Verbintenissenrecht
Luchtvaart. EPGV. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt, omdat de vertraging is ontstaan door…
Rechtbank Noord-Holland, 8 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:7189 · Rechtbank Noord-Holland · 8 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2025-7189
Zaakgegevens
Op 8 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 8 januari 2025
- Datum publicatie
- 27 juni 2025
- Zaaknummer
- 10898084 \ CV FORM 24-694
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:7189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. EPGV. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt, omdat de vertraging is ontstaan door beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding. Na aftrek van de door de buitengewone omstandigheden veroorzaakte vertraging resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10898084 \ CV FORM 24-694
Uitspraakdatum: 8 januari 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
procederend in persoon
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TAP Air Portugal,
gevestigd te Lissabon
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A);
-
het correctieformulier (formulier B);
-
het antwoordformulier (formulier C).
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers moest vervoeren van Amsterdam naar Lissabon op 9 april 2022, hierna: de vlucht.
De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde vertraging. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3 Het verzoek en het verweer
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van € 800,00 en de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).
De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.
De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van 3 uur en 16 minuten zijn aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel de compensatie als bedoeld in de Verordening moet voldoen. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht een vertraging van 49 minuten opgelopen door restricties die werden opgelegd door de luchtverkeersleiding. Deze restricties van de luchtverkeersleiding kunnen naar het oordeel van de kantonrechter worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid. Wanneer een vlucht één of meerdere restricties opgelegd krijgt heeft deze vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De reden voor het opleggen van restricties door de luchtverkeersleiding is in beginsel niet relevant voor de kwalificatie als buitengewone omstandigheid. Een gewijzigd slot moet immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering. Uit de door de vervoerder overgelegde stukken blijkt dat de luchtverkeersleiding de restricties heeft opgelegd vanwege ‘ATC EN-ROUTE DEMAND/CAPACITY’ (code 81). Hieruit volgt dat de restricties niet door toedoen van de vervoerder zijn opgelegd. Aldus levert een vertraging van 49 minuten een buitengewone omstandigheid op.
De kantonrechter heeft geen redenen eraan te twijfelen dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen.
Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden maar ook door andere omstandigheden, dient de vertraging die valt toe te rekenen aan buitengewone omstandigheden te worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht. Gelet op dit arrest moet de totale aankomstvertraging te Lissabon van 3 uur en 16 minuten worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheid te wijten is, namelijk 49 minuten. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering van de passagiers zal om die reden worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open