Verbintenissenrecht

Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij…

Rechtbank Noord-Holland, 5 maart 2025

Zaakgegevens

Op 5 maart 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
5 maart 2025
Datum publicatie
15 april 2025
Zaaknummer
9191994 \ CV EXPL 21-2926
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:4118
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij rekening te houden met eventuele onvoorziene omstandigheden. Het feit dat de passagiers vanwege een gebrek aan medicatie van de vertraagde vlucht hebben afgezien ligt binnen hun eigen risicosfeer.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9191994 \ CV EXPL 21-2926

Uitspraakdatum: 5 maart 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de besloten vennootschap

TUI Airlines Nederland B.V.

gevestigd te Oude Meer

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 februari 2019 vervoeren van Gran Canaria (Spanje) naar Eindhoven Airport, met vlucht OR596 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vlucht is met een vertraging van 17 uur en 48 minuten uitgevoerd.

2.3.

De passagiers zijn niet met de vlucht meegevlogen. Zij hebben zelf alternatief vervoer geboekt.

2.4.

De passagiers hebben schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 850,02, vermeerderd met de wettelijke rente;
- € 181,50 dan wel € 154,28 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij als gevolg van de langdurige vertraging genoodzaakt waren om extra kosten te maken. Deze extra kosten bestaan uit een vervangende vlucht van Gran Canaria naar Brussel Airport (€ 398,22), een huurauto van Brussel Airport naar Eindhoven Airport (€ 447,70) en maaltijden (€ 7,10). De passagiers stellen dat de vervoerder gehouden is de extra gemaakte kosten te vergoeden.

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft de passagiers op 10 februari 2019 om 12:10 uur (lokale tijd) van de langdurige vertraging op de hoogte gesteld. Volgens de passagiers bleek op dat moment dat de passagiers onvoldoende medicijnen bij zich hadden om nog langer in Spanje te blijven. Omdat één van de passagiers van medicatie afhankelijk is, waren de passagiers naar eigen zeggen genoodzaakt om onmiddellijk alternatief vervoer naar Eindhoven te organiseren. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, de omstandigheid dat de passagier(s) onvoldoende medicatie bij zich hadden niet aan de vervoerder kan worden tegengeworpen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om met voldoende medicatie op reis te gaan, en daarbij rekening te houden met eventuele onvoorziene omstandigheden. De vlucht is met vertraging uitgevoerd en er was plaats aan boord beschikbaar voor de passagiers. Dat de passagiers van de vlucht hebben afgezien, valt binnen hun eigen risicosfeer. De vordering wordt afgewezen.

4.3.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nasalaris voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter