Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Prijsbeding is niet transparant maar ook niet oneerlijk.

Rechtbank Noord-Holland, 14 januari 2026

Zaakgegevens

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
23 januari 2026
Zaaknummer
10828305 \ CV EXPL 23-7865
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:493
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Prijsbeding is niet transparant maar ook niet oneerlijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10828305 \ CV EXPL 23-7865

Uitspraakdatum: 14 januari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Stichting Algemeen Christelijk Ziekenhuis Groningen, handelend onder de naam Martini Ziekenhuis

te Groningen

de eisende partij

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

te gemeente Haarlem

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op welke wijze de prijs is overeengekomen. Daartoe heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De eisende partij heeft in haar akte toegelicht dat zij haar eigen tarieven hanteert en dat deze staan vermeld op haar website. Na de doorverwijzing, maar voor de behandeling heeft eisende partij een oproepingsbrief aan de gedaagde partij verstuurd. In de oproepingsbrief wordt voor de kosten verwezen naar de website van de eisende partij. Op de website is een tarievenlijst te vinden. Daarmee was het voor de gedaagde partij mogelijk om kennis te nemen van de tarieven, aldus de eisende partij.

2.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit deze toelichting onvoldoende dat de gedaagde partij voorafgaand aan de behandeling over de prijs is geïnformeerd. Weliswaar stelt de eisende partij dat zij de gedaagde partij (een link naar) de tarievenlijst heeft verstrekt, maar de eisende partij heeft niet gesteld dat zij de gedaagde partij voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst heeft geïnformeerd over welke van deze tarieven van toepassing zouden zijn. Omdat de eisende partij heeft nagelaten de oproepingsbrief te overleggen, kan ook niet worden vastgesteld of dit volgt uit de oproepingsbrief. Het is daarom maar de vraag of de gedaagde partij in staat was om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Daarmee is het prijsbeding niet transparant en moet het op oneerlijkheid worden getoetst.

2.3.

Dat een prijsbeding niet transparant is, leidt nog niet direct tot het oordeel dat het beding ook oneerlijk is, maar het is wel een (belangrijk) element binnen die toets. Volgens artikel 3 lid 1 van de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat hier niet het geval. Er is daarmee geen sprake van een oneerlijk beding. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.

Wat is toewijsbaar?

2.2.

De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Conclusie en proceskosten

2.3.

De vordering wordt toegewezen.

2.4.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen aktes blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze aktes op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 402,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 329,82 vanaf 31 oktober 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 130,48;

griffierecht € 128,00;

salaris gemachtigde € 82,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter