Verbintenissenrecht
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3522 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-3522
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 11509371 \ CV EXPL 25-502
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3522
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat deze de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit kwam doordat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden had opgelegd aan een eerdere vlucht. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat dit besluit van de luchtverkeersleiding niet het gevolg was van eerdere omstandigheden waar hij wel invloed op had. De vordering wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11509371 \ CV EXPL 25-502
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats], Italië
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te London Luton Airport, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
De zaak in het kort
De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat deze de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit kwam doordat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden had opgelegd aan een eerdere vlucht. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat dit besluit van de luchtverkeersleiding niet het gevolg was van eerdere omstandigheden waar hij wel invloed op had. De vordering wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eiser.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 17 april 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht U24072 dan wel EZY4072 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij aantoont dat de annulering het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Venetië – Amsterdam – Venetië (vluchtnummers EZY4071 en EZY4072). Vlucht EZY4071 van Venetië naar Amsterdam kreeg een zodanig late vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding dat deze vlucht niet meer kon worden uitgevoerd ingaan voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. Het is niet toegestaan om daarna te landen. Daarom heeft de vervoerder zowel vlucht EZY4071 als de vlucht in kwestie geannuleerd. Ter onderbouwing heeft hij onder meer berichten van de luchtverkeersleiding en vluchtrapporten overgelegd.
De passagier betwist dit. Volgens hem blijkt uit de berichten van de luchtverkeersleiding dat de vertrektijd van vlucht EZY4071 is verlaat omdat de vervoerder zelf heeft aangegeven niet tijdig te kunnen vertrekken. Daarmee kon de vervoerder zelf invloed uitoefenen op de vertraging.
De vervoerder heeft daar bij dupliek tegenin gebracht dat het toestel dat vlucht EZY4071 uit zou voeren daarvóór nog de vlucht EJU4012 van Lyon naar Venetië moest uitvoeren. Vlucht EJU4012 kwam pas in Venetië aan ná de geplande vertrektijd van vlucht EZY4071. Daarom heeft hij de verwachte vertrektijd aangepast. Vervolgens heeft de luchtverkeersleiding latere vertrektijden aan vlucht EZY4071 opgelegd.
Het verweer slaagt niet. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder niets heeft gesteld over de duur en de oorzaken van de vertraging van vlucht EJU4012. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de vertraging van vlucht EJU4012 het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat in ieder geval een gedeelte van deze vertraging doorwerkte op vlucht EZY4071, waardoor vlucht EZY4071 de oorspronkelijke vertrektijd niet kon halen en dat de vervoerder daarom zelf de verwachte vertrektijd heeft aangepast. Vervolgens heeft de luchtverkeersleiding als gevolg daarvan latere vertrektijden aan het toestel opgelegd. De vervoerder heeft niet gesteld dat de luchtverkeersleiding ook latere vertrektijden zou hebben opgelegd aan vlucht EZY4071 als vlucht EJU4012 tijdig zou zijn aangekomen. Omdat de vertraging van vlucht EJU4012 niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden, geldt dit ook voor de annulering van vlucht EZY4071 en de vlucht in kwestie. De vordering zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 april 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;
griffierecht € 90,00;
salaris gemachtigde € 107,50;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter