Verbintenissenrecht
Luchtvaart. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte…
Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:4257 · Rechtbank Noord-Holland · 25 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-4257
Zaakgegevens
Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- 11614415 \ CV EXPL 25-1992
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:4257
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden, slaagt. De vordering is niet toewijsbaar.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11614415 \ CV EXPL 25-1992
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. Dit verweer slaagt. De vordering is niet toewijsbaar.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 28 november 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht: BA423 (hierna: de vlucht).
De vlucht is geannuleerd.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, meer specifiek storm “Conall”, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen (artikel 5 lid 3 van de Verordening). Naar aanleiding van storm “Conall” is een ‘notice to airman’ (hierna: NOTAM) afgegeven waarin is geïnstrueerd het vliegschema te annuleren of waar mogelijk te beperken.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van slechte weersomstandigheden en een naar aanleiding daarvan afgegeven NOTAM. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een NOTAM overgelegd, waaruit volgt dat de vluchtschema’s op 27 november 2024 tussen 18:00 uur (GTM) en 00:00 uur (GTM) moesten worden aangepast. Volgens de vervoerder moest hij het vliegschema van en naar de luchthaven van Amsterdam met 25% beperken. De vervoerder had daarom geen andere keus dan de rotatie BA444/BA423 te annuleren. Uit de eveneens door de vervoerder overgelegde vluchtgegevens volgt dat de vlucht is geannuleerd vanwege “WEAN”, wat volgens de vervoerder staat voor ‘weer’.
AirHelp heeft niet betwist dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, zodat dit is komen vast te staan.
De volgende vraag is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vervoerder voert daartoe aan dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerstvolgende alternatieve vlucht met plaats. AirHelp heeft hier enkel tegen ingebracht dat de passagier ook op eerdere vluchten had kunnen worden omgeboekt waarmee hij eerder op de eindbestemming zou zijn aangekomen, waarbij AirHelp onder meer verwijst naar vlucht KL1001, BA435 en KL1011. Dit betoog is door de vervoerder gemotiveerd weersproken, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Bovendien heeft AirHelp nagelaten om te onderbouwen dat op de door haar genoemde vluchten nog plaats beschikbaar was voor de passagier. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering is niet toewijsbaar.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 86,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 21,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter