Verbintenissenrecht
Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3497 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-3497
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 11590532 \ CV EXPL 25-1645
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3497
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van Londen. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11590532 \ CV EXPL 25-1645
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2]
3. [eiser 3]
allen wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: A.E. Spaan L.L.B. (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van Londen. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 februari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Londen, Verenigd Koninkrijk, met vlucht BA431 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
Volgens de vervoerder was de annulering van de vlucht het gevolg van een capaciteitsbeperking op de luchthaven Londen Heathrow. Deze capaciteitsbeperking werd door de luchtverkeersleiding ingesteld vanwege slecht zicht. Door de verminderde capaciteit van de luchthaven heeft de vervoerder tien rotatievluchten moeten annuleren, waarvan de vlucht in kwestie er één was.
De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn als de vervoerder aantoont dat hij, vanwege de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In dit geval is de vervoerder daarin geslaagd. Hij heeft voldoende onderbouwd dat er vanwege de capaciteitsbeperking een aantal vluchten geannuleerd moesten worden. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. De omstandigheid dat er bij het annuleren van specifieke vluchten mogelijk (ook) operationele overwegingen een rol hebben gespeeld en dat hij er (kennelijk) ook voor had kunnen kiezen om een andere vlucht te annuleren, maakt dit niet anders. Dit betekent dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerst beschikbare vlucht naar de eindbestemming. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de vervoerder hen had moeten omboeken naar een eerder alternatief van een andere luchtvaartmaatschappij.
Vast staat de vervoerder de passagiers heeft omgeboekt naar een door hemzelf uitgevoerd alternatieve vlucht, waarmee zij met ruim vier uur vertraging zijn aangekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij hen hiermee een redelijk alternatief geboden, ook als vast zou komen te staan dat er eerdere vluchten beschikbaar waren van andere luchtvaartmaatschappijen. Bovendien hebben de passagiers niet aangetoond dat er op de door hen genoemde vluchten ook plaats voor hen beschikbaar was. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien wat er meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen zullen worden afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de vervoerder, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter