Verbintenissenrecht

Indien de buitengewone vertraging zich niet had voorgedaan, zouden de passagiers alsnog onvoldoende tijd…

Rechtbank Noord-Holland, 9 april 2025

Zaakgegevens

Op 9 april 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
9 april 2025
Datum publicatie
16 april 2025
Zaaknummer
11009643 \ CV EXPL 24-2033
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:4185
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Indien de buitengewone vertraging zich niet had voorgedaan, zouden de passagiers alsnog onvoldoende tijd hebben gehad om hun aansluitende vlucht te halen. De vertraging op de eindbestemming is aldus niet het gevolg van buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11009643 \ CV EXPL 24-2033

Uitspraakdatum: 9 april 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn

eiseres

hierna te noemen: Airhelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. L. Kloot

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 september 2023 vervoeren van Sevilla (Spanje) via Amsterdam naar New York (Verenigde Staten).

2.2.

Vlucht HV6728 van Sevilla naar Amsterdam (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht gemist.

2.3.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.4.

De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.

3. Het geschil

3.1.

Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vaststaat dat de vlucht met 1 uur en 17 minuten vertraging uit Sevilla is vertrokken. Airhelp heeft niet betwist dat daarvan 30 minuten te wijten zijn aan (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Tijdens de vlucht is een deel van de vertraging ingelopen, zodat de vlucht met 56 minuten vertraging is aangekomen op de luchthaven Schiphol. In deze stand van zaken wordt de aankomstvertraging voor de duur van 30 minuten aangemerkt als het gevolg van buitengewone omstandigheden. De ‘overige’ (niet buitengewone) vertragingsoorzaken hebben aldus tot een gezamenlijke vertragingsduur van 26 minuten geleid.

4.3.

De kantonrechter stelt vast dat de vervoerder bij het plannen van zijn vluchten rekening heeft gehouden met een overstaptijd van 75 minuten. Indien de buitengewone vertraging van 30 minuten zich niet had voorgedaan, zouden de passagiers 45 minuten hebben gehad om hun aansluitende vlucht naar New York te halen. Dit is gelet op de minimale overstaptijd van 50 minuten onvoldoende. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging op de eindbestemming is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden.

4.4.

De kantonrechter komt niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. De vordering van Airhelp tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging op de eindbestemming, worden toegewezen.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 372,00;
salaris gemachtigde € 408,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter