Verbintenissenrecht

Luchtvaart; De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde…

Rechtbank Noord-Holland, 29 januari 2025

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
3 april 2025
Zaaknummer
11089793 \ CV EXPL 24-2792
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:3705
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk de vertraagde uitvoering van de ‘pushback’ en een langere ‘blocktime’. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11089793 \ CV EXPL 24-2792

Uitspraakdatum: 29 januari 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2]

beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

buitenlandse vennootschap

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij (Russell Advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk de vertraagde uitvoering van de ‘pushback’ en een langere ‘blocktime’. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 mei 2022 vervoeren van Zvartnots International Airport, Yerevan (Armenië), via Frankfurt International Airport (Duitsland), naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie LH1561 en KL1768.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht LH1561 van Yerevan naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 mei 2022, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Frankfurt-Yerevan-Frankfurt (vluchtnummers LH1560 en LH1561). Vlucht LH1560 van Frankfurt naar Yerevan werd met 14 minuten vertraging uitgevoerd vanwege verschillende oorzaken. De vervoerder doet slechts met betrekking tot twee van deze vertragingsoorzaken een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij stelt dat twee minuten van de vertraging van vlucht LH1560 werden veroorzaakt door het niet tijdig aanwezig zijn van een ‘pushback truck’ om het toestel los te koppelen van de blokken. Daarnaast werden vier minuten van de vertraging veroorzaakt doordat de vlucht niet tijdig een gate toegewezen kreeg. Hiertoe heeft hij het vluchtrapport van vlucht LH1560 overgelegd.

4.4.

De vervoerder voert aan dat de vertraging van vlucht LH1560 doorwerkt op de vlucht in kwestie. Daarnaast werd de vlucht in kwestie met 10 minuten vertraagd door een vertraagde ‘deboarding’. Ten aanzien van deze laatste vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Dat betekent dat 6 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg waren van buitengewone omstandigheden, aldus de vervoerder.

4.5.

De passagiers betwisten de vertragingsoorzaken niet. Zij betwisten echter dat deze gelden als buitengewone omstandigheden. De passagiers voeren aan dat de vervoerder zelf invloed kan uitoefenen op de ‘pushback’ omdat de vervoerder zelf verantwoordelijk is voor het tijdig oproepen van de pushback truck. Hij verwijst hierbij naar een handboek van Schiphol. Daarnaast werd de pushback uitgevoerd door een dochteronderneming van Lufthansa. Daarom is er geen sprake van buitengewone omstandigheden, aldus de passagiers.

4.6.

De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat vanwege de vertraagde ‘pushback’ truck en ‘blocktime’ dat vlucht LH1560 hierdoor vertraagd is uitgevoerd. Dit levert buitengewone omstandigheden op. Op deze omstandigheden kan de vervoerder immers geen invloed uitoefenen, omdat het de verantwoordelijkheid van de grondafhandelaar is om deze werkzaamheden uit te voeren. Weliswaar is de grondafhandelaar een dochteronderneming van Lufthansa, maar omdat het gaat om een ander rechtspersoon komt niet vast te staan dat de vervoerder invloed kon uitoefenen op de werkzaamheden van de grondafhandelaar. De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of deze buitengewone omstandigheden doorwerken op de vlucht in kwestie. Voldoende is gebleken dat de vertraging van vlucht LH1560 direct effect heeft gehad op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Beide vluchten zijn immers onderdeel van de rotatievlucht Frankfurt-Yerevan-Frankfurt. De buitengewone omstandigheid die zich heeft voorgedaan tijdens de uitvoering van vlucht LH1560 werkt dan ook door naar de onderhavige vlucht. Voorts is voldoende gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van de onderhavige vlucht. De passagiers hebben immers door deze vertraging de aansluitende vlucht gemist. De vertraging van de passagiers is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.7.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om deze buitengewone omstandigheden te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de omstandigheden niet kon voorkomen, maar de passagiers hebben omgeboekt op de snelst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.8.

Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagiers hebben hierover ook niets aangevoerd. Dit betekent dat de vordering van de passagiers zal worden afgewezen.

4.9.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter