Verbintenissenrecht

Meer dan 24 uur vertraging. De vervoerder heeft slechts toegelicht dat er geen directe vluchten tussen…

Rechtbank Noord-Holland, 10 december 2025

Zaakgegevens

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
10 december 2025
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
11210487
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:16003
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Meer dan 24 uur vertraging. De vervoerder heeft slechts toegelicht dat er geen directe vluchten tussen Palermo en Amsterdam beschikbaar waren, maar daaruit volgt nog niet dat er geen snellere indirecte opties beschikbaar waren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11210487 \ CV EXPL 24-4948

Uitspraakdatum: 10 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats 1],

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],
beiden wonende te [plaats 2],

5. [eiser 5],

6. [eiser 6],
beiden wonende te [plaats 3],

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 september 2023 vervoeren van Palermo (Italië) naar Amsterdam, met vlucht EZY7804 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers zijn omgeboekt naar vlucht EZY7804 van 2 oktober 2023, waarmee zij 72 uur en 5 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam zijn aangekomen.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Daarnaast verzoeken de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.

3.3.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.4.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt.

4.3.

De passagiers zijn met 72 uur vertraging aangekomen in Amsterdam. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarin niet is geslaagd. De vervoerder heeft slechts toegelicht dat er geen directe vluchten tussen Palermo en Amsterdam beschikbaar waren, maar daaruit volgt nog niet dat er geen snellere indirecte opties beschikbaar waren. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt in de zin van bovengenoemd arrest.

4.4.

Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd.

4.5.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.6.

Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.

4.7.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

135,97

- griffierecht

€

248,00

- salaris gemachtigde

€

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

€

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

893,97

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 september 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 893,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).