Verbintenissenrecht
Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding…
Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7411 · Rechtbank Noord-Holland · 17 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-7411
Zaakgegevens
Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- 11887062
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:7411
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding vanwege slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11887062 \ CV EXPL 25-6269
Uitspraakdatum: 17 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
LOT POLISH AIRLINES POLSKIE LINIE LOTNICZE “LOT” LOT POLISH AIRLINES
gevestigd te Warschau (Polen)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. Kania-Nawrocka
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding vanwege slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 15 januari 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Frederic Chopin Airport, Warschau (Polen) met vlucht LO264 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten;
- en de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie (vlucht LO264) en de voorgaande vlucht (vlucht LO263) geannuleerd werden vanwege slotbeperkingen door de slechte weersomstandigheden. De voorgaande vlucht zou om 09:25 uur UTC beginnen met taxiën, maar door de aanhoudende slotbeperkingen en slechte weersomstandigheden werd vlucht LO263 uiteindelijk geannuleerd. Uit het METAR rapport blijkt dat er windvlagen waren tot wel 30 knopen en dat er korte sneeuw-, hagel- en regenbuien waren. Baan 27 was de voorkeursbaan voor landingen, maar de combinatie van wind en een natte landingsbaan zou voor een gevaarlijke vliegsituatie zorgen. De vervoerder heeft geen invloed op het feit dat de vlucht geannuleerd moest worden. De bemanning heeft meerdere verzoeken gedaan om de slottijd te verbeteren, maar deze verzoeken werden afgewezen. Als gevolg van de annulering van deze vlucht werd de vlucht in kwestie om 12:58 uur geannuleerd. Dit moet aangemerkt worden als buitengewone omstandigheden. De passagier heeft dit niet betwist, zodat dit vast staat.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft de passagier een zo snel mogelijk alternatief aangeboden op dezelfde dag, namelijk de eerste rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Warschau. De passagier betwist dit. De vlucht in kwestie werd niet om 12:58 uur geannuleerd, omdat de passagier een annuleringsbericht om 12:53 uur ontvangen heeft. De passagier heeft dit bericht overgelegd. De beslissing om te annuleren is veel eerder genomen. De vervoerder heeft het tijdstip van het nemen van de beslissing niet met stukken aangetoond. Het is cruciaal dat de vervoerder dit aantoont, omdat de vervoerder de passagier vanaf dat moment had kunnen omboeken op een alternatieve vlucht die eerder zou vertrekken. De vervoerder heeft een overzicht van vluchten overgelegd waaruit blijkt dat er eerdere alternatieve vluchten waren. Hij heeft niet aangetoond dat hij de passagier zo snel mogelijk heeft laten vervoeren. De bewijslast rust bij de vervoerder.
De vervoerder heeft hier tegen aangevoerd dat de vlucht om 11:58 uur is geannuleerd en heeft een schermafbeelding van de ‘Operational Log’ overgelegd. De vluchten in de hiervoor genoemde overzicht vertrokken al om 10:30 uur. De aangeboden alternatieve vlucht was de eerste, snelste en beste oplossing voor de passagier.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt op een alternatieve vlucht, waarmee hij binnen 24 uur op de eindbestemming is aangekomen. De passagier heeft hier enkel tegen ingebracht dat de passagier ook op eerdere vluchten had kunnen worden omgeboekt waarmee hij eerder op de eindbestemming zou zijn aangekomen. Dit betoog is door de passagier op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering is niet toewijsbaar.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 86,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 21,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter