Verbintenissenrecht

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het…

Rechtbank Noord-Holland, 10 december 2025

Zaakgegevens

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
10 december 2025
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
11383205
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:16009
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11384205 \ CV EXPL 24-7714

Uitspraakdatum: 10 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eiser.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 4 september 2024 vervoeren van Geneve (Zwitserland) naar Amsterdam, met vlucht EZY7868 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier is omgeboekt naar de vluchten EZY2534 en EZY2519, waarmee hij 20 uur en 3 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam is aangekomen.

2.4.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de rotatie AMS-GVA-AMS niet tijdig kon vertrekken vanwege slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding met betrekking tot eerdere vluchten van het zelfde toestel, en vervolgens niet meer kon worden uitgevoerd omdat deze met vlucht (EZY7868) de avondklok te Amsterdam zou schenden. Daarom is ook de voorafgaande vlucht van Amsterdam naar Geneve geannuleerd. De passagier heeft hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent en ook ’s nachts is geopend.

4.3.

In het licht van het gemotiveerde verweer van de passagier, heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom het voor hem onmogelijk was om een nachtslot aan te vragen of dat en waarom een eventuele aanvraag zou zijn afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.4.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen.

4.5.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.6.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

135,97

- griffierecht

€

87,00

- salaris gemachtigde

€

80,00

(2 punten × € 40,00)

- nakosten

€

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

322,97

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2024 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter