Verbintenissenrecht

Luchtvaart. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. Zij heeft…

Rechtbank Noord-Holland, 25 februari 2026

Zaakgegevens

Op 25 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
25 februari 2026
Datum publicatie
26 februari 2026
Zaaknummer
11667813 \ CV EXPL 25-2637
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1943
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. Zij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een passagier het vorderingsrecht daartoe aan haar heeft overgedragen. De vordering wordt toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11667813 \ CV EXPL 25-2637

Uitspraakdatum: 25 februari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap Royal Air Maroc

gevestigd te Casablanca, Marokko

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)

De zaak in het kort

AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. Zij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een passagier het vorderingsrecht daartoe aan haar heeft overgedragen. De vordering wordt toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 27 mei 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Casablanca, Marokko, met vlucht AT851 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan haar heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht (geldig) heeft overgedragen aan AirHelp. Hij betwist de echtheid van de handtekening op de door AirHelp overgelegde cessieakte. Hij voert aan dat de handtekening op de cessieakte verschilt van de handtekening op het paspoort van de passagier.

4.3.

Dit verweer slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft AirHelp met het overleggen van de boekingsbescheiden en het kopie van het paspoort van de passagier voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de handtekening door de passagier is gezet. Daarmee heeft zij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan haar heeft overgedragen.

4.4.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. De vervoerder heeft geen ander verweer gevoerd tegen de gevorderde hoofdsom. Daarom zal de vordering tot compensatie worden toegewezen.

4.5.

AirHelp heeft wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het gaat hier om een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van AirHelp – waar hierna op in zal worden gegaan – doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 27 mei 2024. Dat is de datum waarop de passagier op de eindbestemming had moeten aankomen.

4.6.

AirHelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. AirHelp heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

4.7.

Tot slot stelt de vervoerder dat de proceskosten moeten worden gecompenseerd. Hij voert aan dat deze procedure had kunnen worden voorkomen omdat hij in de buitengerechtelijke fase al aan AirHelp heeft aangeboden de compensatie te voldoen. Daaraan heeft hij wel de voorwaarde verbonden dat AirHelp hem een door de passagier getekend formulier zou toezenden waarin de passagier verklaart de vervoerder finale kwijting te verlenen in dit geschil. AirHelp heeft dit formulier echter niet toegestuurd. Daarmee is deze procedure onnodig aanhangig gemaakt, aldus de vervoerder.

4.8.

AirHelp heeft daar tegenin gebracht dat zij het getekende formulier twee keer aan de vervoerder heeft verzonden. De vervoerder betwist dat hij het formulier heeft ontvangen.

4.9.

De kantonrechter oordeelt dat AirHelp, vanwege de betwisting door de vervoerder, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat zij het formulier voorafgaand aan de procedure aan de vervoerder heeft toegestuurd en dat de vervoerder het formulier heeft ontvangen. Weliswaar heeft zij bij conclusie van repliek het getekende formulier overgelegd maar daaruit blijkt niet dat het ook daadwerkelijk aan de vervoerder is verzonden of dat deze het heeft ontvangen. Dit blijkt evenmin uit de overgelegde e-mail, wat een intern verzonden bericht lijkt te zijn dat betrekking heeft op andere passagiers. AirHelp heeft niet weersproken dat de vervoerder zou hebben betaald als hij het formulier zou hebben ontvangen. Daarmee is deze procedure onnodig aanhangig gemaakt. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 mei 2024;

5.2.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt

5.3.

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 sub a van de Verordening.