Verbintenissenrecht

Luchtvaart. Voegingsincident. Vordering tot voeging procedures over dezelfde vlucht wordt toegewezen.

Rechtbank Noord-Holland, 21 januari 2026

Zaakgegevens

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
21 januari 2026
Datum publicatie
23 januari 2026
Zaaknummer
11938284 \ CV EXPL 25-7245
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:508
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart. Voegingsincident. Vordering tot voeging procedures over dezelfde vlucht wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11938284 \ CV EXPL 25-7245

Uitspraakdatum: 21 januari 2026

Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de besloten vennootschap

TUI Airlines Nederland B.V.

gevestigd te Oude Meer

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de incidentele conclusie tot voeging;

- het antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vordering in de hoofdzaak

2.1.

AirHelp vordert in de hoofdzaak dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 800,00, te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene] (hierna: de passagier) een overeenkomst met de vervoerder heeft gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 30 mei 2025 vervoeren van Antalya, Turkije, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht OR3105 (hierna: de vlucht). De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. Hij heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.

2.3.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof. Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,00.

3 De vordering in het incident

3.1.

De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures.

3.2.

De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de procedures zijn verknocht omdat de feitelijke en juridische geschilpunten geheel identiek zijn. De vorderingen zien op dezelfde vlucht. Ook zijn de vorderingen gebaseerd op identieke gronden en worden zowel AirHelp als de vervoerder bijgestaan door dezelfde gemachtigden.

3.3.

AirHelp refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter overweegt als volgt. Voeging kan gevorderd worden in het geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn.

4.2.

In de zaken waarvoor voeging is gevorderd, is sprake van verknochtheid. De vorderingen vloeien voort uit hetzelfde feitencomplex. De vordering in het incident moet daarom worden toegewezen omdat de doelmatigheid daarmee is gediend.

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

5.1.

voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met;

  • zaaknummer/rolnummer: 11880303 \ CV EXPL 25-6075;

  • zaaknummer/rolnummer: 11880313 \ CV EXPL 25-6076;

  • zaaknummer/rolnummer: 11880320 \ CV EXPL 25-6077;

  • zaaknummer/rolnummer: 11894836 \ CV EXPL 25-6383;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak

5.3.

verwijst de zaak naar de rol van 18 februari 2026 voor het nemen van conclusie van antwoord;

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

In de zin van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Artikel 7 van de Verordening. Op grond van artikel 222 Rv. Artikel 222 Rv.