Verbintenissenrecht
Luchtvaart; Annulering. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone…
Rechtbank Noord-Holland, 25 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3866 · Rechtbank Noord-Holland · 25 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-3866
Zaakgegevens
Op 25 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 25 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 april 2026
- Zaaknummer
- 11330485 \ CV EXPL 24-6909
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3866
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; Annulering. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties door de luchtverkeersleiding en het nachtregime van luchthaven Amsterdam-Schiphol Airport. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11330485 \ CV EXPL 24-6909
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
easyJet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties door de luchtverkeersleiding en het nachtregime van luchthaven Amsterdam-Schiphol Airport. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 juli 2024 vervoeren van Venetië (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC4071 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht. Hierdoor zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Venetië-Parijs-Venetië-Amsterdam-Venetië (vluchtnummers EZY4007, EZY4008, EZY4071 en EZY4072). Alle vluchten, tot aan de vlucht in kwestie, liepen door besluiten van de luchtverkeersleiding vertragingen op, hetgeen blijkt uit de overgelegde stukken. Deze vertragingen werkten door op de vlucht in kwestie. Dit leidde ertoe dat de vlucht niet meer uitgevoerd kon worden. De bemanning was gestationeerd in Amsterdam. De vlucht na de vlucht in kwestie zou ook uitgevoerd moeten worden om de bemanning en het vliegtuig terug te vliegen naar de thuisbasis Amsterdam, zodat het programma van de volgende dag uitgevoerd kon worden. Het uitvoeren van de rotatie Venetië-Amsterdam-Venetië zou echter de avondklok van Schiphol hebben geschonden. De vlucht in kwestie moest daarom geannuleerd worden, aldus de vervoerder.
De passagiers betwisten dit. De vlucht in kwestie zou om 22:04 uur (lokale tijd) aankomen op luchthaven Schiphol. De avondklok voor arriveerde vluchten start om 23:00 uur (lokale tijd). De vlucht in kwestie zou dus niet de avondklok schenden. Er is geen sprake van buitengewone omstandigheden, omdat de vervoerder zelf de gevraagde vertrektijd (EOBT) heeft aangepast. De vertraging is dus hierdoor veroorzaakt en werkte door op de opvolgende vluchten. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vluchten slotrestricties opgelegd kregen, omdat hij niet de slotgeschiedenis van de vluchten heeft overgelegd.
De vervoerder voert verweer hiertegen. De luchtverkeersleiding heeft slotrestricties opgelegd aan de vluchten, waardoor de vervoerder de EOBT heeft moeten aanpassen en niet andersom zoals passagiers stellen. Daarnaast is er wel sprake van een avondklok op luchthaven Schiphol. Vluchten die na 21:00 UTC willen landen op Schiphol moeten een slotaanvraag hebben ingediend met een geldige reden. De vervoerder had geen nachtslot. Als de vlucht wel werd uitgevoerd, dan had de vervoerder een boete opgelegd gekregen. De vervoerder heeft een schermafbeelding overgelegd, waaruit blijkt dat er niet geland mag worden tussen 23:00 en 07:00 uur. Passagiers stellen daarom onterecht dat er wel geland mag worden binnen die periode, aldus de vervoerder.
De kantonrechter volgt de vervoerder niet in zijn verweer. De vlucht in kwestie zou de route Venetië-Amsterdam uitvoeren. Dat betekent dat deze vlucht de bemanning terug zou vervoeren naar hun thuisbasis. Niet de vlucht na de vlucht in kwestie. Verder heeft de vervoerder een schermafbeelding overgelegd waaruit blijkt dat de avondklok pas om 23:00 uur ingaat. Daarmee komt de stelling van passagiers dat de vlucht voor het ingaan van de avondklok zou aankomen op Schiphol vast te staan. De vervoerder heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 218,00;
salaris gemachtigde € 217,50;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter