Verbintenissenrecht

Eindvonnis onderwijszaak. De eisende partij refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Het…

Rechtbank Noord-Holland, 15 januari 2025

Zaakgegevens

Op 15 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
15 januari 2025
Datum publicatie
24 juli 2025
Zaaknummer
11126726 CV EXPL 24-3432
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:8473
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eindvonnis onderwijszaak. De eisende partij refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Het incassobeding wordt vernietigd als gevolg waarvan de incassokosten worden afgewezen. De rest van de vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11126726 \ CV EXPL 24-3432

Uitspraakdatum: 15 januari 2025

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Amsterdam-Flevoland

te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van het incassobeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. Bij akte heeft de eisende partij zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

Dit betekent dat artikel 4.11 van de algemene voorwaarden wordt vernietigd. Dat heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

2.3.

De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat de hoofdsom en de (vervallen) wettelijke rente toewijsbaar zijn.

2.4.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

Zaaknr/rolnr.: 11126726 \ CV EXPL 24-3432 datum uitspraak: 15 januari 2025

blad 2

[afbeelding niet beschikbaar]

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van€ 242,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over€ 236,50 vanaf 6 mei 2024 tot de dag van de volledige betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 137,39

griffierecht € 130,00 salaris gemachtigde € 40,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter