Verbintenissenrecht
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder…
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3526 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-3526
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 11783067 \ CV EXPL 25-4452
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking en slechte weeromstandigheden op de luchthaven van Londen. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11783067 \ CV EXPL 25-4452
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
British Airways PLC
gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)
De zaak in het kort
De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking en slechte weeromstandigheden op de luchthaven van Londen. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2025, waarin deze zich onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft doorverwezen naar de rechtbank Noord-Holland;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 23 januari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Kaapstad, Zuid-Afrika, met vluchtcombinatie BA441 en BA59.
De vervoerder vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een capaciteitsbeperking en slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Londen. De passagier heeft dit niet betwist. Daarmee staat vast dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de passagier na de annulering heeft omgeboekt naar de eerst mogelijke alternatieve vluchtcombinatie.
De passagier betwist dit. Zij voert aan dat er een eerdere vlucht voor haar beschikbaar was van KLM. Hiermee zou zij uren eerder op de bestemming zijn aangekomen. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat er geen plaats meer was op deze vlucht. Bij de omboeking maakt hij gebruik van een automatisch systeem dat passagiers altijd omboekt op het snelste alternatief. De vlucht van KLM is niet uit dat systeem gekomen.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagier na de annulering heeft omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vluchtcombinatie naar de bestemming. Door alleen aan te voeren dat er ook een eerdere vlucht werd uitgevoerd, heeft de passagier dat onvoldoende gemotiveerd betwist. Uit het enkele gegeven dat er een andere vlucht op dat traject werd uitgevoerd blijkt immers niet zonder meer dat er op deze andere vlucht ook plaats voor de passagier beschikbaar was. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. De vordering zal worden afgewezen.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter