Verbintenissenrecht

Luchtvaart: de vertraging door niet-buitengewone omstandigheden is de eerste schakel in de keten van de…

Rechtbank Noord-Holland, 8 april 2026

Zaakgegevens

Op 8 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
8 april 2026
Datum publicatie
20 april 2026
Zaaknummer
11667824
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:4250
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart: de vertraging door niet-buitengewone omstandigheden is de eerste schakel in de keten van de causaliteit die tot de uiteindelijke (vertrek)vertraging heeft geleid. Al hetgeen daarna is voorgevallen, valt binnen de risicosfeer van de vervoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11667824 \ CV EXPL 25-2638

Uitspraakdatum: 8 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap

Turk Havayollari A.O.

gevestigd te Ankara (Turkije)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH Advocaten)

De zaak in het kort

AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een gaslek op de luchthaven Schiphol. Dit betoog van de vervoerder slaagt echter niet. De vordering van AirHelp wordt daarom (grotendeels) toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 18 januari 2025 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanbul Havalimani Airport (Turkije), met vlucht TK1954 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.

2.4.

AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de nakosten.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder stelt in dit verband dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door de vertraagde aankomst van de voorgaande vlucht(en) en een gaslek op de luchthaven van Schiphol. Ten aanzien van de vertraging door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht(en) heeft de vervoerder geen beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden gedaan.

4.4.

AirHelp heeft zich op het standpunt gesteld dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken door de niet-buitengewone vertraging op de voorgaande vlucht(en). De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder dit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. De vertraging door niet-buitengewone omstandigheden is de eerste schakel in de keten van de causaliteit die tot de uiteindelijke (vertrek)vertraging heeft geleid. Al hetgeen daarna is voorgevallen, valt binnen de risicosfeer van de vervoerder. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de Verordening een hoge mate van bescherming van de passagier beoogt en restrictief moet worden uitgelegd.

4.5.

Gelet op het voorgaande is de vertraging op de eindbestemming niet het gevolg geweest van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De door AirHelp gevorderde compensatie zal daarom worden toegewezen. De daarover gevorderde rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.6.

AirHelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. AirHelp heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

4.7.

De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 217,50;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Code 93Z = 1 uur en 4 minuten. Code 88D = 3 uur en 45 minuten.