Verbintenissenrecht
Weliswaar heeft de passagier eerder een volmacht aan Yource verleend, maar dit staat niet aan de…
Rechtbank Noord-Holland, 24 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:10280 · Rechtbank Noord-Holland · 24 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2023-10280
Zaakgegevens
Op 24 mei 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 24 mei 2023
- Datum publicatie
- 17 oktober 2023
- Zaaknummer
- 10133723 \ CV EXPL 22-5933
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:10280
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weliswaar heeft de passagier eerder een volmacht aan Yource verleend, maar dit staat niet aan de overdraagbaarheid van de vordering in de weg. De vordering is rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp. De vervoerder heeft niet bevrijdend betaald aan de passagier.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10133723 \ CV EXPL 22-5933
Uitspraakdatum: 24 mei 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Canada
gevestigd te Montreal (Canada), mede kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. P. Frühling
1 Het procesverloop
Airhelp heeft bij dagvaarding van 14 september 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. Airhelp heeft zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van de vervoerder.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder Airhelp diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Pearson International Airport Toronto (Canada) naar Metropolitan Area Airport London (Canada) met de vluchtcombinatie AC827 en AC8259 op 2 mei 2022.
Vlucht AC827 van Amsterdam naar Toronto is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar London gemist. Hij is omgeboekt naar vlucht AC8263 waarmee hij meer dan drie uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3 De vordering en het verweer
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kern van dit geschil draait om de vraag of de vervoerder op 8 augustus 2022 bevrijdend heeft betaald aan de passagier. Airhelp stelt dat de passagier zijn vorderingsrecht op 3 juni 2022 in rechte aan haar heeft overgedragen. Vanaf dat moment was het niet langer mogelijk om bevrijdend te betalen aan de passagier. De betaling van 8 augustus 2022 heeft dan ook geen gevolg gehad, aldus Airhelp.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat hij op 18 mei 2022 door claimagentschap Yource, namens de passagier, is aangemaand tot betaling van compensatie. Op 13 juni 2022 ontving de vervoerder met betrekking tot dezelfde passagier een tweede aanmaning, ditmaal afkomstig van claimorganisatie Airhelp. Om verwarring te voorkomen heeft de vervoerder vervolgens besloten om de compensatie rechtstreeks aan de passagier te voldoen. Nadat de passagier op 20 juli 2022 zijn naam en bankrekeningnummer aan de vervoerder heeft doorgegeven, heeft de vervoerder op 8 augustus 2022 de betaling in orde gemaakt. De vervoerder heeft verder nog aangevoerd dat de passagier, gelet op de algemene voorwaarden van Yource, niet bevoegd was om de vordering aan Airhelp over te dragen. Het overgelegde “Assignment Form” is volgens de vervoerder dan ook nietig.
De kantonrechter overweegt als volgt. Een rechtsgeldige cessie dient onder verwijzing naar artikel 3:94 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aan twee constitutieve vereisten te voldoen: een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie op 13 juni 2022 ter kennis van de vervoerder is gebracht. Dit brengt met zich dat Airhelp op 3 juni 2022 eigenaar is geworden van het vorderingsrecht. Weliswaar heeft de passagier eerder een volmacht aan Yource verleend, maar dit staat niet aan de overdraagbaarheid van de vordering in de weg. De algemene voorwaarden van Yource zijn bovendien alleen van toepassing op de rechtsverhouding tussen de passagier en Yource, en niet op die tussen Airhelp en de vervoerder. Ook de omstandigheid dat de passagier de betaling van de vervoerder heeft geaccepteerd, en daarmee in strijd heeft gehandeld met het “Assignment Form” van Airhelp, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder op 8 augustus 2022 bevrijdend heeft betaald aan de passagier. Nu de vervoerder de langdurige vertraging van de passagier op de eindbestemming niet heeft betwist en geen beroep heeft gedaan op buitengewone omstandigheden, is de vervoerder (alsnog) gehouden om de compensatie aan Airhelp te voldoen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 mei 2022 tot aan dag der algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,03;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 264,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter