Verbintenissenrecht

Herstelvonnis inzake proceskostenveroordeling

Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2026

Zaakgegevens

Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
13 april 2026
Zaaknummer
11810880 CV EXPL 25-4828
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis inzake proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 11810880 \ CV EXPL 25-4828

Verbetervonnis van 15 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. K. Dirlik,

tegen

PRÉ WONEN,

te Haarlem,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Pré Wonen,

procederend in persoon.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Op 23 februari 2026 heeft mr. K. Dirlik namens [eiser] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 11 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. [eiser] heeft verzocht om de proceskostenveroordeling te schrappen dan wel op nihil te begroten omdat Pré Wonen niet met een gemachtigde heeft geprocedeerd en niet om een proceskostenveroordeling heeft verzocht.

1.2.

De kantonrechter heeft Pré Wonen in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren.

Pré Wonen heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.

2.2.

De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 11 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Omdat Pré Wonen zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde maar laten vertegenwoordigen door haar eigen medewerkers, wordt bij een proceskostenveroordeling enkel een bedrag toegewezen als vergoeding van de noodzakelijk reis- en verletkosten voor het bijwonen van de mondelinge behandeling. Omdat Pré Wonen daarover geen stellingen heeft ingenomen en eventuele kosten niet heeft onderbouwd, zullen deze kosten door de kantonrechter worden begroot op € 50,00.

2.3.

De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen in die zin dat de proceskosten van Pré Wonen worden begroot op:

- reis- en verletkosten

€

50,00

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

185,00

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

bepaalt dat randnummer 4.15 van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

“[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Pré Wonen worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

542,00

(2 punten x € 271,00)

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

677,00”

wordt gewijzigd in:

“[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat Pré Wonen zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, worden de proceskosten van Pré Wonen begroot op:

- reis- en verletkosten

€

50,00

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

185,00”

3.2.

bepaalt dat randnummer 5.2. van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

“veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”

wordt gewijzigd in:

“veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 185,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”

3.3.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 15 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 11 februari 2026,

3.4.

verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 11 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Artikel 238 Rechtsvordering