Verbintenissenrecht
Ontvangsttheorie e-mail mededeling annulering vlucht
Rechtbank Noord-Holland, 8 oktober 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14345 · Rechtbank Noord-Holland · 8 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-14345
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 11374833
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14345
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontvangsttheorie e-mail mededeling annulering vlucht
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11374833 \ CV EXPL 24-7596
Uitspraakdatum: 8 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
beiden wonende te [plaats 2],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 5 september 2022 vervoeren van Amsterdam naar Ankara (Turkije), met vlucht TK7737 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve (indirecte) vlucht, waarmee zij 3 uur en 20 minuten eerder vanaf Schiphol zijn vertrokken en 45 minuten eerder in Ankara zijn aangekomen.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat hij de passagiers 24 dagen voor aanvang van de vlucht, namelijk op 13 augustus 2022, per e-mail én per sms over de annulering heeft geïnformeerd. De passagiers betwisten dat zij deze berichten hebben ontvangen.
De kantonrechter stelt voorop dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt (de ontvangsttheorie). Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, indien zij door hem of haar is ontvangen. Ook bepaalt de wet dat een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig heeft bereikt, toch haar werking heeft, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling.
De kantonrechter is van oordeel dat de berichten van de vervoerder in dit geval hun werking hebben gekregen. De vervoerder heeft onder verwijzing naar de PNR voldoende aannemelijk gemaakt dat de berichten daadwerkelijk zijn verzonden naar het (e-mail)adres en het telefoonnummer dat door de passagiers bij het aangaan van de vervoersovereenkomst is opgegeven. Voor zover de berichten de passagiers desondanks niet hebben bereikt is dit het gevolg van hun eigen handelen. Het voorgaande heeft tot gevolg dat aan de vervoerder met succes een beroep op artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening toekomt. De conclusie is dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter