Verbintenissenrecht

Luchtvaart; van vertraging op de eindbestemming vanwege vertraging van de vlucht is geen sprake

Rechtbank Noord-Holland, 2 juli 2025

Zaakgegevens

Op 2 juli 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
2 juli 2025
Datum publicatie
4 juli 2025
Zaaknummer
11306805
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:7447
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; van vertraging op de eindbestemming vanwege vertraging van de vlucht is geen sprake

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11306805 \ CV EXPL 24-6494

Uitspraakdatum: 2 juli 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:


de vennootschap naar het recht harer vestiging

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap

Egyptair Airlines Company

gevestigd te Caïro (Egypte)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 3 mei 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Entebbe Airport (Oeganda), met de vluchtcombinatie MS758 en MS837.

2.2.

Vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) is uitgevoerd, maar de passagier is niet meegevlogen.

2.3.

De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.

2.4.

AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de nakosten.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat de passagier niet aan boord van de vlucht naar haar eindbestemming is gevlogen. De vervoersovereenkomst is namelijk gewijzigd, waardoor de passagier is omgeboekt op vluchten van Kenya Airways, aldus de vervoerder. AirHelp heeft dit niet betwist, zodat dit is komen vast te staan. Van vertraging op de eindbestemming vanwege vertraging van de vlucht is derhalve geen sprake. De overige verweren behoeven dan ook geen bespreking meer.

4.3.

Gelet op het voorgaande zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden afgewezen. De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening.