Verbintenissenrecht

Huur van bedrijfsruimte. Vordering tot betaling van achterstallige huurpenningen toegewezen.

Rechtbank Noord-Holland, 6 september 2023

Zaakgegevens

Op 6 september 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
6 september 2023
Datum publicatie
11 september 2023
Zaaknummer
10548070 CV EXPL 23-3576
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:9066
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huur van bedrijfsruimte. Vordering tot betaling van achterstallige huurpenningen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10548070 \ CV EXPL 23-3576

Uitspraakdatum: 6 september 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats 1]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: [gemachtigde 1]

tegen

1 Partycenter EZGI B.V.

gevestigd te Beverwijk

gemachtigde: [gemachtigde 2] (directeur)

2 [gedaagde]

wonende te [plaats 2]

niet verschenen

gedaagden

hierna verder gezamenlijk te noemen: Partycenter EZGI c.s.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 31 mei 2023 een vordering tegen Partycenter EZGI c.s. ingesteld. Partycenter EZGI heeft mondeling geantwoord. [gedaagde] is niet verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.

1.2.

[eiser] heeft schriftelijk gereageerd op het verweer van Partycenter EZGI. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Partycenter EZGI niet meer gereageerd.

2 De vordering

2.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter Partycenter EZGI c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 960.808,94. De vordering bestaat uit € 922.727,19 aan achterstallige huurpenningen, € 37.010,90 aan wettelijke rente berekend tot 31 mei 2023 en € 1.070,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 922.727,19 vanaf 10 mei 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Daarnaast vordert [eiser] de proceskosten.

2.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij met Partycenter EZGI c.s. huurovereenkomst voor de bedrijfsruimte aan het adres [adres] heeft gesloten. Deze overeenkomst is middels een beëindigingsovereenkomst beëindigd op 31 december 2021. Partycenter EZGI c.s. heeft de achterstallige huur, ondanks een sommatie, niet betaald. Hierdoor moet zij de buitengerechtelijke incassokosten en rente betalen.

3 Het verweer

3.1.

Partycenter EZGI betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij erkent dat er sprake is van een huurachterstand, maar het is voor haar niet duidelijk of de coronakorting is verrekend. De heer [gemachtigde 2] had zakelijk gezien niets met de vordering te maken. [gedaagde] regelde alles. [eiser] en [gedaagde] hebben afspraken gemaakt over welk bedrag betaald zou kunnen worden. Daardoor is deze vordering komen te vervallen, aldus Partycenter EZGI.

4 De beoordeling

4.1.

Naar aanleiding van het verweer van Partycenter EZGI c.s. heeft [eiser] de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van Partycenter EZGI c.s.. Nu uit die onderbouwing blijkt hoe de vordering van [eiser] is opgebouwd en Partycenter EZGI c.s. daarop niet meer heeft gereageerd en daar dus ook geen bezwaren tegen heeft aangevoerd, zal de kantonrechter de vordering van [eiser] ten aanzien van Partycenter EZGI toewijzen, zoals hierna vermeld. Ook de vordering ten aanzien van [gedaagde] wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

4.2.

Naast de in de dagvaarding berekende rente, zal de verdere rente worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.

4.3.

De proceskosten komen voor rekening van Partycenter EZGI c.s., omdat zij ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Partycenter EZGI c.s. hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [eiser] van € 960.808,94 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 922.727,19 vanaf 31 mei 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt Partycenter EZGI c.s. hoofdelijk, zoals voormeld, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 136,41

griffierecht € 693,00

salaris gemachtigde € 2.644,00;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter