Verbintenissenrecht
Toepassing van artikel 7 lid 2 onder c van de Verordening. De verschuldigde compensatie wordt met 50% verminderd.
Rechtbank Noord-Holland, 30 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:5592 · Rechtbank Noord-Holland · 30 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-5592
Zaakgegevens
Op 30 april 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 30 april 2025
- Datum publicatie
- 21 mei 2025
- Zaaknummer
- 10847559 \ CV EXPL 23-8263
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5592
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toepassing van artikel 7 lid 2 onder c van de Verordening. De verschuldigde compensatie wordt met 50% verminderd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10847559 \ CV EXPL 23-8263
Uitspraakdatum: 30 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 18 maart 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol via Londen Heathrow (Verenigd Koninkrijk) naar Meenambakkam Chennai (India), met vluchten BA429 en BA35.
De vervoerder heeft vlucht BA429 geannuleerd. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht van Amsterdam naar Londen, namelijk vlucht BA423.
De passagier is vervolgens vanuit Londen met de oorspronkelijk geboekte vlucht BA35 naar India gevlogen. Zij is daar zonder vertraging aangekomen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
3 Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op haar paspoort. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
De vervoerder heeft aangevoerd dat er op grond van artikel 7 lid 2 onder c van de Verordening aanleiding bestaat om het in lid 1 van dat artikel genoemde compensatiebedrag met 50% te verminderen. Airhelp heeft dit niet betwist, zodat een bedrag van € 300,- aan compensatie zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onweersproken toewijsbaar.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Airhelp stelt dat zij de vervoerder op 18 april 2023 via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan (final demand). Airhelp heeft deze aanmaning echter niet in het geding gebracht. Het is dan ook niet gebleken dat Airhelp deze aanmaning daadwerkelijk heeft verstuurd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Airhelp door haar werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 maart 2023 tot de dag van de betaling;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter