Verbintenissenrecht

tussenvonnis, ambtshalve toetsing consumentenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 10 juli 2024

Zaakgegevens

Op 10 juli 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
10 juli 2024
Datum publicatie
13 juni 2025
Zaaknummer
10856708 \ CV EXPL 23-8299
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:14237
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

tussenvonnis, ambtshalve toetsing consumentenrecht

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10856708 \ CV EXPL 23-8299

Uitspraakdatum: 10 juli 2024

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar buitenlands recht

Hoist Finance AB (publ), als rechtsopvolger onder algemene titel van Hoist Kredit AB (publ), als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van de besloten vennootschap Essent Retail Energie B.V.

gevestigd te Stockholm (Zweden)

de eisende partij

gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 Het procesverloop

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

1.2.

De kantonrechter heeft op 17 april 2024 een tussenvonnis (hierna: het tussenvonnis) gewezen. De eisende partij heeft op 15 mei 2024 een akte genomen (hierna: de akte).

2 De (verdere) beoordeling

2.1.

In de akte heeft de eisende partij na vragen van de kantonrechter in het tussenvonnis gesteld dat (i) zij de bestelknop heeft gewijzigd op 1 januari 2021 en (ii) de tekst op de knop ten tijde van de bestelling, te weten 11 april 2022, heeft geluid: “bevestig overeenkomst met betaalverplichting”. De eisende partij heeft echter geen stukken overgelegd waaruit dit blijkt. Dit, terwijl in de dagvaarding zelf (ook) wordt verwezen naar de ‘button’: “aanvraag versturen”. De stelling van de eisende partij zijn dus innerlijk tegenstrijdig.

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij – gelet op de tegenstrijdigheid voor wat betreft de tekst op de bestelknop – tot nu toe onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat de bestelknop op 1 januari 2021 is gewijzigd, zodat (nog) niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan het vereiste in artikel 6:230v lid 3 BW. De kantonrechter zal de eisende partij nog één keer in de gelegenheid stellen (met stukken) nader te onderbouwen op welke datum zij de bestelknop heeft gewijzigd; te denken valt aan screenshots met de bestelknop voorzien van een datum van vóór de wijziging en een van na de wijziging, dan wel een uitdraai van het ICT-systeem dat de bestelknop is gewijzigd en/of correspondentie met de ICT-afdeling met de opdracht de bestelknop te wijzigen.

2.3.

Als de eisende partij hier niet in slaagt, dan zal de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht.

2.4.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

beveelt de eisende partij om bij akte te nemen op de rol van woensdag 21 augustus 2024 de stellingen in de dagvaarding nader te onderbouwen zoals bedoeld onder rechtsoverweging 2.2.;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter