Verbintenissenrecht
Luchtvaart: de Verordening is niet van toepassing, nu de passagier door de vervoerder is aangemerkt als no-show.
Rechtbank Noord-Holland, 2 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:3734 · Rechtbank Noord-Holland · 2 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-3734
Zaakgegevens
Op 2 april 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 2 april 2025
- Datum publicatie
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- 11324875
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:3734
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart: de Verordening is niet van toepassing, nu de passagier door de vervoerder is aangemerkt als no-show.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11324875 \ CV EXPL 24-6757
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Balearen (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. N. Bekri (De La Fuente Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Amsterdam. De kantonrechter oordeelt echter dat de Verordening in onderhavig geval niet van toepassing is, nu de passagier door de vervoerder is aangemerkt als ‘no-show’. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 12 juli 2024 moest vervoeren van Punta Cana International Airport (Dominicaanse Republiek) naar Madrid-Barajas International Airport (Spanje) en op 13 juli 2024 van Madrid naar Amsterdam-Schiphol Airport (hierna: de vlucht), met de vluchtcombinatie UX034 en UX1093.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Amsterdam.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder betwist dat de Verordening in onderhavig geval van toepassing is. Hij voert in dit verband aan dat de vlucht niet vertraagd is uitgevoerd en dat de passagier is aangemerkt als ‘no-show’. De passagier heeft zich dan ook niet tijdig bij de incheckbalie gemeld, aldus de vervoerder.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de Verordening volgt dat voor toepassing van de Verordening onder meer is vereist dat de passagier zich – behalve in geval van annulering – bij de incheckbalie meldt. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagier zich (tijdig) bij de incheckbalie heeft gemeld. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een afschrift van de ‘Passenger Name Record’ overgelegd. Hieruit blijkt dat hij een ‘no-show’ was. De verantwoordelijkheid om tijdig bij de gate te zijn ligt bij de passagier, hetgeen hij heeft nagelaten. Daarmee heeft hij niet aan de voorwaarden voor toepassing van de Verordening voldaan. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter