Verbintenissenrecht
Luchtvaart. Vrijwaringsincident. De passagiers hebben in de hoofdzaak onder meer schadevergoeding van de…
Rechtbank Noord-Holland, 17 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14909 · Rechtbank Noord-Holland · 17 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-14909
Zaakgegevens
Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 17 december 2025
- Datum publicatie
- 18 december 2025
- Zaaknummer
- 11768282 \ CV EXPL 25-4110
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14909
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. Vrijwaringsincident. De passagiers hebben in de hoofdzaak onder meer schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder wordt toegestaan om de touroperator, via welke de passagiers de vliegtickets hadden geboekt, in vrijwaring op te roepen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11768282 \ CV EXPL 25-4110
Uitspraakdatum: 17 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
1
[eiser 1]
2. [eiser 2]
beiden wonende te [plaats]
eiseressen in de hoofdzaak
verweersters in het incident
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Etihad Airways PSJC
gevestigd te Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. K.J.M. Buijs (Kneppelhout & Korthals N.V.)
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- het antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling in het incident
De passagiers vorderen in de hoofdzaak betaling van € 2.172,24, te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten.
De passagiers stellen dat zij in 2024 een vervoersovereenkomst met de vervoerder hebben gesloten. Op grond daarvan moest hij hen vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Kuala Lumpur, Maleisië, naar Sydney, Australië. Zij stellen dat de vervoerder de vlucht van Amsterdam naar Kuala Lumpur vertraagd heeft uitgevoerd, waardoor zij de overstap hebben gemist en met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. Daarnaast vorderen zij vergoeding van de kosten van een door henzelf geboekte alternatieve vlucht.
De vervoerder vordert in zijn incidentele vordering verlof om Trip.com Netherlands B.V. (hierna: de touroperator) in vrijwaring te mogen oproepen. Hij stelt dat de passagiers hun reis hebben geboekt via de touroperator. De vervoerder stelt dat de vlucht van Kuala Lumpur naar Sydney werd uitgevoerd door een andere luchtvaartmaatschappij en dat de touroperator zonder zijn medeweten deze vluchtcombinatie heeft verkocht aan de passagiers. Daarmee heeft de touroperator onrechtmatig tegen hem gehandeld. De schade bestaat uit de vorderingen van de passagiers op de vervoerder in de hoofdzaak.
De passagiers voeren verweer in het incident. Zij betwisten dat er sprake is van een rechtsverhouding tussen de touroperator en de vervoerder. Daarnaast voeren zij aan dat de oproeping in vrijwaring zal leiden tot vertraging van de procedure.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor toewijzing van een incidentele vordering tot vrijwaring is vereist dat de gewaarborgde zich in een met redenen omklede conclusie beroept op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat die derde verplicht is om de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak tegen de gewaarborgde te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet te worden aangetoond.
Op grond van hetgeen de vervoerder heeft aangevoerd wordt geoordeeld dat de vrijwaring kan worden toegestaan, omdat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter valt niet te verwachten dat de vrijwaring, in verhouding tot de hoofdzaak, zo tijdrovend zal zijn, dat op voorhand gevreesd moet worden voor de door de passagiers gestelde vertraging van de hoofdzaak. Zo nodig kunnen de passagiers op grond van artikel 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verzoeken tot eerdere afdoening van de hoofdzaak.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
3 De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
staat toe dat Trip.com Netherlands B.V. door de vervoerder in vrijwaring wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 14 januari 2026;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 14 januari 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter