Verbintenissenrecht
Indien enkel de overige (niet-buitengewone) vertraging zich had voorgedaan, hadden de passagiers hun…
Rechtbank Noord-Holland, 2 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:4179 · Rechtbank Noord-Holland · 2 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-4179
Zaakgegevens
Op 2 april 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 2 april 2025
- Datum publicatie
- 16 april 2025
- Zaaknummer
- 10914502 \ CV EXPL 24-864
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:4179
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Indien enkel de overige (niet-buitengewone) vertraging zich had voorgedaan, hadden de passagiers hun aansluitende vlucht nog kunnen halen. De vertraging op de eindbestemming is aldus het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10914502 \ CV EXPL 24-864
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 maart 2023 vervoeren van Barcelona (Spanje) via Amsterdam naar Gdansk (Polen).
Vlucht HV5134 van Barcelona naar Amsterdam (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Gdansk gemist.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vaststaat dat de vlucht met 1 uur en 27 minuten vertraging in Amsterdam is aangekomen. Airhelp heeft niet betwist dat daarvan 1 uur en 1 minuut te wijten zijn aan (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De ‘overige’ (niet buitengewone) vertragingsoorzaken hebben tot een gezamenlijke vertragingsduur van 26 minuten geleid.
De kantonrechter stelt vast dat de vervoerder bij het plannen van zijn vluchten rekening heeft gehouden met een ‘buffer’ van 1 uur en 5 minuten (bovenop de minimale connectietijd van 40 minuten). Dat betekent dat indien enkel de ‘overige’ vertraging zich had voorgedaan, de passagiers hun aansluitende vlucht nog hadden kunnen halen. Hieruit volgt dan ook dat de uiteindelijke vertraging op de eindbestemming het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De passagiers zijn met minder dan 24 uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Gdansk. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Airhelp worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter