Verbintenissenrecht

Luchtvaart; Vertraging. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone…

Rechtbank Noord-Holland, 11 maart 2026

Zaakgegevens

Op 11 maart 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
11 maart 2026
Datum publicatie
13 april 2026
Zaaknummer
11647580 \ CV EXPL 25-2367
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3875
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart; Vertraging. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een ‘gate change’. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11647580 \ CV EXPL 25-2367

Uitspraakdatum: 11 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Egyptair Airlines Company

gevestigd te Caïro (Egypte)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke (advocatenpraktijk Teke)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een ‘gate change’. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 30 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Caïro International Airport, naar Dar Es Salaam International Airport (Tanzania), met vluchtnummers MS758 en MS841.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor hebben de passagiers de overstap gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatie vlucht en zijn uiteindelijk met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De kantonrechter oordeelt dat de handtekeningen op de akte van cessies in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers in hun paspoort. Bovendien heeft de gemachtigde van de passagiers door het overleggen van de boardingpass, kopie van de paspoorten en de akte van cessies voldoende onderbouwd dat de handtekeningen afkomstig zijn van de passagiers. De gemachtigde van de passagiers heeft voldoende aangetoond dat zij gevolmachtigd is om compensatie te vorderen. De vordering wordt daarom ontvankelijk verklaard.

4.3.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kan worden.

4.4.

Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (vluchtnummers MS757 en MS758). De vlucht in kwestie is met een vertraging van 1 uur en 15 minuten aangekomen. De voorgaande vlucht (vlucht MS757) is met een vertraging van 24 minuten aangekomen. De vervoerder doet voor dit gedeelte van de vertraging geen beroep op buitengewone omstandigheden. Toen de vlucht in kwestie klaar stond om te vertrekken, kreeg de vlucht een andere gate toegewezen. De vlucht is daardoor 34 minuten later vertrokken. Ter onderbouwing heeft de vervoerder het vluchtrapport en de slotberichten overgelegd. De vervoerder doet alleen voor dit gedeelte van de vertraging een beroep op buitengewone omstandigheden. Als dit wordt afgetrokken van de algehele aankomstvertraging van 1 uur en 15 minuten, betekent dat de passagiers de overstap hadden gehaald. De vordering dient daarom te worden afgewezen.

4.5.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft met de overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende aangetoond dat de vlucht voor 34 minuten werd vertraagd door buitengewone omstandigheden, namelijk door het toegewezen krijgen van een andere gate vlak voor vertrek. De vervoerder dient altijd de besluiten van de luchtverkeersleiding op te volgen. Dit is niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening en ligt buiten de macht van een luchtvaartmaatschappij. Wanneer de luchtverkeersleiding besluit dat de vervoerder vanaf een andere gate moet vertrekken, heeft een vlucht niet de mogelijkheid om toch vanaf de eerder geplande gate te vertrekken. Nu vertraging van de vlucht deels door buitengewone omstandigheden en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, dient te worden vastgesteld of de passagiers hun aansluitende vlucht zou hebben gehaald zonder de buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van 1 uur en 15 minuten om 22:25 uur (lokale tijd) zijn aangekomen in Caïro. Zonder de buitengewone omstandigheden van 34 minuten zou de vlucht in kwestie dus om 21:51 uur (met een vertraging van 46 minuten) in Caïro zijn gearriveerd. Er is niks gesteld over de minimale connectietijd en de passagiers hebben ook niet betwist dat de overstap zonder de buitengewone omstandigheden haalbaar zou zijn. Het betoog van de vervoerder slaagt.

4.6.

De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de vlucht te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder voert aan dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen door de passagiers op de eerstvolgende alternatieve vlucht om te boeken, waarmee zij binnen 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. De passagiers hebben hier enkel tegen ingebracht dat de passagiers ook op eerdere vluchten had kunnen worden omgeboekt waarmee zij eerder op de eindbestemming zou zijn aangekomen. Dit betoog is door de passagiers op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering is niet toewijsbaar.

4.7.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter