Verbintenissenrecht
Er is sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 5 lid sub c onder iii van de Verordening, zodat geen…
Rechtbank Noord-Holland, 22 oktober 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14354 · Rechtbank Noord-Holland · 22 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-14354
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 10677940
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14354
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Er is sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 5 lid sub c onder iii van de Verordening, zodat geen recht op compensatie bestaat.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10677940 \ CV EXPL 23-5643
Uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: Lof Legal Services
tegen
de besloten vennootschap
KLM Cityhopper B.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. Önalan
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 10 januari 2022 vervoeren van Amsterdam naar Praag, met vlucht KL1358 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de passagier niet alleen een reservering had voor de vlucht van Amsterdam naar Praag, maar ook voor een (aansluitende) vlucht van Praag naar Parijs. Airhelp heeft dit niet betwist, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de passagier na annulering heeft omgeboekt op een directe vlucht van Amsterdam naar Parijs (AF1083). De passagier zou met die vlucht 25 minuten eerder dan oorspronkelijk gepland vertrekken uit Praag, en 13 uur en 5 minuten eerder dan oorspronkelijk gepland aankomen in Parijs. Daarmee is sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 5 lid sub c onder iii van de Verordening. Dat betekent dat er geen recht op compensatie bestaat. Het feit dat de passagier niet voor de alternatieve vlucht is verschenen (no show), maakt dat niet anders. Gesteld noch gebleken is immers dat de alternatief aangeboden vlucht, om welke reden dan ook, niet redelijk was en/of niet aan de wensen van de passagier voldeed.
De conclusie is dat de vordering van Airhelp wordt afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Airhelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter