Verbintenissenrecht
Koop tweedehands auto. Auto blijkt gebreken te hebben. Sprake van consumentenkoop. Koper vordert de…
Rechtbank Noord-Holland, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:13166 · Rechtbank Noord-Holland · 14 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-13166
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 september 2026
- Zaaknummer
- K/4102/12231135
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:13166
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Koop tweedehands auto. Auto blijkt gebreken te hebben. Sprake van consumentenkoop. Koper vordert de herstelkosten. Gedaagde stelt in eerste instantie dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard. Dit verweer faalt. De gevorderde herstelkosten worden toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12231135 \ CV EXPL 26-3211
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,
tegen
USED PRODUCTS BEVERWIJK B.V.,
te Beverwijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Used Products,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 juli 2026
- de nadere producties van de zijde van [eiser]
- de nadere producties van de zijde van Used Products
- de mondelinge behandeling van 17 september 2026, tijdens welke zitting namens [eiser] het woord gevoerd is aan de hand van pleitnotitie en van welke zitting de griffier heeft bijgehouden wat er is besproken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Used Products is een winkel in nieuwe en gebruikte producten. De heer [betrokkene 1] ([betrokkene 1]) is één van de aandeelhouders in de vestiging Beverwijk.
[betrokkene 1], dan wel zijn partner, was eigenaar van een auto, Peugeot 3008 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). Hij wilde deze auto verkopen. Een medewerker van Used Products, [betrokkene 2], wilde de auto kopen maar kon dit niet financieren. Vervolgens heeft [betrokkene 1] [betrokkene 2] verzocht de verkoop van de auto voor hem te regelen.
Voor de verkoop van de auto is een advertentie geplaatst op Marktplaats op naam van Used Products.
[eiser] had interesse voor de auto en heeft – via de chatfunctie binnen Marktplaats - gereageerd op de advertentie. Na een telefonische afspraak heeft hij de auto bij het woonadres van [betrokkene 2] bekeken. Er is een koopovereenkomst tot stand gekomen op 1 oktober 2025. [eiser] heeft voor de auto € 11.000,00 betaald op de bankrekening van Used Products.
Een dag na de aankoop heeft [eiser] de auto laten controleren bij zijn garage. Daarbij werd geconstateerd dat sprake was van een lekke koppakking. Ook werd vermoed dat er een scheurtje kon zitten in het motorblok. [eiser] werd verteld dat reparatiekosten wel rond de € 6.000,- konden gaan bedragen en hij kreeg het advies de auto na te laten kijken bij een erkende Peugeot dealer.
[eiser] heeft [betrokkene 2] via een whatsappbericht geïnformeerd over het geconstateerde gebrek en de mogelijke herstelkosten en hem verzocht met een voorstel te komen voor een oplossing. [betrokkene 2] antwoordde dat hij geen problemen had ervaren met de auto en dat sprake was van een particuliere verkoop, waarbij de koper de auto koopt in de staat waarin deze zich bevindt.
Op 7 oktober 2025 heeft [eiser] de auto laten nakijken bij een Peugeot dealer. Uit dit onderzoek kwam onder meer naar voren dat sprake was van een lekke koppakking, versleten klepseals en zuigerveren en van zeer hoog olieverbruik. De herstelkosten werden geraamd op € 6.237,74. Ook bleek de enige bijgeleverde sleutel incompleet te zijn omdat het mechanische gedeelte ontbrak.
Op 10 oktober 2025 heeft [eiser] bij aangetekende brief zowel Used Products als [betrokkene 2] aansprakelijk gesteld voor de gebreken aan de auto en verzocht om binnen 14 dagen na de datum van de brief met een passende oplossing te komen, hetzij door de auto terug te nemen en de koopsom terug te betalen en de extra gemaakte kosten te vergoeden hetzij door de reparatiekosten volledig te vergoeden. [eiser] heeft daarbij aangekondigd dat als binnen de gestelde termijn geen passende oplossing zou worden geboden hij de koopovereenkomst via de rechter zal laten ontbinden. In reactie op de brief is geen voorstel gedaan voor een passende oplossing. Wel heeft [betrokkene 2] [eiser] op whatsapp geblokkeerd zodat hij langs die weg geen contact meer met hem kon opnemen.
Van de garage kreeg [eiser] het advies niet langer met de auto door te rijden omdat het risico bestond dat de auto zou stilvallen tijdens het rijden op de snelweg door het wegvallen van de oliedruk.
[eiser] heeft zich gewend tot de Rechtsagent. Zijn gemachtigde heeft Used Products op 31 oktober 2025 aangeschreven met de keuze om mee te werken aan ontbinding van de koopovereenkomst of compensatie te bieden voor de herstelkosten. Used Products heeft op deze brief niet gereageerd.
In een brief van 22 december 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Used Products laten weten dat [eiser] de auto inmiddels heeft laten herstellen voor een bedrag van € 4.925,86 en haar verzocht deze kosten aan [eiser] te vergoeden. Ook op deze brief heeft Used Products niet gereageerd.
In een brief van 26 januari 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] Used Products nogmaals een sommatie gestuurd om over te gaan tot betaling van de herstelkosten, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook op deze sommatie heeft Used Products niet gereageerd.
3 Het geschil
[eiser] vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat hij rechtmatig een beroep heeft gedaan op artikel 7:21 lid 6 onder a BW en Used Products veroordeelt tot betaling aan [eiser] van € 4.925,86, te vermeerderen met wettelijke rente, € 747,28 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 220,00 voor herstelkosten van de sleutel, een en ander met veroordeling van Used Products in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.
[eiser] stelt dat Used Products hem een auto verkocht heeft die gelet op de mededelingen van Used Products als verkoper niet voldeed aan de overeenkomst en aan wat [eiser] van de auto mocht verwachten. Hij stelt dat hij met de auto niet veilig aan het verkeer kon deelnemen als gevolg van een aan de auto klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kon worden ontdekt of vastgesteld. Hij heeft Used Products in de gelegenheid gesteld met een voorstel te komen maar, toen enig voorstel uitbleef, de auto op grond van artikel 7:21 lid 6 onder a BW door een derde laten herstellen. Volgens [eiser] moet Used Products als verkoper die kosten aan hem vergoeden.
Used Products voert verweer. In de eerste plaats stelt zij dat zij geen partij is geweest bij de koopovereenkomst en daarom niet aansprakelijk kan worden gehouden, zodat [eiser] niet kan worden ontvangen in zijn vordering. Voor het geval de kantonrechter daar niet in meegaat voert zij aan dat niet is komen vast te staan dat zij voor de verkoop bekend was of behoorde te zijn met de gestelde motorschade. Daarnaast betwist zij de (omvang van de) gestelde schade omdat zij de gestelde schade niet zelf voorafgaand aan het herstel heeft gezien. Used Products concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
De kantonrechter gaat hierna, voor zover nodig, nader in op de stellingen van partijen.
4 De beoordeling
Heeft [eiser] de juiste partij gedagvaard?
Het meest verstrekkende verweer van Used Products is dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard, omdat niet Used Products maar [betrokkene 1] in privé de auto verkocht heeft. Dit verweer faalt. Dit baseert de kantonrechter op de volgende feiten en omstandigheden.
Used Products heeft betwist dat zij een advertentie had geplaatst op Marktplaats voor de auto en heeft aangevoerd dat [eiser] dit met de door hem overgelegde stukken ook niet heeft aangetoond. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij geen afschrift van de betreffende advertentie kan opvragen bij Marktplaats omdat alleen degene die de advertentie heeft geplaatst dat kan doen, maar dat hij wel kan aantonen dat hij via de chatfunctie binnen Marktplaats heeft gereageerd op de advertentie. De partner van [eiser], De Waard, heeft tijdens de zitting de betreffende berichten op haar telefoon laten zien aan de kantonrechter en aan de wederpartij. In het getoonde chatgesprek reageert [eiser] op een advertentie van Used Products voor de auto en zegt dat hij geïnteresseerd is in de Peugeot 3008 uit de advertentie. Vervolgens heeft [eiser] telefonisch contact gehad via het bij de advertentie vermelde telefoonnummer met de winkel van Used Products in Beverwijk. In dat telefoongesprek heeft [eiser] aangegeven dat hij uit Brabant moest komen, dat hij heel erg geïnteresseerd is in de auto, maar dat het hem niet lukte om voor sluitingstijd in Beverwijk te zijn en dat hij ook de volgende dag verhinderd was om naar Beverwijk te komen. Vervolgens heeft Used Products voorgesteld dat [eiser] de auto ‘s avonds zou kunnen komen bekijken bij het huisadres van [betrokkene 2], een medewerker van Used Products. [eiser] en zijn partner hebben die avond bij [betrokkene 2] de auto bekeken en [betrokkene 2] heeft vervolgens telefonisch overleg gevoerd met ‘zijn compagnon’ over de prijs voor de auto. [eiser] moest het geld overmaken op de bankrekening van Used Products en dat heeft hij ook gedaan. [betrokkene 1] heeft deze gang van zaken niet betwist, maar aangevoerd dat het geld vervolgens niet aan Used Products ten goede is gekomen, maar direct is doorgestort naar zijn partner omdat het haar auto was. Dit doet echter niet af aan de hiervoor geschetste gang van zaken, waardoor [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij de auto kocht via Used Products. [eiser] kan dan ook worden ontvangen in zijn vordering ingesteld tegen Used Products.
Was er sprake van non-conformiteit van de auto?
Vervolgens moet worden beoordeeld of de auto voldeed aan hetgeen [eiser] daarvan mocht verwachten. Daarbij is het volgende van belang. Na de koop op 1 oktober 2025 heeft [eiser] [betrokkene 2] op zijn verzoek bij het station afgezet. [betrokkene 2] zei toen tegen [eiser] dat hij de motor even moest laten lopen om hem te ‘smeren’. [eiser] heeft de auto op 2 oktober 2025 laten nakijken bij een garage in zijn woonomgeving. Daarbij werd geconstateerd dat sprake was van een lekke koppakking en dat er mogelijk sprake was van een scheurtje in het motorblok, wat zou kunnen leiden tot een dure reparatie en [eiser] kreeg het advies de auto te laten nakijken bij een Peugeot garage. De auto is op 7 oktober 2025 onderzocht bij een Peugeot garage en daarbij werden meerdere gebreken geconstateerd. [eiser] kreeg vervolgens het advies niet meer met de auto de weg op te gaan omdat het gevaar bestond dat de auto zou stilvallen bij het rijden op de snelweg door het wegvallen van de oliedruk.
Gelet op de aard van het gebrek, waardoor [eiser] met de auto niet veilig aan het verkeer kon deelnemen en het feit dat het gebrek zeer kort na de koop werd geconstateerd, is voldoende aannemelijk geworden dat dit gebrek al aanwezig was ten tijde van de verkoop van de auto. [eiser] hoefde met een dergelijk gebrek geen rekening te houden en hij hoefde niet te verwachten dat hij binnen een week na aankoop geconfronteerd zou worden met de noodzaak van een dure reparatie aan de auto. Dit betekent dat de auto niet voldeed aan hetgeen [eiser] daarvan ten tijde van de koop op grond van de mededelingen van de verkoper mocht verwachten en dat sprake was van non-conformiteit.
Maakt [eiser] terecht aanspraak op betaling van de herstelkosten?
Hiervoor is al geoordeeld dat [eiser] de auto via Used Products heeft gekocht. [eiser] handelde niet vanuit zijn beroep of bedrijf, zodat [eiser] consument is in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In artikel 7:21 lid 6 BW is bepaald dat als bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, de koper bevoegd is het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen. Daarbij is het niet van belang of de verkoper bekend was met enig gebrek aan het verkochte. [eiser] heeft een dag na de aankoop [betrokkene 2], die functioneerde als tussenpersoon bij de verkoop, via whatsapp geïnformeerd over de geconstateerde gebreken aan de auto. [eiser] heeft verklaard dat hij ook gebeld heeft met Used Products hierover. Dit is niet weersproken. Toen Used Products niet met een voorstel kwam voor een oplossing heeft hij zowel Used Products als [betrokkene 2] bij aangetekende brief van 10 oktober 2025 gevraagd binnen 14 dagen met een voorstel te komen voor een oplossing. Hierop is door Used Products niet gereageerd. [betrokkene 1] heeft ter zitting betwist dat Used Products deze aangetekende brief heeft ontvangen, maar dit verweer kan Used Products niet helpen. Ter zitting is voldoende komen vast te staan dat [betrokkene 2] de brief heeft ontvangen en hierover met [betrokkene 1] heeft gesproken. [betrokkene 1] was er ook mee bekend dat de inhoud van de brief aanleiding was voor [betrokkene 2] om [eiser] op whatsapp te blokkeren. Deze bekendheid van [betrokkene 1] kan worden toegerekend aan Used Products omdat [betrokkene 1] aandeelhouder is van Used Products. Daarnaast geldt dat Used Products door de gemachtigde van [eiser] bij brief van 31 oktober 2025 (nogmaals) is gesommeerd om met een oplossing te komen, zodat zij in ieder geval vanaf die datum rechtstreeks op de hoogte was. Ook toen heeft zij echter geen voorstel gedaan om [eiser] tegemoet te komen binnen de gestelde termijn. Omdat enige reactie uitbleef stond het [eiser] vrij om de auto door derden te laten herstellen en deze kosten terug te vorderen van de verkoper van de auto, Used Products.
Hoe hoog is het schadebedrag?
[eiser] heeft een hoofdsom gevorderd van € 4.925,86 voor de herstelkosten. Used Products heeft de hoogte van het gevorderde schadebedrag betwist. Daarbij heeft zij verklaard dat zij niet bekend was met gebreken aan de auto en dat zij niet weet of de gemaakte kosten wel noodzakelijk waren. Dit verweer faalt. Used Products heeft ervoor gekozen niet op berichten van [eiser] over de gebreken aan de auto te reageren. Daarmee heeft zij de kans voorbij laten gaan om de geconstateerde gebreken aan de auto voorafgaande aan herstel te bekijken. Used Products is gehouden de herstelkosten te betalen. [eiser] heeft de facturen van de door hem gemaakte kosten met betrekking tot de auto overgelegd en ter zitting nader toegelicht zodat hij de hoogte van het gevorderde bedrag voldoende heeft onderbouwd en het bedrag kan worden toegewezen.
Verder heeft [eiser] een bedrag van € 220,00 gevorderd voor het plaatsen van het mechanische gedeelte in de sleutel. Used Products heeft niet weersproken dat het mechanische gedeelte ontbrak uit de sleutel. Ook dit bedrag is toewijsbaar.
De gevorderde wettelijke rente over deze bedragen wordt telkens toegewezen zoals gevorderd.
Buitengerechtelijke incassokosten
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering baseert hij op de herstelkosten ad € 4.925,86. Het gevorderde bedrag van € 747,28 (inclusief btw) komt overeen met het bedrag waarop [eiser] aanspraak kan maken overeenkomstig de vastgestelde normering in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag zal worden toegewezen.
Proceskosten
Used Products is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,67 |
|
|
- griffierecht |
€ |
265,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
720,00 |
(2 punten × € 360,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.284,67 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Used Products om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.925,86, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Used Products om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van € 220,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Used Products om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van € 747,28 voor de buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt Used Products in de proceskosten van € 1.284,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Used Products niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. E.L. Grosheide en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026. |
||