Verbintenissenrecht

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het…

Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025

Zaakgegevens

Op 31 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
31 december 2025
Datum publicatie
20 april 2026
Zaaknummer
11213003
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:16018
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11213003 \ CV EXPL 24-5037

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1], wonende te [plaats 1],

2. [eiser 2], wonende te [plaats 2],

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 24 juli 2023 vervoeren van Milaan Malpensa naar Amsterdam Schiphol, met vlucht U23857 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.

3.3.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.4.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht vanwege buitengewone omstandigheden dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de vlucht (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. De passagiers hebben hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent en ook ’s nachts is geopend.

4.3.

De kantonrechter overweegt als volgt. In het licht van het gemotiveerde verweer van de passagiers, heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook niet uit de door hem overgelegde schermafbeelding van de website van de ILT. Uit deze schermafbeelding blijkt slechts dat het voor vluchten zonder nachtslot niet is toegestaan ’s nachts te landen en dat bij overtreding boetes kunnen volgen. Daaruit volgt echter niet dat het voor de vervoerder onmogelijk is om een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.4.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen.

4.5.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.6.

Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen.

4.7.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

135,97

- griffierecht

€

218,00

- salaris gemachtigde

€

270,00

(2 punten × € 135,00)

- nakosten

€

67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

691,47

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 691,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter