Verbintenissenrecht
Huur woonruimte. De kantonrechter verklaart zich op grond van artikel 103 Rv relatief onbevoegd om van het…
Rechtbank Noord-Holland, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10100 · Rechtbank Noord-Holland · 1 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-10100
Zaakgegevens
Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Datum publicatie
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12018030 \ CV EXPL 25-8519
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:10100
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huur woonruimte. De kantonrechter verklaart zich op grond van artikel 103 Rv relatief onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12018030 \ CV EXPL 25-8519
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser]
wonende te [plaats 1] (Hong Kong)
eisende partij in conventie
verwerende partij in reconventie
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. A. Martijn
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
gedaagde partij in conventie
eisende partij in reconventie
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: [gemachtigde]
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende (proces)stukken:
-
de dagvaarding van 8 december 2025 met producties 1 t/m 14;
-
de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 11 maart 2026 met producties 1 t/m 26;
-
het tussenvonnis van 8 april 2026 waarin een zitting is bepaald op 7 juli 2026;
-
de conclusie van antwoord in reconventie met producties 15 t/m 23, ontvangen op 26 juni 2026;
-
de “pleitnota, inclusief nieuwe aanvullende stukken” van [gedaagde], met 4 producties, ontvangen op 26 juni 2026.
Aan partijen is op voorhand medegedeeld dat de zitting van 7 juli 2026 niet doorgaat. Hierna wordt uitgelegd waarom.
2 De beoordeling
De kantonrechter heeft ambtshalve geconstateerd dat hij niet bevoegd is om deze zaak te behandelen. Het geschil betreft namelijk een huurwoning in [plaats 3]. Uit de wet volgt dat in dit soort zaken uitsluitend de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning gelegen is bevoegd is. Omdat [plaats 3] valt onder het arrondissement van rechtbank Amsterdam is uitsluitend de kantonrechter te Amsterdam bevoegd. De zaak worden daarom verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam in de stand waarin het geding zich bevindt.
De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
3 De beslissing
De kantonrechter
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam,
wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.