Verbintenissenrecht
De handtekening van de passagier op het Assignment Form komt voldoende overeen met de handtekening in zijn…
Rechtbank Noord-Holland, 29 oktober 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14358 · Rechtbank Noord-Holland · 29 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-14358
Zaakgegevens
Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 11306332
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14358
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De handtekening van de passagier op het Assignment Form komt voldoende overeen met de handtekening in zijn paspoort. De vervoerder is zonder ingebrekestelling in verzuim. Door inhoudelijk niet op de (nadere) verzoeken van de vervoerder te reageren, heeft Airhelp de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11306332 \ CV EXPL 24-6470
Uitspraakdatum: 29 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 12 mei 2024 vervoeren van Amsterdam via Caïro (Egypte) naar Entebbe (Oeganda).
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op zijn paspoort. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
De vervoerder heeft verder aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen, omdat hij niet in verzuim is. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij, omdat sprake is van een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade. Deze schade is terstond opeisbaar. Dat betekent dat het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt op het moment dat de schade wordt geacht te zijn geleden (in dit geval de vluchtdatum).
Vaststaat dat de passagier met meer dan drie uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) is daarom toewijsbaar.
De vervoerder heeft ten slotte nog aangevoerd dat Airhelp hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Airhelp heeft hiertegen aangevoerd dat de verzoeken van de vervoerder d.d. 24 mei 2024 om (onder meer) een handgeschreven verklaring en een kopie van de bankpas van de passagier aan hem te doen toekomen niet redelijk waren. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, het op de weg van Airhelp had gelegen om in ieder geval inhoudelijk op het verzoek van de vervoerder te reageren. Weliswaar heeft Airhelp op 13 juni 2024 nog een laatste aanmaning gestuurd, maar daarin heeft zij niet haar bezwaren tegen de verzoeken van de vervoerder kenbaar gemaakt. Sterker nog, zij heeft in deze aanmaning met geen woord gerept over de brief van de vervoerder van 24 mei 2024. Door inhoudelijk niet op de verzoeken van de vervoerder te reageren, heeft Airhelp de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 mei 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;\
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter