Verbintenissenrecht
Meer dan 24 uur vertraging. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om de beschikbare eerdere…
Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15929 · Rechtbank Noord-Holland · 31 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-15929
Zaakgegevens
Op 31 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 31 december 2025
- Datum publicatie
- 16 februari 2026
- Zaaknummer
- 11087212
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:15929
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Meer dan 24 uur vertraging. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om de beschikbare eerdere alternatieven actief aan te bieden. Voor zover de vervoerder meent dat er op deze alternatieven geen plek was, ligt het op zijn weg om dat te bewijzen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11087212 \ CV EXPL 24-2741
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [betrokkene 1], wonende te [plaats 1] (Verenigd Koninkrijk),
2. [betrokkene 2],
3. [betrokkene 3],
beiden wonende te [plaats 2] (Verenigd Koninkrijk),
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam naar Manchester (Verenigd Koninkrijk), met vlucht U22166 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 136,12 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt.
De passagiers zijn met 37 uur en 19 minuten vertraging aangekomen in Manchester. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. De enkele stelling van de vervoerder dat er geen eerdere vluchten in het omboekingssysteem naar voren zijn gekomen is daartoe onvoldoende. Op 27 augustus 2023 werden door andere luchtvaartmaatschappijen diverse vluchten van Amsterdam naar Manchester uitgevoerd die op een eerder tijdstip aankwamen dan de aangeboden vlucht. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om deze alternatieven actief aan te bieden. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder aan deze verplichting heeft voldaan. Voor zover de vervoerder meent dat er geen plek was op de vluchten van de andere luchtvaartmaatschappijen, is het aan hem om dat te bewijzen. De vervoerder is daar niet in geslaagd. Zodoende is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder er niet in is geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de passagiers een redelijk alternatief aangeboden hebben gekregen.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal dan ook worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
135,97 |
|
|
- griffierecht |
€ |
218,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
270,00 |
(2 punten × € 135,00) |
|
- nakosten |
€ |
67,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
691,47 |
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2023 tot de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 691,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter