Verbintenissenrecht
Luchtvaart; verzet gegrond; geen reactie op verzetdagvaarding
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3616 · Rechtbank Noord-Holland · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-3616
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- 11845285
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3616
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; verzet gegrond; geen reactie op verzetdagvaarding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11845285 \ CV EXPL 25-5423
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
eisende partij in het verzet
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH Advocaten)
tegen
de buitenlandse vennootschap naar Duits recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
gedaagde in het verzet
hierna gezamenlijk te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verstekvonnis van 2 juli 2025;
- de verzetdagvaarding.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar King Fahad International Airport (Saoedi-Arabië) op 16 en 17 november 2024, met de vluchtcombinatie TK1954 en TK152.
De vervoerder heeft vlucht TK152 (hierna: de vlucht) geannuleerd.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
AirHelp heeft bij de inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp heeft haar vordering gebaseerd op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde, behalve de buitengerechtelijke incassokosten.
De vervoerder is tegen dit verstekvonnis in verzet gekomen. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder voert aan dat hij de passagiers reeds op 27 september 2024 heeft geïnformeerd over de annulering en dat hij daarom kan worden bevrijd van zijn compensatieverplichting. AirHelp heeft hier niet meer op gereageerd. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. De conclusie is dat het verzet gegrond is. Het verstekvonnis kan daarom niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog worden afgewezen.
AirHelp zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 2 juli 2025 in de zaak met zaaknummer 11704571 \ CV EXPL 25-3144;
wijst de vordering van AirHelp alsnog af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 217,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter