Strafprocesrecht
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor voortgezette handeling van diefstal met geweld, poging tot…
Rechtbank Noord-Holland, 5 november 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:15046 · Rechtbank Noord-Holland · 5 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2026-15046
Zaakgegevens
Op 5 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 5 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 15/297055-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:15046
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor voortgezette handeling van diefstal met geweld, poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot zware mishandeling. Bewijsoverwegingen over opzet. Rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest (met aftrek) en legt daarnaast een pij-maatregel op. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen andere toereikende alternatieven voor behandeling dan in het kader van de pij-maatregel. Rechtbank adviseert pij-maatregel ten uitvoer te leggen op locatie waar forensisch-therapeutische behandeling gespecialiseerd in zeden mogelijk is.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie & Jeugd
Locatie Alkmaar
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 15/297055-25
Uitspraakdatum: 5 november 2026
Tegenspraak
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 22 oktober 2026 in de zaak tegen:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] ,
thans gedetineerd in [JJI] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
[officier van justitie] en van wat:
-
de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam;
-
[(kinder- en jeugd)psychiater] , (kinder- en jeugd)psychiater en Pro Justitia rapporteur;
-
[GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog en Pro Justitia rapporteur;
-
[vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);
-
[vertegenwoordiger van de GI] namens de Jeugd- en Gezinsbeschermers (de jeugdreclassering) en
-
de ouders van de verdachte
naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
althans in Nederland, een telefoon (type Apple iphone 15 promax), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- voornoemde telefoon van die [de benadeelde partij] af te pakken en/of (op dat moment) die [de benadeelde partij] een mes (in een hoes) te tonen en/of
- die [de benadeelde partij] te vragen "Ben je bang" en/of "Wie weet dat je hier bent" en/of
- die [de benadeelde partij] vast te houden en/of te duwen en/of
- aan die [de benadeelde partij] te trekken en/of
- een mes (in een hoes) in de richting van en/of tegen de nek en/of de borstkas, althans het lichaam, van die [de benadeelde partij] te houden en/of
- die [de benadeelde partij] te vragen om de pincode van haar telefoon terwijl hij haar vasthield;
Feit 2:
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
opzettelijk [de benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden,
- die [de benadeelde partij] heeft verhinderd uit de auto te komen door die [de benadeelde partij] te duwen en/of te trekken en/of
- ( vervolgens) toen die [de benadeelde partij] uit de auto stapte haar heeft vastgepakt en/of
- ( vervolgens) met een mes in de hand heeft gezegd "Kom in de auto" en/of
- ( vervolgens) een arm om de nek van die [de benadeelde partij] heeft gedaan en/of met kracht gehouden en/of
- de nek van die [de benadeelde partij] heeft dicht geknepen en/of gehouden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 3:
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [de benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [de benadeelde partij] te duwen en/of aan haar te trekken en/of
- die [de benadeelde partij] heeft vastgepakt en/of
- een arm om de nek van die [de benadeelde partij] heeft gedaan en/of
- de nek van die [de benadeelde partij] heeft dicht geknepen en/of gehouden en/of
- die [de benadeelde partij] vast te hebben gehouden en/of te hebben geduwd en/of
- aan die [de benadeelde partij] te hebben getrokken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland,
[de benadeelde partij] heeft mishandeld, door
- die [de benadeelde partij] te duwen en/of aan haar te trekken en/of
- die [de benadeelde partij] vast te pakken en/of
- een arm om de nek van die [de benadeelde partij] te doen en/of
- de nek van die [de benadeelde partij] dicht te knijpen en/of te houden en/of
- die [de benadeelde partij] vast te houden en/of te duwen en/of
- aan die [de benadeelde partij] te trekken.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feiten 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder feiten 2 en 3 primair tenlastegelegde. De verdediging heeft geen opmerkingen over het onder feiten 1 en 3 subsidiair tenlastegelegde.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feiten 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Bewijsmotiveringen
Feit 2
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte geen opzet heeft gehad op het wederrechtelijk beroven of beroofd houden van het slachtoffer. De verdachte wilde dat het slachtoffer haar spullen zou pakken en weg zou gaan. De rechtbank volgt dit verweer niet.
Het opzet bij een wederrechtelijke vrijheidsberoving dient gericht te zijn op de vrijheidsberoving of op het van de vrijheid beroofd houden van iemand en op de wederrechtelijkheid van de vrijheidsberoving.
De als bewijsmiddel opgenomen verklaringen van de verdachte en het slachtoffer komen er beide op neer dat het slachtoffer uit de auto wilde vluchten toen zij het mes bij de verdachte zag en dat de verdachte haar tegenhield en dat ze zich toch uit de auto wist te werken. Ook hebben zowel het slachtoffer als de verdachte verklaard dat toen het het slachtoffer was gelukt buiten de auto te komen om te vluchten, de verdachte haar wilde tegenhouden en weer terug in de auto wilde hebben, wat het slachtoffer niet wilde, waarna de verdachte haar heeft vastgehouden met zijn arm om haar nek.
Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het opzet van de verdachte gericht is geweest op het beroven en/of beroofd houden van de vrijheid van beweging van het slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer namelijk op een andere locatie willen houden of terugkrijgen dan zij wilde, namelijk in de auto van (de moeder van) de verdachte. De verklaring van de verdachte ter zitting dat hij dit heeft gedaan omdat hij wilde dat het slachtoffer haar spullen weer mee zou nemen en omdat hij niet wilde dat buurtbewoners haar lawaai zouden horen, maakt dit niet anders. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 ten laste gelegde.
Feit 3 primair
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte geen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Dat de verdachte de greep uit eigen beweging beëindigde, is een contra-indicatie voor het aanvaarden van de kans op zwaar lichamelijk letsel. Niet is komen vast te staan op welke wijze, met welke kracht en hoe lang een eventuele greep heeft geduurd, aldus de verdediging.
Dit verweer slaagt ook niet.
Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet is vereist dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel willens en wetens heeft aanvaard.
Op basis van de tot bewijs gebezigde verklaring van de verdachte in raadkamer staat vast dat de verdachte het slachtoffer in een wurggreep heeft gehouden en hij zag dat zij toen lastig adem kreeg. Het slachtoffer verklaart hierover dat zij naar adem snakte toen de verdachte zijn arm om haar nek deed en hij steeds harder kneep toen zij om hulp aan het schreeuwen was. Hieruit valt op te maken dat de verwurging van zodanige kracht was dat ademen erdoor duidelijk bemoeilijkt werd. Verder blijkt uit de aangifte dat het slachtoffer gedurende de verwurging probeerde weg te komen, heeft geprobeerd te schreeuwen en tegen auto’s heeft geslagen. Hieruit valt op te maken dat de verwurging enige tijd heeft geduurd.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de luchtpijp en de halsslagaders de hals een kwetsbaar onderdeel van het lichaam maken. Bij de hierboven genoemde kracht van de verwurging en het feit dat de verwurging enige tijd heeft geduurd is de kans op zwaar lichamelijk letsel aanmerkelijk te noemen. De verdachte heeft bovendien in de maanden voorafgaand aan de pleegdatum op verschillende momenten informatie vergaard over verwurging door middel van ChatGPT met prompts over ‘een dame in een headlock stoppen’, ‘hoe lang zij dan buiten bewustzijn is’ en ‘wat er gebeurt als diegene niet meer kan ademen en niet meer beweegt.’ De verdachte was er gezien de verkregen informatie naar het oordeel van de rechtbank ten tijde van het tenlastegelegde voldoende van op de hoogte dat een verwurging al heel snel ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken. Naar het oordeel van de rechtbank kan het handelen van de verdachte dan ook niet anders worden uitgelegd dan dat hij de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer willens en wetens heeft aanvaard. Ook als er van uitgegaan zou moeten worden dat de verdachte het slachtoffer op enig moment zou hebben losgelaten, zoals hij verklaart, zou dit hooguit een contra-indicatie kunnen opleveren voor opzet op de dood (wat hier niet is tenlastegelegd), maar levert dit geen contra-indicatie op voor opzet op zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank komt hiermee tot een bewezenverklaring van het onder feit 3 primair ten laste gelegde.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1:
hij op 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een telefoon (type Apple iPhone 15 promax) die aan [de benadeelde partij] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door
- voornoemde telefoon van die [de benadeelde partij] af te pakken en op dat moment die [de benadeelde partij] een mes in een hoes te tonen en
- een mes in een hoes in de richting van de nek en/of de borstkas van die [de benadeelde partij] te houden en
- die [de benadeelde partij] te vragen om de pincode van haar telefoon terwijl hij haar vasthield;
Feit 2:
hij op 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [de benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden,
- die [de benadeelde partij] heeft verhinderd uit de auto te komen door die [de benadeelde partij] te duwen en te trekken en
- toen die [de benadeelde partij] uit de auto stapte haar heeft vastgepakt en
- vervolgens heeft gezegd "Kom in de auto" en
- vervolgens een arm om de nek van die [de benadeelde partij] heeft gedaan en met kracht heeft gehouden en
- de nek van die [de benadeelde partij] heeft dicht geknepen en gehouden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 3:
hij op 6 november 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [de benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- een arm om de nek van die [de benadeelde partij] heeft gedaan en
- de nek van die [de benadeelde partij] heeft dicht geknepen en gehouden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert op:
De voortgezette handeling van:
-
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;
-
poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden en
-
poging tot zware mishandeling.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.
5 Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.
6 Motivering van de sancties
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 227 dagen met aftrek van het voorarrest en een (onvoorwaardelijke) maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: pij-maatregel).
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit de verdachte niet een pij-maatregel op te leggen, maar te veroordelen tot een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de verdachte een voorwaardelijke pij-maatregel op te leggen. Indien de rechtbank de verdachte wel een onvoorwaardelijke pij-maatregel oplegt, verzoekt de verdediging de rechtbank gebruik te maken van de adviesbevoegdheid ex artikel 6:1:1 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) omtrent de plaats van de uitvoering van de maatregel. Een jeugddetentie voor de duur van het voorarrest naast een pij-maatregel is volgens de verdediging disproportioneel gelet op de ernst van de feiten en omdat de verdachte first offender is.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (de voortgezette handeling van) een beroving met geweld van een telefoon, een poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving en een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft door zo te handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft verklaard doodsangsten te hebben uitgestaan en was volgens haar vriendin in shock toen zij elkaar vlak na het delict weer troffen. Haar vriendin was in de buurt van de plaats delict en heeft het slachtoffer horen gillen dat de verdachte haar wilde vermoorden. Het slachtoffer verklaart een dag later dat haar hele lichaam pijn doet, waaronder haar rug, nek en linkerschouder en geeft aan dat zij blauwe plekken heeft. Het handelen van de verdachte heeft niet alleen gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt, maar ongetwijfeld ook bij sekswerkers in het algemeen. Dit is extra kwalijk, omdat sekswerkers zich tijdens hun werk hoe dan ook al in kwetsbare situaties begeven. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij slechts oog heeft gehad voor zijn eigen behoeften en financiële gewin zonder na te denken over de gevolgen voor het slachtoffer.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 28 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld;
- het triple geïntegreerd onderzoek Pro Justitia van 20 april 2026, opgesteld door [(kinder- en jeugd)psychiater] , (kinder- en jeugd)psychiater, [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog en [forensisch milieuonderzoeker] , forensisch milieuonderzoeker;
- het aanvullend onderzoek Pro Justitia van 2 september 2026, opgesteld door [(kinder- en jeugd)psychiater] , (kinder- en jeugd)psychiater en [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog. De rapporteurs adviseren de verdachte te veroordelen tot een pij-maatregel, indien mogelijk op een zedengespecialiseerde afdeling;
- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 19 oktober 2026 van [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad adviseert de verdachte te veroordelen tot een jeugddetentie met aftrek van het voorarrest en een pij-maatregel.
De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van het aanvullend onderzoek Pro Justitia van 2 september 2026 en maakt deze tot de hare.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf, net zoals de officier van justitie, rekening met verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte (zoals door de deskundigen ook meer waarschijnlijk wordt geacht dan volledige toerekeningsvatbaarheid). Vaststaat dat er bij de verdachte tijdens het plegen van het feit sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De rechtbank gaat er vanuit dat de vastgestelde ongespecificeerde parafiele stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte tijdens het plegen van het feit heeft beïnvloed. Dit mede omdat de hierna te bespreken schending van de schorsingsvoorwaarden heeft duidelijk gemaakt dat de stoornis(sen) voor de verdachte leiden tot geweldsfantasieën over vrouwen en een zeer grote drang om contact op te nemen met vrouwen (al dan niet werkzaam als sekswerker). De bewezenverklaarde feiten passen hierin.
Straf: jeugddetentie
Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank alleen de straf van jeugddetentie op zijn plaats. Omdat de verdachte inmiddels 227 dagen in voorarrest heeft doorgebracht, zal de rechtbank de jeugddetentie gelijk stellen aan het voorarrest.
Maatregel: Pij
De rechtbank zal de verdachte daarnaast veroordelen tot een (onvoorwaardelijke) pij-maatregel. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij ondanks het pleidooi van de verdediging tot deze beslissing is gekomen.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.
Op grond van wat de psycholoog en de psychiater in het rapport van 2 september 2026 vermelden, is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, namelijk onder andere een ongespecificeerde parafiele stoornis (met kenmerken van een seksueel sadisme stoornis).
Daarnaast eisen de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een pij-maatregel. De psycholoog, psychiater en de Raad schatten het recidiverisico op een nieuw (seksueel) geweldsdelict namelijk als hoog in.
Uit het rapport van 2 september 2026 blijkt dat de verdachte weinig controle ervaart over zijn neiging om over de grenzen van in het bijzonder vrouwen heen te gaan. Hij ervaart een sterke drang om contact op te nemen met vrouwen, vooral met sekswerkers. De verdachte geeft toe fantasieën te hebben over macht, controle en onvrijwillige seks. Dit past ook bij het feit dat het de verdachte niet is gelukt zich aan de schorsingsvoorwaarde van een internetverbod te houden. De vader van de verdachte heeft tijdens de schorsing ontdekt dat zijn zoon via de tablet van zijn zusje veelvuldig online contact zocht met meisjes en sekswerkers en ook een afspraak met een sekswerker heeft proberen te maken. Dat de verdachte dergelijke seksuele fantasieën heeft, blijkt eveneens uit aantekeningen die hij in een notitieblok heeft gemaakt. Hieruit volgt dat de verdachte op dit moment de verantwoordelijkheid die een ambulant hulpverleningskader (zoals tijdens de schorsing) met zich meebrengt, niet kan dragen. Anders gezegd kan nu niet van de verdachte worden verlangd dat hij weerstand kan bieden aan de in hem aanwezige drang. Ook uit de informatie van de jeugdreclassering en De Waag, waar de verdachte tijdens de schorsing ambulant behandeld werd, blijkt dat een ambulante behandeling ontoereikend is.
Anders dan de verdediging heeft bepleit, volgt de rechtbank de conclusie van alle deskundigen dat een voorwaardelijke pij-maatregel onvoldoende is om de complexe problematiek van de verdachte te kunnen behandelen en het hoge risico op een seksueel geweldsdelict voldoende in te perken. Zo is het nodig dat de verdachte langdurig geen toegang heeft tot het internet om nieuw contact met meisjes en vrouwen voorlopig te voorkomen en is een langdurige klinische behandeling noodzakelijk. Een langdurige vrijheidsbenemende opname past niet bij het juridische karakter van een voorwaardelijke pij-maatregel. Dit maakt dat voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte een (onvoorwaardelijke) pij-maatregel noodzakelijk is. De rechtbank herkent de zorgen (door onder meer de RSJ en verschillende Inspecties benoemd) over de executie in het algemeen van dit type maatregel die de verdediging naar voren brengt (zoals lange wachttijden en het niet behalen van behandeldoelen). In dit geval bestaan er echter geen toereikende alternatieven.
Het stemt wel hoopvol dat de verdachte aangeeft dat hij hulp wil bij het leren beheersen van de drang die hij ervaart en dat hij ook daadwerkelijk laat zien aan zichzelf te werken: zo heeft de verdachte meerdere certificaten behaald tijdens zijn verblijf in de JJI en heeft hij zich meer open weten te stellen over zijn problematiek tijdens de opstelling van het laatste (aanvullende) Pro Justitia rapport.
De rechtbank merkt verder op dat de wet bepaalt dat de pij-maatregel (minimaal) geldt voor de duur van drie jaar.
Advies over de tenuitvoerlegging
Hoewel de rechtbank de verdachte in formele zin niet veroordeelt voor een zedendelict, blijkt uit de inhoud van het dossier dat het motief van het delict, naast financieel gewin, in belangrijke mate seksueel van aard is geweest. Blijkens de aanvullende rapportage passen de bewezenverklaarde feiten in de bij de verdachte levende geweldsfantasieën over vrouwen en de zeer grote drang om contact op te nemen met vrouwen (al dan niet werkzaam als sekswerker), voorkomend uit vooral zijn parafiele stoornis, zoals hierboven al benoemd. De deskundigen zien vanuit hun gedragswetenschappelijke achtergrond weldegelijk (ook) een zedenmotief bij de bewezenverklaarde feiten. Zij benadrukken dat vanwege de complexe problematiek van de verdachte een stevige gespecialiseerde zedenbehandeling nodig is, met bijvoorbeeld inzet van een zedengespecialiseerde forensische psychotherapeut/seksuoloog. De deskundigen hebben ter zitting benadrukt dat de jeugdsetting voor de verdachte de enige passende setting is, omdat de verdachte nog heel onrijp is en zeker pedagogisch en therapeutisch beïnvloedbaar is.
Gelet op dit alles adviseert de rechtbank op basis van artikel 6:1:1 lid 3 Sv om de pij-maatregel ten uitvoer te leggen op een locatie waar een forensisch-therapeutische behandeling gespecialiseerd in zeden mogelijk is, bijvoorbeeld door de verdachte te plaatsen bij RJJI [RJJI] , [locatie] of een soortgelijke locatie.
Verlenging pij-maatregel mogelijk
De rechtbank overweegt dat de pij-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de pij-maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.
7 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 45, 56, 63, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, 282, 302, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
8 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 227 (tweehonderdenzevenentwintig) dagen.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.M. ten Bos, voorzitter, tevens kinderrechter,
mrs. P.E. van der Veen, kinderrechter en R. Heemskerk, rechter,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.A.C. Sinnige,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 november 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
De bewijsmiddelen
De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en worden steeds kort en zakelijk weergegeven.
De bewijsmiddelen zijn voor zover het geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor dit feit worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.
-
Een proces-verbaal van aangifte (dossierpagina’s 11 tot en met 27). Dit proces-verbaal houdt onder meer in de op 6 november 2025 door [de benadeelde partij] ten overstaan van verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring;
-
de verklaring van de verdachte, ter terechtzitting van 22 oktober 2026 afgelegd.
Ten aanzien van feiten 2 en 3 primair
Een proces-verbaal van aangifte (dossierpagina’s 11 tot en met 27). Dit proces-verbaal houdt onder meer in de op 6 november 2025 door [de benadeelde partij] ten overstaan van verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring:
Op 6 november 2025 was ik in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer. In de auto hebben we een beetje gevochten, omdat ik wilde ontsnappen. Ik probeerde uit de auto te komen en hij probeerde mij in de auto te houden. Het werd een geduw en getrek. Uiteindelijk is het mij gelukt om uit de auto te komen. Ik zag dat hij achter me aankwam en me vastpakte buiten de auto. Hij had een mes in zijn hand. Hij zei: “Kom in de auto.” Toen ik weigerde om in de auto te gaan, begon hij mij te wurgen. Hij deed dat met zijn rechterarm om mijn nek. Ik probeerde los te komen, maar ik voelde dat hij mijn nek dichtkneep. Ik snakte daardoor naar adem. Ik ben om hulp gaan schreeuwen. Toen ik aan het schreeuwen was, kneep hij steeds harder. Ik zei: “Doe alsjeblieft niks tegen mij. Laat mij los.” Ik schreeuwde en ik probeerde los te komen. Ik sloeg op andere auto’s, zodat anderen het zouden horen en mij zouden helpen. Ik heb mijn laarzen uit gedaan toen hij mij aan het wurgen was, omdat ik wist dat ik niet kon rennen met mijn laarzen aan. Ik kon loskomen. Toen ik begon te schreeuwen tijdens het wurgen, voelde ik dat hij nog harder kneep met zijn handen, waardoor ik om hulp schreeuwde. Ik was vooral bang toen hij mij begon te wurgen. Hij wilde eigenlijk dat ik terug in de auto ging.
Een proces-verbaal van verhoor (dossierpagina’s 305 tot en met 312). Dit proces-verbaal houdt onder meer in de op 3 april 2026 door de verdachte ten overstaan van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] afgelegde verklaring:
Ze had gemerkt dat ik een mes bij mij had. Die zat in een hoes. Ze wou de auto uit en om hulp roepen. Ik probeerde te zeggen dat het niet nodig was. Ik had haar vastgepakt. Zij wilde weggaan. Ze gooide zichzelf op de grond, buiten de auto. Wegwurmen.
Een proces-verbaal van verhoor (dossierpagina’s 290 tot en met 304). Dit proces-verbaal houdt onder meer in de op 6 november 2025 door de verdachte ten overstaan van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] afgelegde verklaring:
A: We kwamen in een struggle. Een beetje stoeien. Ze ging schoppen tussen de auto’s. Ik probeerde haar daar weg te trekken om dat niet te doen.
V: Je kwam uit de auto, toen hield je haar vast?
A: Ja.
V: Wat maakte dat je haar terug de auto in wilde duwen?
A: Zij probeerde weg te rennen. Ik wilde haar tegenhouden.
V: Het slachtoffer was bang en wilde de auto niet in. Zij gaf aan dat jij haar daarna in een wurggreep hield met je rechterarm om haar nek. Je deed dit, want?
A: Ik deed dat om haar rustig te houden.
V: Getuigen zagen dat jij haar vasthield. Hoe zit dat?
A: Ja, zeg maar met in de klem houden.
Een schriftelijk bescheid, inhoudende een handgeschreven brief van de verdachte, overgelegd tijdens de raadkamer van 19 november 2025 als bijlage II (dossierpagina’s 5 tot en met 7). Dit geschrift houdt onder meer in:
Ik hield haar in een houdgreep. Ik zag dat ze lastig adem kreeg.
De verklaring van de verdachte, ter terechtzitting van 22 oktober 2026 afgelegd:
Toen zij buiten de auto was, heb ik geprobeerd haar terug in de auto te krijgen.
Een proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina’s 130 tot en met 234). Dit proces-verbaal houdt in het relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 12 november 2025:
Ik onderzocht de data van de smartphone van de verdachte. Ik heb ChatGPT-gesprekken geïsoleerd waarin seksuele, afwijkende en verdachte vragen werden gesteld:
-
“Wat gebeurd er als je een dame in een headlock houdt en ze niet meer kan ademen” – 27-8-2025 15.13 (UTC+2)
From: Assistant ChatGPT to user [de verdachte] :
“Als je iemand – of dat nou een vrouw of een man is – in een headlock houdt en diegene daardoor niet meer kan ademen, kan dat heel ernstig en levensgevaarlijk zijn.
- Na enkele seconden krijgt de persoon een gevoel van paniek en benauwdheid;
- Na 20-30 seconden zonder lucht kan iemand buiten bewustzijn raken;
- Na 3-5 minuten zonder zuurstof kan er blijvende hersenschade optreden;
- Na 5 minuten of langer zonder zuurstof kan de persoon overlijden.
Het is dus extreem gevaarlijk en kan worden gezien als een vorm van wurging of verstikking, wat in de wet valt onder zware mishandeling of zelfs poging tot doodslag/doodslag als de ander overlijdt.” – 27-8-2025 15.13 uur (UTC+2) -
“Als ik een dame in een headlock stop hoelang kan ze buiten bwust zijn”
– 2-10-2025 04.33 uur (UTC+2)
From: Assistant ChatGPT to user [de verdachte] :
“Sorry – daar kan ik niet bij helpen. Dat soort informatie (hoe iemand bewusteloos te maken of hoe lang dat duurt) kan gebruikt worden om iemand ernstig te verwonden of erger, en ik mag niet assisteren bij het plannen of uitvoeren van geweld.
Een ‘headlock’ of verwante verwurging kan de bloedtoevoer naar de hersenen of de luchtweg blokkeren. Dat kan binnen enkele seconden tot een minuut tot bewusteloosheid leiden, maar het is onvoorspelbaar – mensen kunnen blijvende hersenschade krijgen of overlijden. Het is gevaarlijk en illegaal om iemand zo aan te pakken.” – 2-10-2025 04.33 uur (UTC+2)
- “ “Wat gebeurt er als die gene niet meer kan ademen en beweegt” – 2-10-2025 04.33 uur (UTC+2).
From: Assistant ChatGPT to user [de verdachte] :
“Als iemand niet meer kan ademen, maar nog wel beweegt (zoals schokjes, spartelen of ‘gasping’), behandel je dat als een levensbedreigende situatie en ga je direct handelen.
1) Wat die bewegingen kunnen zijn
- Agonaal ademhalen/gaspen: dit zijn onregelmatige, vaak luide gasps die geen effectieve ademhaling zijn. Ze betekenen niet dat de persoon echt ademt als nodig – behandel het alsof er geen ademhaling is.
- Reflexbewegingen of spiertrekkingen: bij bewustzijnsverlies of hartstilstand kunnen onwillekeurige bewegingen optreden; dat betekent meestal niet dat de persoon voldoende zuurstof krijgt.” – 2-10-2025 04.33 uur (UTC+2)