Verbintenissenrecht

Huur. Ambtshalve toetsing van Algemene Voorwaarden (1 januari 1992) (met toelichting)

Rechtbank Noord-Holland, 10 juli 2024

Zaakgegevens

Op 10 juli 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
10 juli 2024
Datum publicatie
16 juli 2024
Zaaknummer
10889887 \ CV EXPL 24-602
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:7152
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huur. Ambtshalve toetsing van Algemene Voorwaarden (1 januari 1992) (met toelichting)

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11023474 \ CV EXPL 24-2153

Uitspraakdatum: 10 juli 2024 (bij vervroeging)

Verstekvonnis in de zaak van:

de stichting

Stichting Pré Wonen

gevestigd te Haarlem

de eisende partij

gemachtigde: mr. J.L.L. Boudewijn en mr. R.G. Matti

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 22 mei 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de

kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft afgezien van het nemen van een akte.

2 De verdere beoordeling


Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter het beding artikel 10 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking heeft op rente en buitengerechtelijke kosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten afgewezen.

Conclusie en proceskosten

2.3.

De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen.

2.4.

De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:

€ 136,72 wegens dagvaardingskosten,

€ 372,00 wegens griffierecht en

€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene partij betaalt de andere partij zal zijn bevrijd, tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;

3.3.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Algemene Voorwaarden (1 januari 1992) (met toelichting)