Verbintenissenrecht

Eindvonnis nadat de eiser geen akte heeft genomen. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is…

Rechtbank Noord-Holland, 23 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
23 oktober 2024
Datum publicatie
8 november 2024
Zaaknummer
10253787 \ CV EXPL 22-7490
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:11541
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eindvonnis nadat de eiser geen akte heeft genomen. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. De artikelen 5.5 tot en met 5.8, 7.5, 8.1. en 8.2 van de algemene voorwaarden zijn oneerlijk en worden vernietigd. De vordering wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10253787 \ CV EXPL 22-7490

Uitspraakdatum: 23 oktober 2024

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Parking aan Zee B.V.

te IJmuiden

de eisende partij

verder te noemen: Parking aan Zee

gemachtigde: mr. O.J. Boeder

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij tussenvonnis van 28 augustus 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de

kantonrechter Parking aan Zee in de gelegenheid gesteld om zich uiterlijk op de rol van 25 september 2024 bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Parking aan Zee heeft geen akte genomen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de bedingen in de artikelen 5.5 tot en met 5.8, 7.5, 8.1. en 8.2 van de algemene voorwaarden. Als gevolg daarvan wordt de vordering van Parking aan Zee afgewezen.

2.3.

De proceskosten komen voor rekening van Parking aan Zee, omdat zij ongelijk krijgt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt Parking aan Zee tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Algemene voorwaarden parkeren Parking aan Zee BV