Ten aanzien van de vertraging als gevolg van de overboeking heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan.
De vervoerder heeft, onder verwijzing naar verschillende nieuwsartikelen, aangevoerd dat de luchthaven Schiphol in de periode 30 april tot en met 8 mei 2022 te kampen had met congestieproblemen. Er was sprake van een groot tekort aan (met name) beveiligingspersoneel. Als gevolg daarvan moesten passagiers langer in de rij staan bij de security check. Dit heeft er volgens de vervoerder (mede) toe geleid dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder het vluchtrapport overgelegd. Hierbij heeft de vervoerder toegelicht dat de vermelding van code 85B op een vergissing berust. De vertraging is veroorzaakt door code 85, hetgeen staat voor: mandatory security; passengers, baggage, crew, etc.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van bovengemiddelde drukte op Schiphol, heeft hij niet, of althans onvoldoende, onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht. Het is de kantonrechter niet duidelijk hoe de lange(re) wachtrijen bij de security check tot de vertraging van de vlucht hebben geleid. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder als gevolg van de congestie bij de security check op passagiers heeft moeten wachten. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
Ten aanzien van de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, oordeelt de kantonrechter als volgt. Airhelp heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanmaning van 24 mei 2022 mede namens Airhelp is verstuurd (“On behalf of the following passenger, commissioned by AirHelp, I hereby would like to address the following”). Het voorgaande betekent dat de aanmaning door de juiste partij aan de vervoerder is verzonden. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,03;
griffierecht € 128,00;
salaris gemachtigde € 160,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 40,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter