Verbintenissenrecht
Luchtvaart. Eindvonnis na akte. Beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsbeperking, door…
Rechtbank Noord-Holland, 21 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:513 · Rechtbank Noord-Holland · 21 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-513
Zaakgegevens
Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 21 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- 8330198 \ CV EXPL 20-1789
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:513
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart. Eindvonnis na akte. Beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsbeperking, door luchtvaartmaatschappij slaagt. Vordering afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8330198 \ CV EXPL 20-1789
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar het recht van Duitsland
Flightright GMBH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiser
hierna te noemen: Flightright
gemachtigde: mr. H. Yildiz (Weiss Legal)
tegen
de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
1 Het verdere procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 september 2021;
- de akte gedaagde.
Flightright heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis is de vervoerder – samengevat – in de gelegenheid gesteld om bij akte nader toe te lichten op welke manier de capaciteitsreductie op de luchthaven leidde tot de annulering van de vlucht in kwestie. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de vervoerder een akte genomen. Flightright heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, daarop niet meer gereageerd.
In zijn akte heeft de vervoerder toegelicht dat er rond de geplande vertrektijd van de vlucht een capaciteitsbeperking gold. De luchthaven heeft luchtvaartmaatschappijen opgeroepen om het aantal vluchten met 35% te beperken. Zowel de vlucht in kwestie als de retourvlucht van de rotatie zouden tijdens deze capaciteitsbeperking worden uitgevoerd. De vervoerder was verplicht om 35% van de vluchten te annuleren. De vlucht in kwestie was daar een van. Daarom maakte de capaciteitsbeperking het noodzakelijk om de vlucht te annuleren, aldus de vervoerder.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Een capaciteitsbeperking kan een buitengewone omstandigheid vormen als de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de beperkingen geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Uit de toelichting van de vervoerder blijkt dat de vervoerder vanwege de instructies van de luchthaven verplicht was om een aantal vluchten te annuleren op de geplande vertrektijd van de vlucht. Flightright heeft dit niet betwist, zodat dit vast staat. Naar het oordeel van de kantonrechter is een dergelijke capaciteitsbeperking een omstandigheid die niet inherent is aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en heeft hij daar ook geen invloed op. De omstandigheid dat de vervoerder ook had kunnen kiezen om een andere vlucht te annuleren, maakt dit niet anders. Vast staat immers dat de vervoerder verplicht was om een aantal vluchten te annuleren. Een luchtvaartmaatschappij moet daarbij de mogelijkheid hebben om een zelfstandige afweging te maken. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering ook met het treffen van redelijke maatregelen niet kon voorkomen omdat deze het gevolg was van de beslissingen van de luchtverkeersleiding en hij daar geen invloed op heeft. Na de annulering heeft hij de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. Flightright heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van Flightright zal worden afgewezen.
Flightright zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van dit vonnis.
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 595,00 salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt Flightright tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van dit vonnis.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter