Strafprocesrecht
De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte schuldig is aan feit 1, 2 en 4 subsidiair…
Rechtbank Midden-Nederland, 3 november 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7852 · Rechtbank Midden-Nederland · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-7852
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 16.300372.22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:7852
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte schuldig is aan feit 1, 2 en 4 subsidiair. Aan de verdachte zal een gevangenisstraf van 20 maanden (met aftrek van het voorarrest) en een maatregel worden opgelegd, die een contactverbod met de slachtoffers inhoudt.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.300372.22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 3 november 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres
[adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 23 en 24 september 2026. Het onderzoek is gesloten op 3 november 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
-
de verdachte;
-
de officier van justitie: mr. R.E. Craenen;
-
de advocaat van de verdachte: mr. D. Schaddelee;
-
de benadeelde partij: [benadeelde 1] ;
-
de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 1] : mr. M. Veldman;
-
de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 2] : mr. M. Schimmel.
2 Inleiding
Het [onlinegroep]
In juli 2023 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van jarenlange belaging door het ‘ [onlinegroep] ’. Het [onlinegroep] is een onlinegroep die in eerste instantie is opgericht met het doel om [aangever 1] , iemand die zijn dagelijkse leven streamde op YouTube, te pesten en te belagen. Het pesten bestond er onder andere uit dat [aangever 1] tijdens zijn livestreams vaak ongewenst werd gebeld. Ook plaatsten de leden van het [onlinegroep] op naam van [aangever 1] advertenties op Marktplaats met gratis spullen, waarna er geïnteresseerden tevergeefs aan zijn deur stonden om deze goederen op te halen.
Sinds april 2020 wordt ook [benadeelde 2] lastiggevallen door de leden van het [onlinegroep] . Net als [aangever 1] is ook [benadeelde 2] een Youtuber. De leiders van het [onlinegroep] verspreidden de leugen dat [benadeelde 2] een pedofiel zou zijn, waarna er ‘pedojagers’ op hem af zijn gestuurd, die naar zijn woning kwamen en tegen zijn deur trapten. Ook is er graffiti op zijn woning gespoten, zijn de ramen van zijn woning en auto ingegooid, werd hij bedreigd, werden er ongewenst spullen op zijn naam besteld, die vervolgens bij hem thuis werden bezorgd, en werd zijn internetverbinding platgelegd. Ook de familieleden van [benadeelde 2] zijn het doelwit geworden van langdurige bedreigingen en vernielingen van het [onlinegroep] .
De leden van het [onlinegroep] communiceerden vooral met elkaar via de berichtenapps Telegram en Discord. Door de jaren heen zijn door het [onlinegroep] verschillende groepen en kanalen op deze apps aangemaakt. In 2022 had één van de groepen ruim 9.000 leden. De groepen werden aangestuurd door een aantal beheerders. Zij konden leden verwijderen of blokkeren, berichten wissen of extra rechten aan andere leden geven. De beheerders waren ook degenen die de leden opriepen en aanstuurden om de strafbare acties bij de slachtoffers te plegen. Zo blijkt uit het dossier dat er geld beloofd aan degenen die bereid waren om de ramen van de woning van [benadeelde 2] in te gooien. Ook gaven zij praktische tips over bijvoorbeeld de locatie van de camera’s die rondom de woning van [benadeelde 2] stonden opgesteld.
De beheerders en leden van het [onlinegroep] handelden in principe anoniem. Zij maakten allen gebruik van een gebruikersnaam. De groep van beheerders en belangrijke leden werd gevormd door onder andere personen achter de gebruikersnamen [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] . Na onderzoek door de politie ontstond de verdenking dat het de verdachte was die de naam [gebruikersnaam] gebruikte. De verdachte is vervolgens op 20 november 2022 aangehouden, waarna de officier van justitie vervolging tegen hem heeft ingesteld.
De feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1: in de periode van 1 april 2020 tot en met 20 november 2022 als oprichter, leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van de misdrijven opruiing, bedreiging, belaging en vernieling;
feit 2: in de periode van 31 oktober 2021 tot en met 21 oktober 2022 samen met anderen [aangever 1] heeft belaagd;
feit 3: in de periode van 1 januari 2022 tot en met 2 maart 2022 heeft uitgelokt dat ruiten, een deurbel en de woning van [benadeelde 2] op 2 maart 2022 werden vernield (door een fiets klaar te zetten en een geldbedrag uit te loven wanneer de ruiten vernield zouden worden);
feit 4: primair: in de periode van 1 januari 2022 tot en met 7 augustus 2022 opzettelijk heeft uitgelokt dat een ruit en/of de woning van [benadeelde 2] werden vernield (door € 20,00 uit te loven wanneer de ruiten vernield zouden worden);
subsidiair: in de periode van 1 januari 2022 tot en met 7 augustus 2022 in opzettelijk een poging tot vernieling van een ruit en/of de woning van [benadeelde 2] heeft uitgelokt (door € 20,00 uit te loven wanneer de ruiten vernield zouden worden).
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
Het oordeel van de rechtbank in het kort
De rechtbank komt hierna tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte schuldig is aan feit 1, 2 en 4 subsidiair. Aan de verdachte zal een gevangenisstraf van 20 maanden (met aftrek van het voorarrest) en een maatregel worden opgelegd, die een contactverbod met de slachtoffers inhoudt. Ook moet de verdachte een schadevergoeding aan [benadeelde 2] en zijn nicht [benadeelde 1] betalen. Voordat de rechtbank toelicht hoe zij tot dit oordeel is gekomen, wordt hierna eerst uitgelegd dat de officier van justitie de verdachte mocht vervolgen voor alle feiten. De verdediging heeft daarover namelijk verweer gevoerd.
3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Inleiding: belaging is een klachtdelict
De verdachte wordt (onder andere) beschuldigd van belaging van [aangever 1] . In artikel 285b lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) staat dat belaging een klachtdelict is. Dat betekent dat de officier van justitie de verdachte alleen kan vervolgen als het slachtoffer een klacht heeft ingediend tegen de verdachte. Een klacht houdt in een verzoek tot het instellen van vervolging. Door deze eis in de wet wordt aan het slachtoffer de mogelijkheid gegeven om zelf de afweging maken of hij wil dat de verdachte wordt vervolgd en dat daarmee (mogelijk) bepaalde persoonlijke omstandigheden of details naar buiten komen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard voor feit 2 (de belaging van [aangever 1] ), omdat in het dossier geen klacht is opgenomen. Ook uit andere omstandigheden blijkt niet dat het de wens van [aangever 1] was dat vervolging werd ingesteld.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging. [aangever 1] heeft tijdens zijn aangifte aangegeven dat hij op de hoogte wil worden gehouden van de voortgang van het opsporingsonderzoek en dat hij zijn schade binnen het strafproces wil verhalen. Ook weegt de officier van justitie mee dat [aangever 1] zijn telefoon heeft afgestaan voor het verdere onderzoek.
Oordeel van de rechtbank
Het klachtvereiste moet niet te strikt worden opgevat
In het dossier is geen klacht van [aangever 1] opgenomen in de vorm van een afzonderlijk proces-verbaal waarin wordt beschreven dat [aangever 1] ook verzoekt om strafvervolging in te stellen. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt echter dat geen strikte eisen gesteld moeten worden aan de vorm waarin het verzoek om strafvervolging is gedaan. Het bestaan van een klacht kan ook worden aangenomen als is komen vast te staan dat de aangever tijdens het doen van de aangifte de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld.
De officier van justitie is ontvankelijk
De rechtbank oordeelt dat uit de aangifte kan worden afgeleid dat [aangever 1] tijdens het doen van de aangifte de wens tot strafvervolging had. Hij heeft in zijn aangifte namelijk niet alleen aangegeven dat hij geïnformeerd wil worden over de voortgang van het opsporingsonderzoek, maar ook dat hij zijn schade binnen het strafproces op de verdachte wil verhalen. Daaruit blijkt dat [aangever 1] wilde dat er een strafproces zou volgen. Gelet daarop verwerpt de rechtbank het verweer. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
4 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4 primair (uitlokking van vernieling), omdat de vernieling niet is voltooid.
Wel vindt hij dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1, 2, 3 en 4 subsidiair heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert het volgende aan.
Feit 1 (deelname aan een criminele organisatie)
De advocaat verzoekt de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van het onderdeel leiderschap van de criminele organisatie en voor de deelneming aan de criminele organisatie in de periode van 1 april 2020 tot en met 8 februari 2022. Voor het overige van feit 1 voert zij geen verweer over het bewijs.
Feit 2 (belaging van [aangever 1] )
De advocaat verzoekt de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 2, namelijk voor het benaderen van [aangever 1] via sociale mediakanalen en het plaatsen van marktplaatsadvertenties. Voor het overige voert de advocaat geen verweer.
Feit 3 en feit 4 (uitlokking van vernieling)
De advocaat voert geen verweer over het bewijs van feit 3 en feit 4.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1, 2 en 4 subsidiair
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2 en 4 subsidiair zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. De rechtbank zal hieronder uitleggen hoe de rechtbank tot dit oordeel is gekomen, voor zover die uitleg nodig is.
Bewijsoverwegingen feit 1 (deelname criminele organisatie)
Juridisch kader van artikel 140 Sr
De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het [onlinegroep] kan worden aangemerkt als criminele organisatie, en zo ja, of de verdachte daarvan ook leider was. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan zo’n criminele organisatie gelden de volgende criteria.
Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Voor de vraag of de verdachte kan worden aangemerkt als ‘leider’ van die organisatie, gaat het erom of die deelnemer binnen de organisatie een bepaalde macht heeft of een bepaald gezag bezit. Omstandigheden die daarvoor van belang kunnen zijn, zijn dat de deelnemer dwingende aanwijzingen aan andere deelnemers kan geven of dat de deelnemer binnen de organisatie belangrijke initiatieven ontplooit, waarnaar andere deelnemers zich richten. De omstandigheid dat door andere deelnemers verantwoording aan de verdachte wordt afgelegd, duidt op een bepaalde macht of gezag binnen de organisatie.
Het [onlinegroep] is een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr
De rechtbank oordeelt dat het [onlinegroep] een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband was dat in ieder geval bestond uit de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , die beheerder en/of lid waren van de groepen en het kanaal van het [onlinegroep] . De groep hield zich bezig met opruiing, bedreiging, belaging en vernieling. De leiders riepen de leden steeds op om strafbare feiten richting [benadeelde 2] en [aangever 1] te plegen. Binnen de organisatie bestond tot op zekere hoogte een taakverdeling. Zo hield de één zich bezig met het plaatsen van berichten op het kanaal, en anderen met bijvoorbeeld contact, overhalen en het betalen van de leden voor het plegen van strafbare feiten, met het uitvoeren van DDOS-aanvallen, het plaatsen van nepadvertenties op Marktplaats en het onderhouden van contact met de mogelijke kopers, of het delen van informatie over [benadeelde 2] en zijn familie in de groepen.
De verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie
De rechtbank oordeelt dat de verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. Het is duidelijk dat de verdachte wist dat het [onlinegroep] het plegen van opruiing, bedreiging, belaging en vernieling tot oogmerk had. Hij maakte gebruik van het account [gebruikersnaam] . Hij nam met die gebruikersnaam deel aan de groepen [onlinegroep] en [onlinegroep] op Telegram, en de groep [onlinegroep] op Discord. Hij heeft met zijn account berichten gestuurd aan de medebeheerders en overige leden van het [onlinegroep] die gaan over de strafbare activiteiten van die criminele organisatie. Zo blijkt uit verschillende chats dat hij betrokken is geweest bij het ingooien van de ramen van [benadeelde 2] (op andere momenten dan bij feit 3). Ook plaatste en verwijderde hij (opruiende) berichten op het kanaal van het [onlinegroep] en heeft hij [aangever 1] zeer vaak gebeld.
De verdachte heeft verklaard dat hij pas vanaf februari 2022 is gaan meedoen aan het [onlinegroep] omdat hij wilde weten wie de problemen veroorzaakten in de omgeving van zijn vriendin [A] . [gebruikersnaam] is dus niet steeds de verdachte geweest. De rechtbank stelt op grond van het bewijs echter vast dat de verdachte al actief was voor het [onlinegroep] toen hij een relatie kreeg met de bovenbuurvrouw van [benadeelde 2] . Zijn verklaring over de reden om in een later stadium zich in de groep te mengen wordt dus tegengesproken door het bewijs. Uit het bewijs volgt dat [gebruikersnaam] al jaren actief was in het [onlinegroep] . [gebruikersnaam] zegt op 6 november 2022 dat ze niet gepakt zullen worden omdat [gebruikersnaam] en hij anders vier jaar geleden al waren opgepakt. Op 20 december 2022 zegt [gebruikersnaam] tegen [gebruikersnaam] dat zij allemaal, inclusief [gebruikersnaam] , kapot veel hebben gedaan de afgelopen jaren. Als na de aanhouding van [verdachte] bij anderen het besef doordringt dat [gebruikersnaam] niet meer terugkomt in de groep, bericht [gebruikersnaam] op 28 december 2002: ‘Hatsaaaa [gebruikersnaam] 2018-2022’. [gebruikersnaam] reageert daarop met: ‘4 jaar door de pijp heen’. Daaruit blijkt dat [gebruikersnaam] al lange tijd onafgebroken actief was. Dat een andere gebruiker van deze naam uit de groep is vertrokken en de verdachte ongemerkt het account [gebruikersnaam] heeft overgenomen, is niet aannemelijk geworden. Enig aanknopingspunt daarvoor ontbreekt.
De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte bij het [onlinegroep] betrokken is geweest in de periode die in de tenlastelegging wordt genoemd: vanaf april 2020 tot en met november 2022.
De verdachte kan worden aangemerkt als leider van het [onlinegroep]
De volgende vraag die moet worden beantwoord, is of de verdachte ook kan worden aangemerkt als een van de leiders van het [onlinegroep] . Uit het dossier blijkt dat de verdachte de leden van het [onlinegroep] opriep tot geweld en dat hij met verschillende initiatieven kwam. Zo zegt hij verschillende keren in de chats dat hij iemand heeft geregeld om de ruiten van de woning van [benadeelde 2] en zijn familieleden in te gooien en dat hij de instructie gaf dat de persoon moest wegrennen als hij het niet vertrouwde. Verder blijkt uit het dossier dat de verdachte degene is die berichten kan plaatsen en verwijderen op het openbare kanaal van het [onlinegroep] .
Ook blijkt uit de chats dat hij anderen aanwijzingen of instructies gaf. In een van de chats zegt hij namelijk dat hij aan een scholier de opdracht heeft gegeven om een Paysafekaart te halen, zodat de dader van het ingooien van de ramen kon worden betaald. Nadat de ramen waren ingegooid, besliste de verdachte dat de dader even ‘koud’ moest staan, zodat hij niet zou worden gepakt. Ook bepaalde de verdachte wie hogerop kon komen binnen het [onlinegroep] . Nadat een persoon met de naam [B] een raam van de auto van de moeder van [benadeelde 2] had ingegooid, zei de verdachte namelijk dat hij hem een admin rol zou toebedelen in de chat. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de verdachte voldoende macht en gezag binnen het [onlinegroep] bezat om te worden aangemerkt als leider daarvan.
Bewijsoverwegingen feit 2 (belaging [aangever 1] )
Inleiding: het delict belaging
De verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van belaging van [aangever 1] . Voor een bewezenverklaring van belaging (in de zin van artikel 285b Sr) is nodig dat ‘stelselmatig’ inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Dat betekent dat belaging een misdrijf is dat wordt begaan door verschillende gedragingen te verrichten gedurende een bepaalde periode. Belaging heeft dus een aanhoudend karakter en is een voortdurend delict, dat pas eindigt als het gedrag ophoudt.
De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het medeplegen van belaging
In deze zaak bestond de belaging uit het langdurig pesten (zowel online als fysiek) van [aangever 1] door verschillende personen, waaronder de verdachte. De verdachte bekent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het belagen van [aangever 1] , maar de verdediging verzoekt wel om gedeeltelijke vrijspraak van een aantal specifieke handelingen uit de beschuldiging, namelijk van het benaderen van [aangever 1] via sociale media en van het plaatsen van marktplaatsadvertenties op zijn naam. De rechtbank gaat hieraan voorbij en oordeelt dat is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van alle handelingen van de belaging uit de tenlastelegging. De rechtbank legt dit hierna uit.
Juridisch kader medeplegen
Het medeplegen van een strafbaar feit kan worden bewezen als vaststaat dat de verdachte en de medeverdachten bij het plegen van dat feit voldoende nauw en bewust hebben samengewerkt. Dit houdt in dat de medeplegers opzettelijk (willens en wetens) samenwerken om het strafbare feit te plegen. Ook als het plegen van het feit niet gezamenlijk wordt uitgevoerd, kan sprake zijn van nauwe en bewuste samenwerking. Die samenwerking kan bijvoorbeeld blijken uit de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een gepast moment.
De bijdrage van de verdachte aan de belaging was van voldoende gewicht
Gelet op de lange periode van de belaging van het slachtoffer, de intensiteit van de gedragingen en de omvang daarvan is het voor het bewijs van medeplegen niet nodig dat de verdachte een rol heeft gehad bij alle afzonderlijke gedragingen uit de beschuldiging. De verdachte en de medeverdachten hebben ieder taken verricht waardoor de belaging op grote schaal mogelijk werd. Zo was de verdachte een van de leiders van het [onlinegroep] , dat onder andere als doel had om [aangever 1] te belagen. Hij heeft [aangever 1] zelf ook belaagd door zeer vaak ongewenst naar hem te bellen (in ieder geval 173 keer). Omdat zijn bijdrage aan het [onlinegroep] van voldoende gewicht was, oordeelt de rechtbank dat verdachte ook kan worden aangemerkt als medepleger van de onderdelen die in de praktijk door medeverdachten in het [onlinegroep] werden gedaan, zoals het plaatsen van marktplaatsadvertenties of het benaderen van [aangever 1] via sociale media.
Vrijspraak van feit 3 en feit 4 primair
De rechtbank oordeelt dat feit 3 en feit 4 primair (beiden uitlokking van vernieling) niet zijn bewezen omdat daarvoor onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Feit 3
Op 2 maart 2022 is de woning van [benadeelde 2] vernield. De ramen waren ingegooid, de deurbel vernield en er was graffiti op de muur gespoten. Uit het dossier blijkt dat de vernieling is gepleegd door één van de leden van het [onlinegroep] , [C] . De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij [C] heeft uitgelokt om deze vernieling te plegen. Uitlokking houdt in dat iemand een ander aanzet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor die ander zelf kan worden gestraft. De uitlokker moet daarvoor één of meer van de in de wet genoemde uitlokkingsmiddelen gebruiken, zoals bijvoorbeeld een gift of het verschaffen van middelen of inlichtingen (artikel 47 Sr). De officier van justitie verdenkt de verdachte ervan dat hij voor [C] een fiets heeft klaargezet en een geldbedrag heeft uitgeloofd voor het ingooien van de ramen.
Uit het dossier blijkt echter niet dat [C] door de verdachte is uitgelokt. De verdachte ontkent dat hij de aanstichter is van deze vernieling. Daarnaast heeft [C] bij de politie verklaard dat hij met zijn eigen fiets naar de woning van [benadeelde 2] is gekomen en dat het ingooien van het raam zijn eigen idee was. Hij wilde het vertrouwen van de groep winnen. Toen hij interesse toonde voor het [onlinegroep] kreeg hij een link toegestuurd met de instructie dat hij moest zeggen dat hij via [gebruikersnaam] kwam. Daarna heeft hij toegang gekregen tot de rest van de server.
De verdachte heeft actief deelgenomen aan chats waarin wordt opgeroepen om vernielingen uit te voeren bij [benadeelde 2] en zijn familie. Er is in die chats echter geen oproep aan te wijzen van vóór de pleegdatum 2 maart 2022 waarvan met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat [C] daardoor is aangezet tot het plegen van deze vernieling.
Dat betekent dat sprake is van onvoldoende bewijs en dat de verdachte van feit 3 zal worden vrijgesproken.
Feit 4 primair
Uit het dossier blijkt dat een van de leden van het [onlinegroep] , [aangever 3] , op 6 augustus 2022 van plan was om graffiti te spuiten op de woning van [benadeelde 2] . Voordat hij hier echter mee heeft kunnen beginnen, is hij aangehouden. Dat betekent dat de vernieling niet is voltooid en dat de verdachte wordt vrijgesproken van de uitlokking van vernieling (feit 4 primair).
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
in de periode van 1 april 2020 tot en met 20 november 2022 in Nederland, als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en tot nog toe onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten een of meer misdrijven omschreven in:
- artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing),
- artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging),
- artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (belaging), en
- artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht (vernieling);
feit 2
in de periode van 31 oktober 2021 tot en met 21 oktober 2022, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] ,
- door meermalen via verschillende sociale mediakanalen en telefonisch die [aangever 1] ongewenst te benaderen, en
- door meermalen, althans eenmaal, namens die [aangever 1] advertenties op Marktplaats te plaatsen,
met het oogmerk die [aangever 1] vrees aan te jagen;
feit 4 (subsidiair)
[aangever 3] op 6 augustus 2022 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren, ter uitvoering van het door [aangever 3] voorgenomen misdrijf om opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of de woning die aan [benadeelde 2] toebehoorde, te vernielen,
vermomd met een bivakmuts en bril naar de woning van voornoemde [benadeelde 2] is gaan, terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid,
welk feit hij, verdachte, in de periode van 1 januari 2022 tot en met 7 augustus 2022 in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door een geldbedrag uit te loven wanneer de woning van [benadeelde 2] vernield zou worden.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
5 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van
misdrijven;
feit 2:
medeplegen van belaging;
feit 4 (subsidiair):
opzettelijke uitlokking van een poging tot opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
6 Straf en maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
-
een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
-
een vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: 38v-maatregel) met een contactverbod voor de slachtoffers [benadeelde 2] , [aangever 2] en [benadeelde 1] en een locatieverbod voor de woning van [benadeelde 2] en [aangever 2] . De officier van justitie eist dat de maatregel voor 5 jaar wordt opgelegd, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet. Daarnaast eist de officier van justitie dat de 38v-maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en met de veranderingen in het leven van de verdachte sinds de gepleegde feiten. Hij ziet in wat zijn fouten zijn geweest en hoe hij dat in de toekomst anders moet doen. Hij heeft afstand genomen van het [onlinegroep] en ook geprobeerd in overleg met de politie de groep te stoppen. Daarnaast heeft de verdachte in de tussentijd een dochter gekregen. Bij de oplegging van een gevangenisstraf zou niet alleen de verdachte het moeilijk krijgen, maar ook zijn gezin. De advocaat verzoekt een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, aangevuld met een (deels voorwaardelijke) taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte is gedurende ruim drie jaar leider van een criminele organisatie geweest die als doel had om bedreigingen, vernielingen en belagingen te plegen. Met name de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] hebben een grote rol gehad in dit alles. Zij waren beheerders van Telegramgroepen van het [onlinegroep] en hebben daarbij de leden opgeroepen om strafbare handelingen te plegen tegen [aangever 1] , [benadeelde 2] , de ouders van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] . Begin 2023 had één van deze groepen bijna 9.000 leden. De verdachte en zijn medeverdachten handelden vanuit de anonimiteit van hun online wereld en lieten risicovolle acties op straat door anderen doen. Ze boden een forum voor online haat waarin de kwaadaardige denkbeelden van de deelnemers elkaar over en weer versterkten. Beïnvloedbare personen werden aangezet tot fysiek geweld en gingen ook daadwerkelijk tot actie over. Op die manier hebben de verdachte en zijn medeverdachten de afgelopen jaren de levens van de slachtoffers op stelselmatige wijze verwoest.
Zo werd vanuit het kanaal van het [onlinegroep] geld beloofd als iemand bereid was om bijvoorbeeld de ramen bij [benadeelde 2] in te gooien of graffiti op zijn woning te spuiten. De ramen van de woning en de auto van [benadeelde 2] (en zijn familie) zijn ook daadwerkelijk meerdere keren vernield en beklad. Daarnaast zijn jarenlang doodsbedreigingen geuit, is meerdere keren tegen de voordeur getrapt, zijn veel (anonieme) telefoontjes gepleegd, valse marktplaatsadvertenties op naam van de slachtoffers gemaakt, veel bestellingen op naam van de slachtoffers geplaatst en is de internetverbinding van [benadeelde 2] meerdere keren platgelegd via DDOS-aanvallen. Nadat hij zich gedwongen had gezien om te verhuizen werden alle buren op het nieuwe adres aangeschreven om te zorgen dat zij zich tegen hem zouden keren. [benadeelde 2] en zijn familie zijn bij herhaling grof beledigd en vals beschuldigd in chats en op fora waar veel mensen toegang toe hadden. De familie werd ook thuis lastig gevallen. De ellende die de moeder van [benadeelde 2] en met name ook zijn nicht [benadeelde 1] en haar gezin over zich kregen uitgestort is ongekend. Ook is het graf van het overleden broertje van [benadeelde 2] vernield. Het is de vraag waar dit alles geëindigd was als de politie niet had ingegrepen.
[aangever 1] werd jarenlang telefonisch lastiggevallen, waaronder door de verdachte. Daarnaast werden er namens hem valse advertenties op Marktplaats gezet, waardoor hij steeds onbekenden aan de deur kreeg. Ook zijn er hakenkruizen op zijn woning gespoten, en is er een baksteen door zijn ramen gegooid. Door dit soort gedragingen van het [onlinegroep] heeft hij uiteindelijk één van zijn voormalige woonadressen noodgedwongen moeten verlaten.
De belaging was voor alle slachtoffers angstaanjagend. Zij hebben lange tijd niet geweten wie er achter het [onlinegroep] zaten en weten nog steeds niet waarom zij als doelwit van de vergaande pesterijen zijn uitgekozen. Uit de slachtofferverklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] die op de zitting zijn voorgelezen is duidelijk naar voren gekomen dat de impact van dit alles enorm is geweest. [benadeelde 2] voelde zich zo angstig dat hij zijn huis niet meer uit durfde en 11 weken zijn bed niet meer uit kon komen. Hij kon niet meer werken of functioneren. Hij heeft drie keer moeten verhuizen en woont nu op een geheime locatie.
[benadeelde 1] heeft aangegeven dat zij slecht slaapt, zich steeds meer terugtrekt en dat zij bij het verlaten van haar woning continu om zich heen kijkt. Zelfs de kinderen van [benadeelde 1] werden onderweg naar school achtervolgd en bedreigd. Haar oudste dochter ging niet meer naar school en haar jongste dochter kon geen vriendinnen meer meenemen, omdat hun ouders bang waren voor gevaar. Haar zoon kreeg paniekaanvallen, waarvoor regelmatig de ambulance is gekomen en waarvoor hij nu onder controle bij een cardioloog staat.
[aangever 1] heeft geen slachtofferverklaring meer kunnen afleggen. Hij is voor de inhoudelijk behandeling van de zaak ter zitting overleden. Dat neemt niet weg dat uit zijn aangifte duidelijk volgt wat voor effect de gedragingen van het [onlinegroep] op hem hebben gehad.
De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Het strafblad
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 11 augustus 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte in 2019 is veroordeeld voor het plegen van een bedreiging.
De reclasseringsadviezen
Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de rapporten van de reclassering van 22 november 2022, 3 februari 2025 en 17 september 2026. Uit het meest recente rapport blijkt dat de reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering ziet geen noodzaak om in een forensisch kader aan gedragsverandering te werken, omdat de recidivekans wordt ingeschat op laag-matig. Wel adviseert de reclassering een 38v-maatregel op te leggen, die een gebieds- en een contactverbod met de slachtoffers inhoudt.
Strafkader
Oplegging gevangenisstraf van 20 maanden
De rechtbank legt aan de verdachte een straf op voor meerdere strafbare feiten. De rechtbank houdt er rekening mee dat deze strafbare feiten elkaar overlappen. De belaging van [aangever 1] heeft plaatsgevonden in het kader van de deelneming aan de criminele organisatie waar de verdachte leiding aan heeft gegeven. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de criminele organisatie waaraan de verdachte leiding gaf zich heeft bezig gehouden met de belaging van [benadeelde 2] .
De rechtbank heeft in de eerste plaats gelet op de maximale straf die kan worden opgelegd voor belaging, een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. De criminele organisatie heeft zich bezig gehouden met een langdurige belaging waarbij een zeer ernstige inbreuk wordt gemaakt op de levenssfeer van de slachtoffers. Strafverhogend is dat de verdachte leiding gaf aan deze criminele organisatie. Strafverhogend is ook dat er meerdere personen werden belaagd en dat deze belaging ook ingrijpende gevolgen had voor familieleden.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verdachte een lagere straf op te leggen omdat hij eerder is aangehouden en in zijn zaak bij feit 1 (als leider deelnemen aan een criminele organisatie) een kortere periode bewezen is verklaard. De verdachte heeft namelijk gedurende lange tijd leiding gegeven aan deze groep die het specifieke doel had het leven van [benadeelde 2] en [aangever 1] ondraaglijk te maken (onder meer) door anderen op te roepen om hen te belagen, te pesten en vernielingen aan te richten. De gedragingen van de verdachte tijdens de bewezen verklaarde periode zijn een aanzet en stimulans geweest voor de belaging van [aangever 1] , [benadeelde 2] en familieleden van [benadeelde 2] . Deze belaging waartoe de verdachte anderen heeft aangezet, is doorgegaan nadat de verdachte was aangehouden. Dat de verdachte eerder is aangehouden, weegt daarom niet strafverlagend.
Onder al deze omstandigheden zijn de strafdoelen van speciale preventie (dat de verdachte doordrongen raakt van de strafwaardigheid en herhaling wordt voorkomen) en resocialisatie (dat de verdachte zijn leven weer kan oppakken) ondergeschikt aan de strafdoelen van vergelding (dat hem wordt vergolden wat hij anderen heeft aangedaan) en generale preventie (dat anderen in de maatschappij doordrongen raken van de strafwaardigheid van deze gedragingen). De bewezen feiten zijn zo ernstig dat de enige passende reactie daarop een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is. Een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals bepleit door de verdediging, is niet op zijn plaats. Dit staat niet in verhouding tot de ernst van de feiten en de lange pleegperiode waarin de strafbare feiten hebben plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat een gevangenisstraf van 24 maanden in principe passend is. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Wel zal de rechtbank de duur van de gevangenisstraf matigen, omdat de strafzaak niet binnen een redelijke termijn is afgerond. Het uitgangspunt in deze zaak is dat binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis moet worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte in verzekering is gesteld als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, namelijk op 20 november 2022. Tussen die datum en de datum van het vonnis – 3 november 2026 – ligt een periode die de redelijke termijn met bijna twee jaar overschrijdt. Dit tijdsverloop is niet aan de verdachte te wijten, terwijl hij de negatieve gevolgen daarvan wel heeft moeten ondervinden. Om die reden zal de rechtbank een strafvermindering van 4 maanden toepassen.
Het voorgaande betekent dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 20 maanden zal worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Oplegging 38v-maatregel
Om te voorkomen dat de verdachte nieuwe strafbare feiten pleegt, zal de rechtbank de 38v-maatregel voor de duur van 2 jaar opleggen. De maatregel houdt in dat de verdachte geen contact opneemt met [benadeelde 2] , [aangever 2] en [benadeelde 1] . Voor het geval de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, wordt hechtenis toegepast van ten hoogste 2 weken. Voor het gevraagde locatieverbod voor het woonadres van [benadeelde 2] en [aangever 2] ziet de rechtbank geen aanleiding.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen tegenover de slachtoffers, zal de rechtbank de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren. Dat betekent dat de maatregel direct na de uitspraak in gaat, ook als de verdachte hoger beroep instelt.
Conclusie
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest en een 38v-maatregel (inhoudende een contactverbod met [benadeelde 2] , [aangever 2] en [benadeelde 1] ) op.
7 In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de in beslag genomen telefoon verbeurd wordt verklaard, omdat de telefoon is gebruikt bij het plegen van de feiten.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd over het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon verbeurd verklaren. Met behulp van de telefoon zijn de bewezen verklaarde feiten begaan.
8 Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij(en)
[aangever 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 1] hebben zich gesteld als benadeelde partij.
[aangever 1] vordert een schadevergoeding van € 5.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).
[benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).
[benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 26.905,58 bestaande uit € 16.905,58 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).
Alle benadeelde partijen verzoeken de schadevergoeding te verhogen met de wettelijke rente. Daarnaast verzoeken zij om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en zijn medeverdachten.
De verdediging heeft voor het eerst op de zitting kennis gekregen van de vordering van [benadeelde 1] . De rechtbank heeft de verdediging in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de vordering, vervolgens de officier van justitie en de benadeelde partij om daarop te reageren en de verdediging als laatste. De rechtbank beschouwt deze schriftelijke standpunten, gehoord de officier van justitie, de verdediging en de benadeelde partij, als te zijn afgelegd tijdens het onderzoek op de zitting. De procesdeelnemers hebben daarmee ingestemd en per e-mail laten weten dat er geen behoefte bestaat aan een nadere zitting. Ook heeft de verdediging te kennen gegeven dat de verdachte geen behoefte heeft om nogmaals als laatste het woord te voeren. De rechtbank stelt daarmee vast dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om als laatste het woord te voeren. De rechtbank heeft de schriftelijke standpunten betrokken bij de beoordeling.
Standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van de door benadeelde partij [aangever 1] gevorderde immateriële schade stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat [aangever 1] daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hoewel het overlijden van de benadeelde partij niet aan toewijzing van een schadevergoeding in de weg staat, is de vordering tot schadevergoeding in dit geval onvoldoende onderbouwd.
Ten aanzien van de door benadeelde partij [benadeelde 2] gevorderde immateriële schade stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze in zijn geheel kan worden toegewezen. De vordering tot schadevergoeding is voldoende onderbouwd.
Ten aanzien van de door benadeelde partij [benadeelde 1] gevorderde schadevergoeding heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat zij het slachtoffer is geworden van een criminele organisatie waarvan de verdachte deel uitmaakte en dat het mogelijk is om schade te vorderen die ontstaan is door de onrechtmatige daden die zijn gepleegd vanuit de criminele organisatie. Daarbij is wel vereist dat de verdachte wist of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de door elke benadeelde partij geleden schade.
Voor wat betreft de immateriële schadevergoeding heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat die ten aanzien van alle verdachten voldoende onderbouwd en volledig toewijsbaar is.
Voor wat betreft de gevorderde materiële schade, die bestaat uit een verhuiskostenvergoeding en gederfde inkomsten heeft de officier van justitie zich voor wat de verhuiskostenvergoeding op het standpunt gesteld dat deze niet kan worden toegewezen ten aanzien van de verdachte. Voor wat betreft de gevorderde gederfde inkomsten heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze in ieder geval gedeeltelijk kan worden toegewezen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het aandeel van de verdachte in de verweten onrechtmatige gedragingen.
De officier van justitie heeft voorts gevorderd de toe te wijzen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente, en daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de door de benadeelde partij [aangever 1] gevorderde schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
Ten aanzien van de door de benadeelde partij [benadeelde 2] gevorderde schadevergoeding heeft de verdediging verzocht deze te matigen. Gelet op de Rotterdamse Schaal is een bedrag tussen de € 5.000,00 en € 8.000,00 op zijn plaats.
Ten aanzien van de door de benadeelde partij [benadeelde 1] gevorderde schadevergoeding heeft de verdediging zich voor wat betreft de post gederfde inkomsten geconformeerd aan het standpunt van de officier van justitie dat de helft van het in het requisitoir opgenomen bedrag toegewezen kan worden. De gevorderde verhuiskosten zijn niet toewijsbaar. Deze kosten zijn gemaakt ver nadat de verdachte uit het [onlinegroep] is gestapt. Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade geldt dat deze slechts voor een gering gedeelte aan de verdachte is toe te rekenen. Indien van de meest ernstige categorie van de Rotterdamse Schaal wordt uitgegaan, dan gaat het alsnog om de ondergrens, wat leidt tot een bedrag van € 5.000,00. Dat bedrag dient dan ook nog verdeeld te worden onder de verschillende verdachten die op dat moment betrokken waren bij het [onlinegroep] .
Mocht de rechtbank tot een toekenning van een schadevergoeding komen, dan verzoekt de verdediging om de schadevergoeding niet hoofdelijk op te leggen maar voor gelijke delen. De verdachte en de medeverdachten kennen elkaar niet persoonlijk, maar vrijwel uitsluitend van online contact. Hoofdelijkheid is een dergelijk geval niet redelijk.
Oordeel van de rechtbank
Vordering benadeelde partij [aangever 1]
De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding niet onderbouwd. Het openbaar ministerie heeft de erfgenamen erop gewezen dat een onderbouwing ontbreekt en gevraagd om een nadere toelichting en onderbouwing met stukken. De erfgenamen hebben te kennen gegeven daarvan af te zien. De benadeelde partij krijgt nu niet alsnog een gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
Vordering benadeelde partij [benadeelde 2]
De verdachte is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie (feit 1). Uit een bewezen deelname aan een criminele organisatie als strafbaar gesteld in artikel 140 Sr volgt niet zonder meer dat ieder lid van die organisatie op grond van artikel 6:166 BW, (waarin groepsaansprakelijkheid is geregeld) aansprakelijk is voor alle misdrijven die door een of meer leden van die criminele organisatie zijn gepleegd. Voor aansprakelijkheid van een persoon op grond van artikel 6:166 BW is nodig dat de desbetreffende persoon een onrechtmatige bijdrage aan het schadeveroorzakende feit kan worden verweten. Vereist is dat de verdachte wist of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de in het concrete geval geleden schade. De concrete omstandigheden van het geval zijn bepalend voor de vaststelling dat voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde geleden schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden.
Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat hij door de strafbare feiten 1 en 4 op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Uit het procesdossier in deze strafzaak volgende voldoende concrete gegevens waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. De ernst van de gevolgen voor de benadeelde partij is daarnaast uitgebreid ter terechtzitting toegelicht door zijn advocaat.
Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de zogenoemde ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding.
De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij het begroten van de schade naar billijkheid.
In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie belaging van de Rotterdamse schaal. De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bedrag van € 8.000,00 voor ‘meest ernstige belaging’ tot uitgangspunt. De rechtbank ziet aanleiding om dit bedrag naar boven bij te stellen, gelet op de intensieve jarenlange kwaadaardige stelselmatige belaging die de benadeelde partij heeft moeten ondergaan en de gevolgen die hij daarvan heeft ondervonden. De rechtbank acht het redelijk om het voornoemde bedrag met 25% te vermeerderen, zodat een totaalbedrag van € 10.000,00 zal worden toegewezen.
Wettelijke rente
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2022 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 10.000,00 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 75 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging op dit punt naar voren is gebracht geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
Vordering benadeelde partij [benadeelde 1]
De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de verdachte is aan te merken als één van de leiders van het [onlinegroep] en dat hij zich langere tijd heeft beziggehouden met het belagen van [benadeelde 2] en dat hij daarvoor o.a. gebruik maakte van verschillende onlinekanalen waaronder Telegramgroepen waarin hij onder meer opruiende teksten schreef en opriep tot het plegen van geweld richting [benadeelde 2] . Uit het dossier volgt dat benadeelde partij uitsluitend het slachtoffer van het [onlinegroep] - de criminele organisatie - is geworden omdat zij de nicht is van [benadeelde 2] , wiens leven het [onlinegroep] kapot wilde maken. Dit blijkt onder meer uit verschillende aangiftes die de benadeelde partij heeft gedaan tegen het [onlinegroep] , te beginnen met haar aangifte van 16 november 2022 waaruit volgt dat ook de familie van [benadeelde 2] het moest (gaan) ontgelden. De benadeelde partij heeft de impact van het handelen van het [onlinegroep] tijdens de zitting op indrukwekkende wijze uiteengezet in haar mondeling verklaring.
Het [onlinegroep] had als doel om [benadeelde 2] op alle mogelijke manieren te treffen. Dat gebeurde onder meer door acties tegen zijn naaste familie. Het lag daarom zeer voor de hand dat die daardoor schade zouden lijden, zoals bij [benadeelde 1] vervolgens ook is gebeurd. De leiders van het [onlinegroep] hadden zich dat moeten realiseren en de activiteiten van de organisatie (ook) hierom achterwege moeten laten. De verdachte was één van die leiders. Of de verdachte zelf rechtstreeks betrokken was of daadwerkelijk weet had van een of meer acties tegen [benadeelde 1] is dan niet doorslaggevend.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat schade die de benadeelde partij heeft geleden rechtstreeks volgt uit de activiteiten van het [onlinegroep] . Dat betekent dat er een direct causaal verband is tussen de geleden schade en de onrechtmatige gedragingen van de verdachte, die als leider van het [onlinegroep] een sturende rol in dit alles heeft gehad. Dat betekent dat de verdachte op die grond aansprakelijk is voor de door de benadeelde partij daardoor geleden schade.
De benadeelde partij heeft een materiële schadevergoeding gevorderd van € 16.905,58 en € 10.000,00 aan immateriële schade.
Materiële schadevergoeding
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding bestaat uit een bedrag van € 8.979,58 aan gederfd inkomen en een bedrag van € 7.926,00 aan verhuiskosten.
De benadeelde partij heeft aangevoerd dat zij door toedoen van de gedragingen van het [onlinegroep] in de ziektewet is geraakt, waardoor zij vanaf augustus 2022 een uitkering heeft ontvangen op grond van de Ziektewet. Blijkens de door de benadeelde partij overgelegde berekening heeft zij hierdoor vanaf augustus 2022 tot en met 2024 een inkomensderving van € 8.979,58 gehad, omdat niet haar volledige inkomensval door de door haar ontvangen uitkering werd gecompenseerd. De benadeelde partij heeft ter onderbouwing van deze schadepost onder andere een bericht van haar huisarts, een verwijzing en een intake bij een ggz-instelling en overzichten van de verzekering overgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij inkomstenderving heeft geleden. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. Omdat de precieze vaststelling van de schade als gevolg van het verlies van inkomen een te grote belasting van het strafproces zou opleveren, zal de rechtbank bij de vaststelling van de door de benadeelde partij gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. De rechtbank vindt het aannemelijk dat in ieder geval de helft van de geleden schade is toe te rekenen aan de gedragingen van de verdachte zoals bewezenverklaard onder feit 1. Dat betekent dat een bedrag van (€ 8.979,58 * 0,5 =) € 4.489,79 zal worden toegewezen.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij ten aanzien van het overige gedeelte van de gevorderde gederfde inkomsten niet-ontvankelijk. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 7.926,00 aan verhuiskosten gevorderd. Dit bedrag is gebaseerd op de forfaitaire vergoeding op grond van de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie. Het is ter zitting niet betwist dat de benadeelde partij als gevolg van de belaging door het [onlinegroep] genoodzaakt was te verhuizen.
Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de onder feit 1 bewezen verklaarde feit. De verhuizing van de benadeelde partij is immers rechtstreeks het gevolg van de indringende inmenging van het [onlinegroep] in het leven van de benadeelde partij, dat heeft plaatsgevonden in het kader van het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij heeft geen stukken overgelegd waaruit de kosten van de verhuizing blijkt. Omdat naar oordeel van de rechtbank wel vaststaat dat de benadeelde partij vanwege de verhuizing kosten heeft gemaakt, zal de rechtbank gebruikmaken van haar schattingsbevoegdheid, en zoals door de benadeelde partij verzocht, aansluiten bij de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie. Dit betekent dat een bedrag van € 7.926,00 zal worden toegewezen aangezien dit door de wetgever een redelijk bedrag ter dekking van verhuiskosten wordt geacht.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Zoals hiervoor al is toegelicht, is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat zij door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. Bovendien volgt dit uit het procesdossier en het feit dat bij de benadeelde partij een verwijzing naar de GGZ heeft plaatsgevonden.
De advocaat heeft aangevoerd dat de handelingen die hebben geleid tot de hoogte van de gevorderde immateriële schade, grotendeels hebben plaatsgevonden nadat de verdachte uit het [onlinegroep] was gestapt. Om die reden kan de schade volgens de verdediging niet worden gezien als het gevolg van feit 1 (als leider deelnemen aan een criminele organisatie). De rechtbank oordeelt anders. De verdachte heeft namelijk gedurende lange tijd leidinggegeven aan een groep die het specifieke doel had het leven van [benadeelde 2] en [aangever 1] ondraaglijk te maken (onder meer) door anderen op te roepen om hen te belagen, te pesten en vernielingen aan te richten. Met dat doel werden ook familieleden van [benadeelde 2] gestalkt, waaronder de benadeelde partij [benadeelde 1] . Dit vond ook al plaats voordat de verdachte werd aangehouden. Op 16 november 2022 doet [benadeelde 1] aangifte waarin zij verklaart dat in de telegramchat van het [onlinegroep] een bericht was geplaatst dat zij korte metten gingen maken met de familie [benadeelde 2] . Op het moment dat [benadeelde 1] aangifte deed, waren er al vele bedreigingen richting haar en haar kinderen geuit die betrekking hadden op vernielingen, doxing, geweld en verkrachting.
De rechtbank stelt dan ook vast dat de bewezen verklaarde gedragingen van de verdachte een aanzet en stimulans zijn geweest voor de belaging van de benadeelde partij. Daarbij komt dat de verdachte gedurende lange tijd bezig is geweest een groep te vormen die was gericht op specifieke personen. Onder al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de schade die bij [benadeelde 1] in ontstaan ook worden toegerekend aan de bewezen verklaarde gedragingen van de verdachte. Dat de verdachte op enig moment is gestopt doordat hij werd aangehouden, maakt onder deze omstandigheden geen verschil.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 10.000,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.
Wettelijke rente
De vergoeding van de materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De vergoeding van gederfde inkomsten wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2023, omdat vast is komen te staan dat de schade in ieder geval vanaf die datum is ontstaan. De vergoeding van de verhuiskosten wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2026 omdat vast is komen te staan dat de schade in ieder geval vanaf die datum is ontstaan, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De vergoeding van de immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2022, omdat vast is komen te staan dat de immateriële schade (in ieder geval) vanaf die datum is ontstaan, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 22.415,79 aan de Staat moet betalen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente:
-
over een bedrag van € 4.489,79 vanaf 1 juli 2023 tot de dag van volledige betaling;
-
over een bedrag van € 7.926,00 vanaf 23 september 2026 tot de dag van volledige betaling;
-
over een bedrag van € 10.000,00 vanaf 6 november 2022 tot de dag van volledige betaling.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 133 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging op dit punt naar voren is gebracht geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
9 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en maatregel en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd de artikelen 36f, 38v, 38w, 47, 57, 60, 63, 140, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
10 De beslissing
De rechtbank:
ontvankelijkheid officier van justitie
- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde;
Vrijspraak
- verklaart het onder feit 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
-
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 4 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
-
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1, 2 en 4 subsidiair bewezen verklaarde;
oplegging gevangenisstraf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
oplegging artikel 38v-maatregel
-
legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaar;
-
beveelt dat de verdachte zich onthoudt van contact met
-
[benadeelde 2] (geboren [geboortedatum] 1990);
-
[aangever 2] (geboren [geboortedatum] 1959);
-
[benadeelde 1] (geboren [geboortedatum] 1983);
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 2 weken hechtenis, met een maximum van 6 maanden;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd: 1 STK GSM (PL0900-2022032276-G3078775);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 1] (feit 1 en 2)
-
verklaart [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
-
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 1 en 4 subsidiair)
-
wijst de vordering van [benadeelde 2] van € 10.000,00 aan immateriële schade geheel toe;
-
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2022 tot de dag van volledige betaling;
-
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
-
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 10.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 133 dagen gijzeling;
-
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
-
legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
-
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
-
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1)
-
wijst de vordering van [benadeelde 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 22.415,79 (bestaande uit € 12.415,79 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade);
-
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 4.489,79 met ingang van 1 juli 2023 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 7.926,00 met ingang van 23 september 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 6 november 2022 tot de dag van volledige betaling;
-
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
-
verklaart [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
-
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
-
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve [benadeelde 1] aan de Staat € 22.415,79 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente;
- over een bedrag van € 4.489,79 met ingang van 1 juli 2023 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 7.926,00 met ingang van 23 september 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 6 november 2022 tot de dag van volledige betaling,
telkens tot de dag van volledige betaling;
-
indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 365 dagen gijzeling;
-
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
-
legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
-
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. M.J. Terstegge en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 20 november 2022 te
Kortenhoef, gemeente Wijdemeren en/of Franeker, in elk geval in Nederland,
als oprichter, leider en/of bestuurder
heeft deelgenomen aan een organisatie,
bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
(onder andere)
[medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of een of meer tot nog
toe onbekend gebleven personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten een of meer
misdrijven omschreven in:
- artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing),
- artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging),
- artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (belaging), en/of
- artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht (vernieling);
2
hij, in of omstreeks de periode van 31 oktober 2021 tot en met 21 oktober 2022, te
Zevenbergen en/of Franeker en/of Kortenhoef, gemeente Wijdemeren, in elk geval
in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] ,
- door meermalen, althans eenmaal, via verschillende sociale mediakanalen en/of
telefonisch die [aangever 1] ongewenst te benaderen, en/of
- door meermalen, althans eenmaal, namens die [aangever 1] advertenties op Marktplaats
te plaatsen,
met het oogmerk die [aangever 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen en/of vrees aan te
jagen;
3
[C] op 2 maart 2022 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren opzettelijk en
wederrechtelijk een of meer ruiten en/of een deurbel en/of de woning, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval een ander
toebehoorde, heeft vernield, welk feit hij, verdachte, in de periode van 1 januari
2022 tot en met 2 maart 2022 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren, althans in
Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door een fiets voor voornoemde [C] klaar
te zetten en/of een geldbedrag uit te loven wanneer de ruiten van de woning van
[benadeelde 2] vernield zouden worden;
4
[aangever 3] op 6 augustus 2022 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren opzettelijk en
wederrechtelijk een ruit en/of de woning, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval een ander toebehoorde, heeft vernield, welk
feit hij, verdachte, in de periode van 1 januari 2022 tot en met 7 augustus 2022 te
Kortenhoef, gemeente Wijdemeren, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt
door een geldbedrag (van 20 euro) uit te loven wanneer de woning van [benadeelde 2]
vernield zou worden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[aangever 3] op 6 augustus 2022 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren,
ter uitvoering van het door [aangever 3] voorgenomen misdrijf om opzettelijk en
wederrechtelijk een ruit en/of de woning, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [benadeelde 2] , in elk geval een ander toebehoorde, te vernielen,
vermomd met een bivakmuts en/of zonnebril naar de woning van voornoemde Van
Dijk is gaan en/of aldaar een spuitbus met verf tevoorschijn heeft gehaald en/of
daarmee zwaaiende bewegingen heeft gemaakt,
terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid,
welk feit hij, verdachte, in de periode van 1 januari 2022 tot en met 7 augustus 2022 te
Kortenhoef, gemeente Wijdemeren, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt
door een geldbedrag (van 20 euro) uit te loven wanneer de woning van [benadeelde 2]
vernield zou worden.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Het [onlinegroep]
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2023
In het Telegramkanaal ‘ [onlinegroep] ’ en in de Telegramgroep ‘ [onlinegroep] chat’ wordt door de beheerders opgeroepen tot het zorgen voor ongeregeldheden bij aangever [benadeelde 2] thuis en online. Daarbij wordt opgeroepen om onder andere bestellingen te plaatsen bij verschillende bedrijven op naam van aangever. Ook wordt aangever bedreigd in dit Telegramkanaal en in de chatgroep en wordt opgeroepen aangever [benadeelde 2] en diens familie fysiek iets aan te doen.
De stalking bestaat uit het plaatsen van bestellingen op naam van aangevers die aangevers niet zelf hebben besteld. Ook wordt regelmatig de internetverbinding van aangever platgelegd. Er zijn meerdere brieven verspreid in de directe omgeving van aangever [benadeelde 2] zoals bij familie, buren en straatgenoten met leugenachtige kwaadsprekerij teksten. De woning van aangever [benadeelde 2] is meerdere keren vernield. Er zijn ramen vernield en er is graffiti op de muren van de woning gespoten. Ook is het voertuig van aangever [benadeelde 2] vernield en ook van andere slachtoffers.
De chatgroepen in gebruik bij het [onlinegroep]
Een proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2023
Op 20 juni 2023 zag ik in een open kanaal dat het [onlinegroep] offline zou zijn en verder zou gaan onder nieuwe namen: [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2023
Ik zag dat de volgende gebruikers toegevoegd waren aan de chat [onlinegroep] :
[gebruikersnaam] ;
[gebruikersnaam] ;
[gebruikersnaam] .;
[gebruikersnaam] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2023
Bij de Telegramgroep [onlinegroep] zag ik de volgende bijbehorende leden: [gebruikersnaam] , […].
Een proces-verbaal van bevindingen van 28 november 2022
Ik, verbalisant, bekeek de Discord Server [onlinegroep] . Ik zag de volgende gebruikers voorbij komen in [onlinegroep] :
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 april 2024
Ik zag een telegramchat met ID “ [gebruikersnaam] ” met de volgende gebruikers:
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] .;
- [gebruikersnaam] .
Deelname [medeverdachte 1] aan de chatgroepen
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] op 18 juli 2023
V: Wat zijn jouw account/gebruikersnamen op de sociale media?
A: [gebruikersnaam] .
C: Uit verder onderzoek blijkt dat in de Telegramchat “ [onlinegroep] het volgende bericht plaatst: "Precies. [gebruikersnaam] (en ik) doen dit al sinds 2020. Hij komt net kijken”
V: Wat is jouw reactie hierop?
A: [gebruikersnaam] en ik uit [onlinegroep] zitten als sinds 2020 in deze groepjes.
Een proces-verbaal van aanhouding verdachte van 18 juli 2023
Op 18 juli 2023 werd door mij, verbalisant, aangehouden: [medeverdachte 1] .
Deelname [medeverdachte 2] aan de chatgroepen
Een proces-verbaal van bevindingen (verhoor [medeverdachte 2] op 19 juli 2023) van 20 juli 2023
De verdachte verklaarde het volgende:
• de verdachte heeft in de Telegramgroep van het [onlinegroep] gezeten en deel daarvan uitgemaakt;
• de namen van de verdachte zijn [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] ;
• de verdachte zat voor het eerst in een Telegramgroep in 2019. Dat was het groepje van het eerste uur met als naam [onlinegroep] ;
• de telegramgroep is ook van naam veranderd. Deze heette vervolgens [onlinegroep] ;
• de naam was weer veranderd in het [onlinegroep] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2023
Op 18 juli 2023 vond er een doorzoeking plaats in de woning aan het [adres 2] in [plaats] (opmerking rechtbank: het adres van de verdachte [medeverdachte 2] ). Voorafgaand aan de doorzoeking werd [medeverdachte 2] aangehouden. Onderstaande gegevensdrager werd in beslag genomen: iPhone 11. Ik zag dat de iPhone gekoppeld stond aan het Apple ID met de naam [medeverdachte 2] . Ik zag dat de huidige gebruikersnaam @ [gebruikersnaam] betrof en schermnaam [gebruikersnaam] . Mij is bekend dat [gebruikersnaam] een beheerder is in [onlinegroep] .
Deelname [medeverdachte 3] aan de chatgroepen
Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris van 22 september 2023
U zou onder de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ chatten.
Dat klopt.
Een proces-verbaal van bevindingen van 21 september 2023
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de tijdsperiode waarin telegram userid met gebruikersnaam “ [gebruikersnaam] ” berichten heeft geplaatst in de chatgroepen die een verband hebben met het [onlinegroep] . Ik zag dat er gedurende de periode van 5 juli 2022 tot en met 11 juli 2023 met regelmaat verschillende chatberichten werden gepost door [gebruikersnaam] in deze groepen.
Deelname [medeverdachte 4] aan de chatgroepen
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] op 26 september 2023
V: Wij denken dat jij [gebruikersnaam] bent, wat wil je daarover zeggen?
A: Ja dat ben ik.
Een proces-verbaal van bevindingen van 27 september 2023
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de tijdsperiode waarin " [gebruikersnaam] ” berichten heeft geplaatst op Telegram in de chatgroepen die een verband hebben met het “ [onlinegroep] ”. Ik zag dat er gedurende de periode van 5 juli 2022 tot en met 18 juni 2023 met regelmaat
verschillende chatberichten werden gepost door “ [gebruikersnaam] ” in deze groepen.
Deelname [verdachte] aan de chatgroepen
De verklaring van verdachte [verdachte] op de zitting van 23 september 2026
Ik heb onder de naam [gebruikersnaam] meegedaan in groepen van het [onlinegroep] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2022
Ik, verbalisant, zag in de chats op de telefoon van [verdachte] dat er een groepschat was aangemaakt met de naam ‘ [onlinegroep] ’. Ik zag dat de volgende Telegram ID nummers deelnamen aan deze groep:
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )
6-11-2022:
[gebruikersnaam] : We worden niet gepakt jongen.
Anders waren [gebruikersnaam] en Ik 4 jaar geleden al gepakt
Een proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2022
Op 4 augustus 2022 kreeg ik, verbalisant, van het slachtoffer [benadeelde 2] een WhatsApp bericht. Ik hoorde dat [benadeelde 2] zei dat hij een telefoongesprek had gehad met iemand van het [onlinegroep] . Ik hoorde dat hij zei dat hij dit had opgenomen. Op het bureau heb ik dit telefoongesprek geluisterd en de volgende samenvatting van gemaakt:
[benadeelde 2] heeft gebeld met [C] . [C] geeft aan dat hij in het [onlinegroep] zit. [C] is degene die de ruit van [benadeelde 2] kapot heeft gegooid op 2 maart 2022 en die tekst op zijn woning heeft gespoten.
Een proces-verbaal verhoor getuige [C] op 21 november 2022
[gebruikersnaam] stalkt [benadeelde 2] . Ik weet dat [gebruikersnaam] toen een relatie is begonnen met de bovenbuurvrouw, [A] . Ik heb hem een keer ontmoet lijfelijk. Dat komt omdat hij mij vertrouwde na de vernieling die ik heb gepleegd. Dit was kort nadat ik die vernieling heb gepleegd. Het was denk ik ongeveer 1 of 2 maanden na de gepleegde vernieling.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 20 november 2022
V: Heb je een vrouw of vriendin?
A: Vriendin, [A] .
V: Heeft je vriendin problemen met mensen in de buurt?
A: Onderbuurman, [benadeelde 2] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2023
Ik, verbalisant, heb een onderzoek ingesteld naar de chat [onlinegroep] .
20-12-2022:
[gebruikersnaam] :
jij hebt de afgelopen maanden kapot veel gedaan en wij allemaal incl [gebruikersnaam] de
afgelopen jaren.
28-12-2022:
[gebruikersnaam] :
Ik denk trouwens onderhand dat we geen welcome back feestje voor [gebruikersnaam] meer hoeven te
organiseren maar eerder een memorial day.
[gebruikersnaam] :
Ik wilde het net zeggen nog. Die gaat niet meer terug komen
[gebruikersnaam] :
“Hatsaaaa” [gebruikersnaam] 2018-2022
[gebruikersnaam] :
4 jaar door de pijp heen
Bedreigingen, bestellen van diensten en platleggen van de internetverbinding
Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 2 februari 2027
Begin april 2020 ontving een bestelling van eten. Dit had ik niet zelf besteld. Daarna heb ik vele etensbestellingen ontvangen. Dit is ongeveer van elk bedrijf in Hilversum en Kortenhoef die eten bezorgt.
In de zomer van 2021 las ik reacties onder video's en livestreams dat:
- iemand mijn band lek wilde steken;
- ze cobra 6's door mijn ramen wilden gooien 's nachts;
- bakstenen door mijn ramen wilden gooien;
- ze mijn remleidingen door wilden snijden. Daarnaast postten ze veelvuldig mijn woonadres onder video's en livestreams van mij.
Daarnaast las ik in de Telegramgroep dat ze oproepen om mij fysiek wat aan te doen en om bestelling te plaatsen op mijn adres. Ik zag dat de naam van de Telegramgroep " [onlinegroep] " was.
Begin januari 2022 was ik aan het livestreamen toen mijn stream er plotseling uitklapte. Ik keek in de Telegramgroep van [onlinegroep] en zag dat iemand erin stuurde: "Succes met je DDOS". Hierna is het nog een keer of zeven a acht gebeurd dat tijdens een livestream mijn internetverbinding werd platgelegd.
Ik ben erg angstig door de bedreigingen die richting mij zijn geuit.
Een proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2024
In deze chatgroep “ [onlinegroep] ” zag ik de volgende chatberichten.
11 april 2023:
- [gebruikersnaam] : [gebruikersnaam] kun jij die bolle ff ddossen?
- [gebruikersnaam] : Kom eraan
Ben gewoon m’n wachtwoord kwijt
- [gebruikersnaam] : Van dat ddos programma?
- [gebruikersnaam] : Ja
Net 60€ betaald voor deze maand
[...] Dan gaat die bolle zwaar laggen en gaat z’n audio achterlopen op z'n stream
Hij liep ook een aantal keer vast van de week toen ik het deed
[...] Die van 60€ doet 3 aanvallen tegelijk voor een langere periode
En dan als hij afloopt gewoon gelijk weer aanzetten
Vernieling woning [benadeelde 2] op 11 februari 2022 en 23 juli 2022 (spuiten van graffiti)
Een proces-verbaal van verhoor slachtoffer [benadeelde 2] van 15 februari 2022
Graffiti
Op 11 februari 2022 omstreeks 14:32 uur zag ik op een camera die ik heb staan achter een raam in mijn woning dat een persoon graffiti op mijn raam aan het spuiten was. Later kreeg ik te horen dat deze persoon zichzelf op Facebook als volgt noemt: [gebruikersnaam] Op Twitter noemt hij zichzelf ook: [gebruikersnaam] .
Mensen bij woning
Op diezelfde dag, omstreeks 22:28 uur, zag ik wederom op de camera in mijn raam dat er personen bij mijn woning stonden. Ik zag op de beelden dat zij in mijn woning aan het kijken waren. Daarnaast hebben zij tegen mijn deur aan geschopt.
Ei tegen raam
Op zaterdag 12 februari 2022 zag ik wederom op de camera in mijn raam dat een persoon een ei tegen mijn raam aan gooide.
Geld om een baksteen door mijn raam te gooien
Ik las mee in de Telegramgroep " [onlinegroep] " die dag. Ik zag dat er eerst 500 euro werd geboden voor de eerste persoon die een baksteen door mijn raam zou gooien. Later zag ik dat er 3.000 euro werd geboden voor de eerste persoon die een baksteen door mijn raam zou gooien.
Adres van mijn vader
Ik keek in de Telegramgroep " [onlinegroep] ". Ik zag dat zij een bericht erin hadden gezet vandaag, 15 februari 2022, om 16:59 uur: "We hebben [benadeelde 2] gevolgd naar zijn vadertje. Een adres wat lastig op te vragen was. Hier gaan we even werken van maken." Ik schrok hier enorm van aangezien ik omstreeks dat tijdstip ook daadwerkelijk bij mijn vader was.
Wat dit allemaal met mij doet
Ik zit er zelf over te denken om te gaan verhuizen. Als ik alleen thuis ben voel ik mij angstig.
Een proces-verbaal van bevindingen van 28 november 2022
Op 24 november 2022 bekeek ik de Discord Server [onlinegroep] die op de USB-stick staat die getuige [C] aan de politie heeft verstrekt.
Ik zag de volgende gebruikers voorbij komen in [onlinegroep] :
- [gebruikersnaam]
- [gebruikersnaam]
- [gebruikersnaam]
- [gebruikersnaam]
Berichten:
7 mei 2022 om 10:12 PM
[gebruikersnaam] schreef: " [gebruikersnaam] valt onder mijn hoede."
Een proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2022
Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de berichten die zijn verstuurd in de Telegramgroep [onlinegroep] .
23 juli 2021:
"Waar blijft die baksteen boys?"
24 juli 2021:
" [benadeelde 2] , het is dit keer niet Thuisbezorgd die in de straat rondjes maakt. Nee nee [benadeelde 2] , de nacht is lang."
26 juli 2021:
"We hebben mensen bereid gevonden om vanavond bij [benadeelde 2] en zijn moeder een paar Cobra 8 bommen bij hun raam of deur te gooien. Ze gaan het filmen"
2 februari 2022:
"Wil jij 100 euro verdienen? Voor de leukste actie bij [benadeelde 2] zijn huis, [adres 3]
te [plaats] geven we 100 piek! Zo op je rekening. […]”
4 februari 2022:
"We verhogen het bedrag van 100 naar 250 euro, wie kinkelt de ramen er uit bij [benadeelde 2] ? Hoeft niet op stream. Wij flikken ook iets daar onaamgekondigd bij [benadeelde 2] de angsthaas"
8 februari 2022:
“We bieden nu 2000 euro voor een gesneuveld raam bij de [benadeelde 2] of een blauw oog voor
[benadeelde 2] ! [adres 3] in [plaats] ”
15 februari 2022:
"De graffiti was een waarschuwing, as you know.. […]."
15 februari 2022:
"We hebben [benadeelde 2] gevolgd naar zijn vadertje. Een adres wat lastig op te vragen was. Hier gaan we even werk van maken [benadeelde 2] , wie niet luisteren wil."
16 februari 2022:
"Het volgende object richting [benadeelde 2] zijn raam zal geen ei zijn. Maar een 8 inch shell. En dat is een belofte [benadeelde 2] . Tijdens de [straat] 7 Daagse zal het een spectaculair feestje worden."
Een proces-verbaal aangifte van [benadeelde 2] van 7 augustus 2022
Op 23 juli 2022 heeft een persoon vernielingen gepleegd aan de woning. De volgende plekken zijn beklad met een zwarte graffiti spuitbus: raam, gevel, deur, nummerbordje.
Gisteren, 6 augustus 2022, heeft er weer een vernieling plaatsgevonden. Ik zag dat het om dezelfde kleding en vermoedelijk dezelfde persoon zou gaan.
Een proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2023
In de telefoon van [medeverdachte 2] zag ik, verbalisant, in Telegram op 26 juli 2022 een gesprek tussen [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] (de rechtbank begrijpt: in de chatgroep [onlinegroep] ).
[gebruikersnaam] : En we moeten die kids die acties uitvoeren warm houden
[gebruikersnaam] : Die [gebruikersnaam] zit nu in mn DM te zeuren om geld voor zn graffiti actie
[gebruikersnaam] : Zaterdag rij ik wel ff langs kortenhoef om te kijken of t er nog op zit, moet dan toch naar Schiedam
[gebruikersnaam] : Wil hem wel wat geven idd maar ff kijken hoe we dat geld anoniem bij hem krijgen
[gebruikersnaam] : Virtuele CC en daar saldo op zetten
[gebruikersnaam] : Je kan m ook paysafecard geven toch
[gebruikersnaam] : Als je iets fysieks anoniem wilt sturen kan ik wel wat regelen
Filmen van [benadeelde 2] vanuit een auto in juli 2022
Een proces-verbaal van bevindingen van 18 november 2022
Op 30-07-2022 kreeg rapp. van [benadeelde 2] een WhatsApp bericht dat in de Telegramgroep " [onlinegroep] " op 30 juli 2022 een video was gedeeld vanuit een rijdende auto. Op die video was [benadeelde 2] te zien voor zijn woning en de woning van [benadeelde 2] . Het gaat om een voertuig, merk Ford, zwart van kleur en wk [kenteken] . Dit voertuig staat volgens BVI-IB op naam van ene [medeverdachte 4] .
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van 26 september 2023
C: Op 30 juli 2022 wordt een filmpje gedeeld in de [onlinegroep] groep. Op het filmpje is te zien dat [benadeelde 2] voor zijn woning in [plaats] staat. Op de camerabeelden van [benadeelde 2] is de auto te zien waaruit het filmpje is gemaakt. Het gaat om een Ford Focus met kenteken [kenteken]
V: Wat is jouw reactie hierop?
A: Ja, dat is gebeurd.
Poging vernieling op 6 augustus 2022
Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 7 augustus 2022
Op 23 juli 2022 heeft een persoon vernielingen gepleegd. Ik zag dat hij een bivakmuts met skibril op had. Ik zag dat hij dezelfde kleding aan had als gisteren, 6 augustus 2022.
Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 6 augustus 2022
Wat betreft wat er vanavond 6 augustus 2022 is gebeurd. Ik kreeg eerder vandaag informatie binnen dat er iemand graffiti zou gaan spuiten op mijn woning. Die persoon was al een aantal keren voorbij gekomen. Vervolgens heb ik mijn familie en twee buren gevraagd mee te helpen degene op heterdaad te kunnen pakken. Dit is gelukt want omstreeks 21:18 uur zag ik vanuit mijn woonkamerraam dezelfde jongen voorbij komen met een skimasker op. Ik herkende deze outfit als dezelfde van de vorige graffiti teksten op mijn huis. Voor ik bij de deur was had mijn buurman hem al te pakken en hebben we de politie gebeld.
Een proces-verbaal van bevindingen van 18 november 2022
06-08-2022 - aangifte [aangever 3]
Aangever (verdachte in bovenstaande mutatie) wilde graffiti op de muur van het huis spuiten. Verdachte verklaarde in opdracht van een persoon genaamd [gebruikersnaam] gehandeld te hebben en hiervoor geld te krijgen van het [onlinegroep] .
Een chatgesprek tussen [gebruikersnaam] en [aangever 3] , bijlage bij een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 6 augustus 2022
6 augustus
- [aangever 3] : Yo ik ga, met uno ff wat leuks uithalen bij bolle alweer dus dat gaat leuk worden
- [gebruikersnaam] : Top! Kreeg het al mee man.
Er staat 1 camera. Die staat op een houten kaarsen standaard voor het voorraam. Aan de kant van zijn voordeur, die kant heeft geen cameras. Let er op, tegen over zijn voordeur woont [D] , daar staat een cam op [benadeelde 2] zijn huis. Aan de kant waar [benadeelde 2] zijn cam staat, daar staat bij de overbuurman boven voor het raam ook een cam. Maar dat is afstand.
Lastigvallen van de familie van [benadeelde 2]
Een proces-verbaal aangifte door [aangever 2] van 14 april 2023
Ik ben de eigenaar van een Grijze Fiat Punto voorzien van kenteken [kenteken] . Omdat ik en mijn familie worden bedreigd door het [onlinegroep] en zij al diverse vernielingen hebben aangericht, parkeer in mijn auto niet meer voor mijn woning. Op 6 april 2023 omstreeks 21.00 uur parkeerde ik mijn auto te Hilversum. Ik heb mijn auto in goede orde en afgesloten achter gelaten. Op zondag 9 april 2023 las ik de geplaatste berichten door het [onlinegroep] om te kijken of er nieuwe berichten over mij zijn geplaatst. Ik zag dat er omstreeks 06.43 uur een bericht geplaatst. Ik las de volgende tekst: “Goedemorgen Crack hoertje [aangever 2] ! Jij lag zeker weer lekker in je bed. Wij deze keer weer niet ! Wij begonnen onze nacht roadtrip bij de Larenseweg met als eerste activiteit: paasviering maken met graffiti! Daarna hadden we een speurtochtje in Hilversum waarin we opzoek waren naar. Loop maar eens naar dat leuke autootje van je”. Onder dit bericht zag ik dat er een filmpje was geplaatst. Ik zag hierop, dat een persoon, met een camera op zijn hoofd mijn auto ramen aan het inslaan was. Na het zien van deze film, ben ik direct naar mijn auto gelopen. Ik zag dat beide zijramen aan de bestuurders kant waren ingeslagen. Ik zag dat ook mijn achterraam was ingeslagen. Alle drie de ramen lagen er helemaal uit. Glas lag zowel in als naast de auto. Ik zag dat er beschadigingen ook in mijn voorraam zaten.
Een proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2023
Er werd een telefoon in beslag genomen van [verdachte] , [verdachte] . Door mij, verbalisant, werd onderzoek gedaan naar de inhoud van de telefoon. Ik zag in de chats op de telefoon dat er een groep chat was aangemaakt met de volgende Telegram ID-nummers die deelnamen aan deze groep:
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] ) - ( [gebruikersnaam] )
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )
12-11-2022:
[gebruikersnaam] (7:15 uur):
[kenteken]
Kenteken moeder
[gebruikersnaam] (7:27 uur):
Top auto is er. Sla zijn achterraam ook stuk. Daar loopt bedrading voorde verwarming doorheen
[gebruikersnaam] (7:34 uur):
Kapot achter ruit
[gebruikersnaam] (7:36 uur):
Snel wegwezen als je het niet vertrouwt. Raam stuk, volgende ronde alles stuk
[gebruikersnaam] (8:51 uur):
Ik ben de strijder van het [onlinegroep] nu toch?
[gebruikersnaam] (8:51 uur):
Absoluut je bent een stap hoger in onze cirkel. Jij hoort bij het [onlinegroep] .
[gebruikersnaam] (8:53 uur):
Als team mooi gedaan. samen als [onlinegroep] .
[gebruikersnaam] (8:58 uur):
Strijder! Ik zal Je een admin rol toebedelen in de open chat.
Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 1] op 16 november 2022
Ik ben de nicht van [benadeelde 2] . [benadeelde 2] wordt al lange tijd bedreigd door het [onlinegroep] . Het [onlinegroep] begint nu ook mij, mijn gezin en familie te bedreigen.
Op zondag 6 november 2022 hoorde ik van mijn dochter [E] dat zij van een nicht van mij [F] , via de facebook chat een screenshot had ontvangen. Mijn dochter heeft mij dit bericht doorgestuurd. Ik las dat er stond Beste [G] , [H] , [I] , [J] (dit zijn mijn nichtjes) [K] ( mijn broer) Jullie neef wil niet luisteren, nu zijn jullie aan de beurt. Gaan korte metten maken met de familie [benadeelde 2] ". Dit is een bericht welke geplaatst is in de telegram chat van het [onlinegroep] .
Na deze berichten onder ogen te zijn gekomen, ben ik, maar ook mijn nicht [I] anoniem gaan meelezen bij het [onlinegroep] in de telegram chat.
Via mijn nicht [I] , kreeg ik een spraak bericht. Zij had een spraak bericht in de chat gehoord waarin het volgende werd gezegd:" Dat mijn dochter van 15 jaar moest maar eens heel hard van achter geneukt worden. Dit was een bericht van zaterdag 12 november 2022. Helaas heb ik het originele spraakberichten niet. Berichten bij de chat van [onlinegroep] worden al snel verwijderd.
Doordat ik vaak meelees met de chat van het [onlinegroep] heb ik diverse dreigende berichten gelezen. De gaan dan allemaal over de Familie [benadeelde 2] of slaan op mij en mijn gezin. Ik heb van sommige berichten screenshots kunnen maken. Via een ander spraak bericht is gezegd dat ik mijn zoon [L ] goed in de gaten moet houden.
Ik heb een bericht gelezen waarin staat Fuck jullie [benadeelde 2] . We doxxen jou Neefjes nichtjes hun adressen, Alles dit keer geen genade.
Ik heb vele screenshots kunnen maken van de dreigementen tegen mij en mijn familie,
zij willen mij, mijn gezin en familie iets gaan aandoen of onze spullen vernielen.
Aanvullende bewijsmiddelen over leiderschap [verdachte]
Een proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2023
Bij verdachte [verdachte] werd de mobiele telefoon in beslag genomen. De telefoon werd door mij, verbalisant, onderzocht.
Samenvatting: Word gesproken over het kopen van een Paysafe kaart, 25 euro. Dat is voor een vergoeding treinkaartje voor een persoon die de ramen in wil gooien bij [aangever 2] en [M] (ouder van [benadeelde 2] ).
6 november:
[gebruikersnaam] : Kan ik misschien even kijken of ik wat kan doen in het weekend
[gebruikersnaam] : Laten we dat even kortsluiten, ik wil je wel aan vervoer helpen. Maar je kan beter zelf met vervoer. Alles zo veel mogelijk zelf in de hand houden.
9 november:
[gebruikersnaam] : Morgen wordt er door iemand een Paysafe kaart gehaald voor je. Ik stuur de code door, ivm veiligheid laat ik een scholier een kaartje ophalen bij de pomp is geregeld. Code stuur ik jou hier
[gebruikersnaam] : Safe om te kopen, maar ik wil niet dat die code te herleiden is naar camera beelden bij de pomp
16 november:
[gebruikersnaam] : Goed werk weer, raam van [M] ligt eruit
Ben met de schrik vrijgekomen want hij kwam er al aan […].
[gebruikersnaam] : Topperrrr
[gebruikersnaam] : Kan je ook anderen oproepen om het te doen want heb het meerdere keren gedaan en ben niet gepakt
[gebruikersnaam] : Ja tuurlijk, we gaan meer mensen inzetten. Jij moet even ‘koud’ staan maat. Willen niet dat je gepakt gaat worden.
Een proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2023
Tijdens het onderzoek werd er een telefoon in beslag genomen onder verdachte [verdachte] . Door mij, verbalisant, werd onderzoek gedaan naar de inhoud van de telefoon.
12-11-2022:
[gebruikersnaam] : Ik heb echt spijt van dat ik de anderen ruit niet heb ingegooid en een foto had kunnen maken
[gebruikersnaam] : Ik ben de strijder van het [onlinegroep] nu toch?
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] ): Absoluut je bent een stap hoger in onze cirkel. Jij hoort bij het [onlinegroep] .
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] ): Als team mooi gedaan. samen als [onlinegroep] .
[gebruikersnaam] : Ja daarom ik ben niet te stoppen
[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] ): Strijder! Ik zal je een admin rol toebedelen in de open chat.
Belaging van [aangever 1]
Een proces-verbaal aangifte van [aangever 1] van 27 juli 2023
Ik word al zeven jaar lastig gevallen. Er werden op mijn naam menu's besteld van ‘Thuisbezorgd’. Van Marktplaats werden er mensen op mij afgestuurd, omdat ik iets had weg te geven. Zij kwamen dan naar mijn adres om deze goederen op te halen. Vaak werd dit gedaan als ik ook live was. Dan werden er per keer meerdere thuismenu's bezorgd.
Vorig jaar, 2022, werden er mannen op mijn adres afgestuurd om mijn airco op te halen.
Mijn deurbel is ook al twee keer van mijn voordeur gehaald. Deze werden te koop aangeboden op Marktplaats.
Er kwam een keer ongevraagd een persoon bij mij binnen. Ik had namelijk altijd een touwtje op de brievenbus aan de binnenzijde hangen.
Een keer is mijn huis helemaal ondergespoten met hakenkruizen en zwarte verf. Er zijn eieren tegen mijn ramen gegooid. Er was een keer een baksteen door mijn ramen gegooid.
Een proces-verbaal van bevindingen van 23 april 2024
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan in de data van de in beslag genomen telefoons van de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 4] .
Telefoon [verdachte]
Hierbij zag ik dat er 173 uitgaande gesprekken waren geregistreerd naar het nummer ( [aangever 1] telefoonnummer [nummer] ) over de periode van 31-10-2021 tot en met 21-10-2022.
Telefoon [medeverdachte 4]
Hierbij zag ik dat er 22 uitgaande gesprekken waren geregistreerd naar [aangever 1] (nummer [nummer] ) over de periode van 11-3-2022 tot en met 19-5-2023, en 1 gesprek naar [aangever 1] (nummer [nummer] ) op 19-5-2023.
Een proces-verbaal van bevindingen (samenvatting verhoor [medeverdachte 2] op 18 juli 2023)
[medeverdachte 2] verklaarde het volgende:
Samen met een aantal anderen heeft de verdachte één week lang via Marktplaatsadvertenties zogenaamd namens [aangever 1] geplaatst, waardoor er mensen bij [aangever 1] aan de deur kwamen.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 18 juli 2023 (eerste verhoor)
2 of 3 zomers geleden hebben wij mensen naar [aangever 1] toe gestuurd, dan stuurden we mensen dat ze bij [aangever 1] gratis iets konden ophalen, dan zeiden we neem maar cake of koeken mee, en die mensen kwamen dan bij [aangever 1] aan de deur.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 18 juli 2023 (derde verhoor)
Ik ben verantwoordelijk voor het bellen naar [aangever 1] . Zo vaak, dat hij daar last van had. Als
het zo wordt vermeld in de gegevens van mijn telefoon, dan kan het best wel dat ik hem
192 heb gebeld, in de maand voordat ik werd aangehouden.
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 april 2024
Ik zag een telegramchat met ID “ [gebruikersnaam] ” met de volgende gebruikers:
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] ;
- [gebruikersnaam] .;
- [gebruikersnaam] .
19-7-2022:
[gebruikersnaam] : Gisteren heb ik flink lopen kloten bij [aangever 1] . Hele tijd rookmelder geluid aan, hij dacht dat het van zn deurbel was die hij maar niet verbonden kreeg met zn telefoon. Heb hem 2x er naar toe laten lopen
En toen ie in de keuken was de hele godganse tijd Whatsapp web geluiden en Discord geluiden afgespeeld. En maar zoeken naar degene die hem een bericht stuurde.
Een proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2023
Chats uit kanaal: [onlinegroep]
From: [gebruikersnaam]
Ik heb [aangever 1] en [benadeelde 2] ook echt kapotgebeld met allerlei onzin de afgelopen jaren
13-4-2023
From: [gebruikersnaam]
En nog een mooie anekdote: in 2020 belde [aangever 1] ook altijd de deeltaxi om hem naar het ziekenhuis te brengen of hem ergens op te halen. Maar dat deed hij live op stream dus wij hoorde hoe laat hij de taxi besteld had en zijn klantnumner dat hij opnoemde. Dus wij belde iedere keer direct daarna (als zijnde [aangever 1] ) die taxi's af waardoor hij tig afspraken bij het ziekenhuis heeft gemist en overal uren tevergeefs op de taxi heeft staan te wachten
13-4-2023