Verbintenissenrecht

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd omdat het risico bestond dat de brandstof die in het vliegtuig was…

Rechtbank Noord-Holland, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
K/4102/11751866
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:10160
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd omdat het risico bestond dat de brandstof die in het vliegtuig was getankt verontreinigd was. Dit is een buitengewone omstandigheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11751866 / CV EXPL 25-3873

Uitspraakdatum: 22 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

5. [eiser 5],

6. [eiser 6],
allen wonende te [plaats 1],

7. [eiser 7],

8. [eiser 8],
beiden wonende te [plaats 2],

9. [eiser 9], wonende te [plaats 3],

10. [eiser 10], wonende te [plaats 4],

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: Aviclaim
rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. G.I. Niesert

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 april 2024 vervoeren van Rotterdam naar Faro (Portugal), met vlucht HV6093 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vlucht(en) waarmee zij vertraagd op hun eindbestemming zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op het verweer van de vervoerder wordt onder de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht is geannuleerd in verband met een probleem in de brandstoflevering door Shell (de brandstofleverancier van Schiphol), als gevolg waarvan de vlucht om veiligheidsredenen niet kon worden uitgevoerd.

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat, door een fout van Shell, het risico bestond dat de brandstof die in het vliegtuig was getankt verontreinigd was. De passagiers hebben onvoldoende gemotiveerd betwist dat verontreinigde brandstof ernstige problemen kan veroorzaken voor vliegtuigmotoren, waaronder in het ergste geval stilstand van de motor. Het kan dan ook niet van de vervoerder worden verwacht dat hij met (mogelijk) verontreinigde brandstof in zijn tank vertrekt. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het laten testen van de brandstof meer dan drie uur zou duren. De vervoerder heeft daarom in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen om de vlucht te annuleren. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.

4.3.

Resteert de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. In het onderhavige geval zijn de passagiers met minder dan 24 uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat alternatief aangeboden vlucht(en) geen redelijke maatregelen vormen. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer had kunnen nemen. De passagiers hebben in dit verband ook niets gesteld. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen.

4.4.

De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

720,00

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van de passagiers af,

5.2.

veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

De griffier De kantonrechter