Verbintenissenrecht

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de capaciteitsreductie ertoe heeft geleid dat specifiek de…

Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025

Zaakgegevens

Op 31 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
31 december 2025
Datum publicatie
16 februari 2026
Zaaknummer
11575302
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:15931
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de capaciteitsreductie ertoe heeft geleid dat specifiek de onderhavige vlucht moest worden geannuleerd. De conclusie is dat het verzet ongegrond is en het verstekvonnis wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11575302 \ CV EXPL 25-1500

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airlines Company Limited

gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

eiser in het verzet

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)

gedaagde in het verzet

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. D.E. Lof

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het verstekvonnis van 8 januari 2025;

- de verzetdagvaarding;

- de conclusie van antwoord in oppositie;
- de conclusie van repliek in oppositie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 21 juni 2024 vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Londen Luton, met vlucht U2 2522 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.

2.4.

Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.

3 Het geschil

3.1.

Airhelp heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zou worden tot betaling van:
- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, de vervoerder te ontheffen van de veroordeling die in het verstekvonnis 8 januari 2025 is uitgesproken, de vorderingen van Airhelp af te wijzen, met veroordeling van Airhelp, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hieronder nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de vluchtdatum sprake was van bovengemiddelde drukte op de luchthaven Londen Luton, als gevolg van slechte weersomstandigheden en een tekort aan ATC-personeel op de luchthaven Londen Gatwick. Dit heeft ertoe geleid dat meerdere vluchten geannuleerd moesten worden (capaciteitsreductie).

4.4.

Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daar niet in is geslaagd. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom specifiek de onderhavige vlucht moest worden geannuleerd. De vervoerder heeft geen enkele toelichting gegeven op de factoren die bij de beslissing om specifiek de vlucht in kwestie te annuleren een rol hebben gespeeld. Dit had wel op zijn weg gelegen. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet.

4.5.

De conclusie is dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd. De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 8 januari 2025 in de zaak met zaaknummer 11403200 \ CV EXPL 24-8008;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor Airhelp worden vastgesteld op een bedrag van € 40,00 aan salaris van de gemachtigde van Airhelp;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter