Verbintenissenrecht
Ambtshalve toetsing, handelaar en consument. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat…
Rechtbank Noord-Holland, 25 oktober 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:10868 · Rechtbank Noord-Holland · 25 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2023-10868
Zaakgegevens
Op 25 oktober 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2023
- Datum publicatie
- 30 oktober 2023
- Zaaknummer
- 10668802 \ CV EXPL 23-5508
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:10868
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve toetsing, handelaar en consument. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat voldaan is aan de (pre)contractuele informatieplichten. Vordering toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10668802 \ CV EXPL 23-5508
Uitspraakdatum: 25 oktober 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENGIE Nederland Retail B.V.
gevestigd te Zwolle
de eisende partij
gemachtigde: LAVG B.V. (Groningen)
tegen
[gedaagde]
wonende te Hoofddorp
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 1.035,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 870,45 vanaf 10 juli 2023 tot de dag der algehele voldoening. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Het beding dat voor de beoordeling van de vordering relevant is, te weten artikel 12.6 van de Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers van 1 april 2017, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zijn ook toewijsbaar.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.035,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 870,45 vanaf 10 juli 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,
€ 322,00 wegens griffierecht en
€ 132,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter