Verbintenissenrecht

Airhelp heeft, tegenover het gemotiveerde betoog van de vervoerder, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de…

Rechtbank Noord-Holland, 6 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
6 augustus 2025
Datum publicatie
28 oktober 2025
Zaaknummer
11258230
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:12465
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Airhelp heeft, tegenover het gemotiveerde betoog van de vervoerder, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming zijn gearriveerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11258230 \ CV EXPL 24-5701

Uitspraakdatum: 6 augustus 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: Airhelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Emirates

gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 en 10 maart 2024 vervoeren van Amsterdam via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Kaapstad (Zuid-Afrika), met de vluchtcombinatie EK150 en EK770.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Kaapstad gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij vertraagd op de eindbestemming zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.

2.4.

Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Airhelp heeft niet betwist dat de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen.

4.3.

Resteert de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Airhelp heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat de passagiers zijn omgeboekt naar dezelfde vlucht van Dubai naar Kaapstad (EK770), maar dan van één dag later. Daarom moet het er volgens Airhelp voor worden gehouden dat de passagiers met exact 24 uur vertraging in Kaapstad zijn aangekomen. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat de passagiers niet zijn omgeboekt naar de EK770, maar naar de EK772 van 11 maart 2024. Daarmee zijn de passagiers volgens de vervoerder met 19 uur en 5 minuten vertraging aangekomen in Kaapstad. De bewijslast ten aanzien van de vertragingsduur rust op Airhelp. De kantonrechter is van oordeel dat Airhelp, tegenover het gemotiveerde betoog van de vervoerder, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de passagiers met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming zijn gearriveerd. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de alternatief aangeboden vlucht geen redelijke maatregel vormt.

4.4.

Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer had kunnen nemen. Airhelp heeft in dit verband ook niets gesteld. De vordering van Airhelp wordt afgewezen.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter