Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. Vervoerder betwist dat hij de uitvoerende luchtvaartmaatschappij van de vlucht in kwestie…
Rechtbank Noord-Holland, 5 maart 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:2377 · Rechtbank Noord-Holland · 5 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-2377
Zaakgegevens
Op 5 maart 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 5 maart 2025
- Datum publicatie
- 5 maart 2025
- Zaaknummer
- 11269820 \ CV FORM 24-5871
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:2377
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. Vervoerder betwist dat hij de uitvoerende luchtvaartmaatschappij van de vlucht in kwestie was. Dit verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11269820 \ CV FORM 24-5871
Uitspraakdatum: 5 maart 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats], België
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
procederend in persoon
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France,
gevestigd te Roissy, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het antwoordformulier (formulier C).
2 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2024 tot aan de dag van de gehele voldoening;
- de proceskosten.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).
De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van vlucht KL569 van Dar Es Salaam, Tanzania, naar Amsterdam (hierna: de vlucht) moet compenseren met een bedrag van € 1.200,- .
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
3. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De vervoerder betwist dat hij de uitvoerende luchtvaartmaatschappij was van de vlucht. Hij voert aan dat het vluchtnummer een vluchtnummer van KLM is en dat die luchtvaartmaatschappij ook de enige is die vluchten op deze route uitvoert.
Het verweer van de vervoerder slaagt. De verplichtingen uit de Verordening rusten op de uitvoerende luchtvaartmaatschappij van de vlucht. De passagier heeft in het geheel niet gesteld of toegelicht dat de vervoerder de uitvoerende luchtvaartmaatschappij van de vlucht was, zodat dit niet vast staat. Daarom zal het verzoek worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
4 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking – wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open