Strafprocesrecht

De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele…

Rechtbank Midden-Nederland, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
16.239387.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:7850
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, maar niet in de rol van oprichter of leider. Aan de verdachte zal een taakstraf van 162 uur (met aftrek van het voorarrest).

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.239387.23

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 november 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres

[adres 1] , [postcode] in [plaats 1] ,

(hierna: de verdachte).

1 Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 23 en 24 september 2026. Het onderzoek is gesloten op 3 november 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

  • de verdachte;

  • de officier van justitie: mr. R.E. Craenen;

  • de advocaat van de verdachte: mr. F. van den Brink (hierna: de advocaat);

  • de benadeelde partij: [benadeelde 1] ;

  • de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 1] : mr. M. Veldman;

  • de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 2] : mr. M. Schimmel.

2 Inleiding

2.1.

Het [onlinegroep]

In juli 2023 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van jarenlange belaging door het ‘ [onlinegroep] ’. Het [onlinegroep] is een onlinegroep die in eerste instantie is opgericht met het doel om [aangever 1] , iemand die zijn dagelijkse leven streamde op YouTube, te pesten en te belagen. Het pesten bestond er onder andere uit dat [aangever 1] tijdens zijn livestreams vaak ongewenst werd gebeld. Ook plaatsten de leden van het [onlinegroep] op naam van [aangever 1] advertenties op Marktplaats met gratis spullen, waarna er geïnteresseerden tevergeefs aan zijn deur stonden om deze goederen op te halen.

Sinds april 2020 wordt ook [benadeelde 2] lastiggevallen door de leden van het [onlinegroep] . Net als [aangever 1] is ook [benadeelde 2] Youtuber een. De leiders van het [onlinegroep] verspreidden de leugen dat [benadeelde 2] een pedofiel zou zijn, waarna er ‘pedojagers’ op hem af zijn gestuurd, die naar zijn woning kwamen en tegen zijn deur trapten. Ook is er graffiti op zijn woning gespoten, zijn de ramen van zijn woning en auto ingegooid, werd hij bedreigd, werden er ongewenst spullen op zijn naam besteld, die vervolgens bij hem thuis werden bezorgd, en werd zijn internetverbinding platgelegd. Ook de familieleden van [benadeelde 2] , waaronder [benadeelde 1] , die zich als benadeelde partij in deze procedure heeft gevoegd, zijn het doelwit geworden van de langdurige bedreigingen en vernielingen van het [onlinegroep] .

De leden van het [onlinegroep] communiceerden vooral met elkaar via de berichtenapps Telegram en Discord. Door de jaren heen zijn door het [onlinegroep] verschillende groepen en kanalen op deze apps aangemaakt. In 2022 had één van de groepen ruim 9.000 leden. De groepen werden aangestuurd door een aantal beheerders. Zij konden leden verwijderen of blokkeren, berichten wissen of extra rechten aan andere leden geven. De beheerders waren ook degenen die de leden opriepen en aanstuurden om de strafbare acties bij de slachtoffers te plegen. Zo blijkt uit het dossier dat er geld beloofd werd aan degenen die bereid waren om de ramen van de woning van [benadeelde 2] in te gooien. Ook gaven zij praktische tips over bijvoorbeeld de locatie van de camera’s die rondom de woning van [benadeelde 2] stonden opgesteld.

De beheerders en leden van het [onlinegroep] handelden in principe anoniem. Zij maakten allen gebruik van een gebruikersnaam. De groep van beheerders en belangrijke leden werd gevormd door onder andere personen achter de gebruikersnamen [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] . Na onderzoek door de politie ontstond de verdenking dat het de verdachte was die de naam [gebruikersnaam] gebruikte. de verdachte is vervolgens op 20 september 2023 aangehouden, waarna de officier van justitie vervolging tegen hem heeft ingesteld.

2.2.

Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

in de periode van 5 juli 2022 tot en met 11 juli 2023 als oprichter, leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van de misdrijven opruiing, bedreiging, belaging en vernieling.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

2.3.

Het oordeel van de rechtbank in het kort

De rechtbank komt hierna tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, maar niet in de rol van oprichter of leider. Aan de verdachte zal een taakstraf van 162 uur (met aftrek van het voorarrest). Hierna wordt uitgelegd hoe de rechtbank tot dit oordeel is gekomen.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Er kan echter niet worden bewezen dat de verdachte dit heeft gedaan als oprichter, leider en/of bestuurder.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken . De berichten die de verdachte heeft gestuurd, bieden geen ondersteuning aan gedragingen die strekken tot het verwezenlijken van het oogmerk van het [onlinegroep] . Dat is wel nodig voor een bewezenverklaring.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. De rechtbank zal hieronder uitleggen hoe de rechtbank tot dit oordeel is gekomen, voor zover die uitleg nodig is.

3.3.2.

Bewijsoverwegingen

Juridisch kader van artikel 140 Sr

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het [onlinegroep] kan worden aangemerkt als criminele organisatie, en zo ja, of de verdachte daarvan ook leider was. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan zo’n criminele organisatie gebruikt de rechtbank de volgende criteria.

Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.

Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Voor de vraag of de verdachte kan worden aangemerkt als ‘leider’ van die organisatie, gaat het erom of die deelnemer binnen de organisatie een bepaalde macht heeft of een bepaald gezag bezit. Omstandigheden die daarvoor van belang kunnen zijn, zijn dat de deelnemer dwingende aanwijzingen aan andere deelnemers kan geven of dat de deelnemer binnen de organisatie belangrijke initiatieven ontplooit, waarnaar andere deelnemers zich richten.

Het [onlinegroep] is een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr

De rechtbank oordeelt dat het [onlinegroep] een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband was dat in ieder geval bestond uit de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , die beheerder en/of lid waren van de groepen en het kanaal van het [onlinegroep] . De groep hield zich bezig met opruiing, bedreiging, belaging en vernieling. De leiders riepen de leden steeds op om strafbare feiten tegen [benadeelde 2] en [aangever 1] te plegen. Binnen de organisatie bestond tot op zekere hoogte een taakverdeling. Zo hield de één zich bezig met het plaatsen van berichten op het kanaal, en anderen met bijvoorbeeld het contact, overhalen en betalen van de leden voor het plegen van strafbare feiten, met het uitvoeren van DDOS-aanvallen, het schrijven van brieven over [benadeelde 2] naar de bewoners van het appartementencomplex van [benadeelde 2] , het plaatsen van nepadvertenties op Marktplaats en het onderhouden van contact met de mogelijke kopers, of het delen van informatie over [benadeelde 2] en zijn familie in de groepen.

De verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie

De rechtbank oordeelt dat de verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. Het is duidelijk dat de verdachte wist dat het [onlinegroep] het plegen van opruiing, bedreiging, belaging en vernieling tot oogmerk had. Hij maakte in ieder geval tussen juli 2022 en juli 2023 gebruik van het account [gebruikersnaam] . Hij nam met die gebruikersnaam deel aan de groepen [onlinegroep] en “ [onlinegroep] ” op Telegram. Hij heeft met zijn account berichten gestuurd aan de medebeheerders en overige leden van het [onlinegroep] die zien op de strafbare activiteiten van die criminele organisatie. Zo blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte heeft geadviseerd over het anoniem betalen van personen voor de vernieling van de woning van [benadeelde 2] . Verder heeft de verdachte in chatgesprekken gezegd dat hij DDOS-aanvallen uitvoerde op de computer van [benadeelde 2] en deelde hij daarnaast persoonsgegevens van de familieleden van [benadeelde 2] in de chat. De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het bewijs dan ook vast dat de verdachte behoorde tot het samenwerkingsverband en in ieder geval gedragingen ondersteunde die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

Niet bewezen dat de verdachte leider van het [onlinegroep] was

Het voorgaande betekent dat de rechtbank bewezen verklaart dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Net als de officier van justitie en de verdediging komt de rechtbank echter tot de conclusie dat niet kan worden bewezen dat de rol van de verdachte groot genoeg was om hem aan te merken als oprichter, leider of bestuurder van het [onlinegroep] . De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken voor zover de beschuldiging inhoudt dat hij als oprichter of leider aan het [onlinegroep] heeft deelgenomen.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

in de periode van 5 juli 2022 tot en met 11 juli 2023 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en tot nog toe onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten misdrijven omschreven in:

- artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing),

- artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging),

- artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (belaging), en

- artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht (vernieling).

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4 Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

4.2.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5 Straf en maatregel

5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

  • een gevangenisstraf van 4 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

  • een taakstraf van 240 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;

  • een vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: 38v-maatregel) met een contactverbod voor [benadeelde 2] , zijn moeder en [benadeelde 1] , en een locatieverbod voor de woning van [benadeelde 2] en zijn moeder. De officier van justitie eist dat de maatregel voor 5 jaar wordt opgelegd, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet. Daarnaast eist de officier van justitie dat de 38v-maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en met de beperkte rol die de verdachte binnen de organisatie had. Ook is van belang dat de verdachte sinds zijn aanhouding afstand heeft genomen van het [onlinegroep] en alle sociale media. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte meegewerkt aan alle hulp die hem werd geboden. Dat laat zien dat hij bereid is om te reflecteren op zijn eigen handelen. De advocaat vindt een voorwaardelijke straf niet meer passend of noodzakelijk. Zij verzoekt een volledig onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen, maar van kortere duur dan de officier van justitie heeft geëist. Daarnaast zou een eventueel contact- en locatieverbod moeten worden opgelegd via bijzondere voorwaarden, en niet via een 38v-maatregel. De 38v-maatregel is namelijk bedoeld voor een kleine groep personen die veelvuldig recidiveert, en van die situatie is hier geen sprake.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft gedurende een jaar deelgenomen aan een criminele organisatie die als doel had om bedreigingen, vernielingen, belagingen en opruiing te plegen. De verdachte en de medeverdachten namen deel aan Telegramgroepen van het [onlinegroep] , waarin de leden werden opgeroepen om strafbare handelingen te plegen tegen [aangever 1] , [benadeelde 2] , de ouders van [benadeelde 2] en zijn nicht [benadeelde 1] . Begin 2023 had één van de groepen van het [onlinegroep] bijna 9.000 leden. De deelnemers van het [onlinegroep] handelden vanuit de anonimiteit van hun online wereld en lieten risicovolle acties op straat door anderen doen. Ze boden een forum voor online haat waarin de kwaadaardige denkbeelden van de deelnemers elkaar over en weer versterkten. Beïnvloedbare personen werden aangezet tot fysiek geweld en gingen ook daadwerkelijk tot actie over. Op die manier zijn de levens van de slachtoffers op stelselmatige wijze verwoest.

Zo werd vanuit het kanaal van het [onlinegroep] geld beloofd als iemand bereid was om bijvoorbeeld de ramen bij [benadeelde 2] in te gooien of graffiti op zijn woning te spuiten. De ramen van de woning en de auto van [benadeelde 2] (en zijn familie) zijn ook daadwerkelijk meerdere keren vernield en beklad. Daarnaast zijn jarenlang doodsbedreigingen geuit, is meerdere keren tegen de voordeur getrapt, zijn veel (anonieme) telefoontjes gepleegd, valse marktplaatsadvertenties op naam van de slachtoffers gemaakt, veel bestellingen op naam van de slachtoffers geplaatst en is de internetverbinding van [benadeelde 2] meerdere keren platgelegd via DDOS-aanvallen. Nadat hij zich gedwongen had gezien om te verhuizen werden alle buren op het nieuwe adres aangeschreven om te zorgen dat zij zich tegen hem zouden keren. [benadeelde 2] en zijn familie zijn bij herhaling grof beledigd en vals beschuldigd in chats en op fora waar veel mensen toegang toe hadden. De familie werd ook thuis lastig gevallen. De ellende die de moeder van [benadeelde 2] en met name ook zijn nicht [benadeelde 1] en haar gezin over zich kregen uitgestort is ongekend. Ook is het graf van het overleden broertje van [benadeelde 2] vernield. Het is de vraag waar dit alles geëindigd was als de politie niet had ingegrepen.

[aangever 1] werd jarenlang telefonisch lastiggevallen, waaronder door de verdachte. Daarnaast werden er namens hem valse advertenties op Marktplaats gezet, waardoor hij steeds onbekenden aan de deur kreeg. Ook zijn er hakenkruizen op zijn woning gespoten, en is er een baksteen door zijn ramen gegooid. Door dit soort gedragingen van het [onlinegroep] heeft hij uiteindelijk één van zijn voormalige woonadressen noodgedwongen moeten verlaten.

De belaging was voor alle slachtoffers angstaanjagend. Zij hebben lange tijd niet geweten wie er achter het [onlinegroep] zaten en weten nog steeds niet waarom zij als doelwit van de vergaande pesterijen zijn uitgekozen. Uit de slachtofferverklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] die op de zitting zijn voorgelezen is duidelijk naar voren gekomen dat de impact van dit alles enorm is geweest. [benadeelde 2] voelde zich zo angstig dat hij zijn huis niet meer uit durfde en 11 weken zijn bed niet meer uit kon komen. Hij kon niet meer werken of functioneren. Hij heeft drie keer moeten verhuizen en woont nu op een geheime locatie.

[benadeelde 1] heeft aangegeven dat zij slecht slaapt, zich steeds meer terugtrekt en dat zij bij het verlaten van haar woning continu om haar heen kijkt. Zelfs de kinderen van [benadeelde 1] werden onderweg naar school achtervolgd en bedreigd. Haar oudste dochter ging niet meer naar school en haar jongste dochter kon geen vriendinnen meer naar huis meenemen, omdat hun ouders bang waren voor gevaar. Haar zoon kreeg paniekaanvallen, waarvoor regelmatig de ambulance is gekomen en waarvoor hij nu onder controle bij een cardioloog staat.

[aangever 1] heeft geen slachtofferverklaring meer kunnen afleggen. Hij is voor de inhoudelijk behandeling van de zaak ter zitting overleden. Dat neemt niet weg dat uit zijn aangifte duidelijk volgt wat voor effect de gedragingen van het [onlinegroep] op hem hebben gehad.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Het strafblad van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 11 augustus 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De reclasseringsrapporten

De reclassering heeft op 21 september 2023, 29 januari 2025 en 3 september 2026 reclasseringsrapporten opgemaakt. Sinds de voorlopige hechtenis van de verdachte op 22 september 2023 is geschorst, staat de verdachte onder toezicht van de reclassering. Hij heeft hieraan goed meegewerkt. De behandelaar kwam tot de conclusie dat behandeling in een forensisch kader niet nodig is. De reclassering adviseert daarom nu om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Strafkader

Oplegging taakstraf van 162 uur met aftrek van het voorarrest

Vanwege de beperkte rol van de verdachte van de verdachte in het [onlinegroep] en de positieve ontwikkeling die hij de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, komt de rechtbank tot het oordeel dat het niet wenselijk is dat de verdachte nog terug naar de gevangenis moet. Gelet op het advies van de reclassering ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals de officier van justitie heeft geëist. Daarom zal de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. Vanwege de ernst van het feit oordeelt de rechtbank dat een taakstraf van 180 uur in principe een passende straf is.

Wel zal de rechtbank de duur van de taakstraf matigen, omdat de strafzaak niet binnen een redelijke termijn is afgerond. Het uitgangspunt in deze zaak is dat binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis moet worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte in verzekering is gesteld als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, namelijk op 20 september 2023. Tussen die datum en de datum van het vonnis, 3 november 2026, ligt een periode die de redelijke termijn met ruim 15 maanden overschrijdt. Dit tijdsverloop is niet aan de verdachte te wijten, terwijl hij de negatieve gevolgen daarvan wel heeft moeten ondervinden. Om die reden zal de rechtbank een strafvermindering van 10% (24 uur) toepassen.

Het voorgaande betekent dat aan de verdachte een taakstraf van 162 uur zal worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte directe betrokkenheid had bij de belaging van [benadeelde 2] diens moeder of [benadeelde 1] ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om de door de officier van justitie gevorderde 38v-maatregel op te leggen.

Conclusie

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 216 uur met aftrek van het voorarrest op.

Opheffing voorlopige hechtenis

Tot slot zal de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis – dat eerder al is geschorst – opheffen.

6 Vordering benadeelde partijen

6.1.

Vordering van de benadeelde partijen

[aangever 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 1] hebben zich gesteld als benadeelde partij.

[aangever 1] vordert een schadevergoeding van € 5.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).

[benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).

[benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 26.905,58 bestaande uit € 16.905,58 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade (smartengeld).

Alle benadeelde partijen verzoeken de schadevergoeding te verhogen met de wettelijke rente. Daarnaast verzoeken zij om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en zijn medeverdachten.

6.2.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de door benadeelde partij [aangever 1] gevorderde immateriële schade stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat [aangever 1] daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hoewel het overlijden van de benadeelde partij niet aan toewijzing van een schadevergoeding in de weg staat, is de vordering tot schadevergoeding in dit geval onvoldoende onderbouwd.

Ten aanzien van de door benadeelde partij [benadeelde 2] gevorderde immateriële schade stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze in zijn geheel kan worden toegewezen. De vordering tot schadevergoeding is voldoende onderbouwd.

Ten aanzien van de door benadeelde partij [benadeelde 1] gevorderde schadevergoeding heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat zij het slachtoffer is geworden van een criminele organisatie waarvan de verdachten deel uitmaakten en dat het mogelijk is om schade te vorderen die ontstaan is door de onrechtmatige daden die zijn gepleegd vanuit de criminele organisatie. Daarbij is wel vereist dat de verdachte wist of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de door elke benadeelde partij geleden schade.

Voor wat betreft de immateriële schadevergoeding heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat die voldoende onderbouwd en volledig toewijsbaar is.

Voor wat betreft de gevorderde materiële schade, die bestaat uit een verhuiskostenvergoeding en gederfde inkomsten heeft de officier van justitie zich voor wat de verhuiskostenvergoeding op het standpunt gesteld dat deze kan worden toegewezen. Voor wat betreft de gevorderde gederfde inkomsten heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze in ieder geval gedeeltelijk kan worden toegewezen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het aandeel van de verdachten in de verweten onrechtmatige gedragingen.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de toe te wijzen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente alsook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.3.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de door de benadeelde partij [aangever 1] gevorderde schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

Ten aanzien van de door de benadeelde partij [benadeelde 2] en [benadeelde 1] gevorderde schadevergoedingen heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het enkel deelnemen aan een criminele organisatie onvoldoende is om aansprakelijk te worden gehouden voor alle uit de groep gepleegde onrechtmatige daden. Op basis van het dossier kan geen rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen de gedragingen van de verdachte en de door de benadeelde partijen geleden schade. De benadeelden partijen dienen daarom in hun vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Mocht de rechtbank toch tot een toekenning van een schadevergoeding komen, dan verzoekt de verdediging deze te matigen.

6.4.

Oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij [aangever 1]

De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding niet onderbouwd. Het openbaar ministerie heeft de erfgenamen erop gewezen dat een onderbouwing ontbreekt en gevraagd om een nadere toelichting en onderbouwing met stukken. De erfgenamen hebben te kennen gegeven daarvan af te zien. De benadeelde partij krijgt nu niet alsnog een gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 2]

De verdachte is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die stelselmatig en wederrechtelijk een inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij. Uit een bewezen deelname aan een criminele organisatie als strafbaar gesteld in artikel 140 Sr volgt niet zonder meer dat ieder lid van die organisatie op grond van artikel 6:166 BW, waarin groepsaansprakelijkheid is geregeld, aansprakelijk is voor alle door een of meer leden van die criminele organisatie gepleegde misdrijven. Voor aansprakelijkheid van een persoon op grond van artikel 6:166 BW is nodig dat de desbetreffende persoon een onrechtmatige bijdrage aan het schadeveroorzakende feit kan worden verweten. De concrete omstandigheden van het geval zijn bepalend zijn voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde geleden schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank oordeelt dat de deelname aan een criminele organisatie onvoldoende grondslag biedt om de schade toe te rekenen aan de verdachte. Er kunnen namelijk geen concrete onrechtmatige gedragingen aan de verdachte worden toegeschreven die betrekking hebben op [benadeelde 2] . De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 1]

Hoewel de rechtbank bewezen acht dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bevat het dossier onvoldoende aanwijzingen dat hij een direct aandeel heeft gehad in de belaging van de benadeelde partij op grond waarvan hij aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade van de benadeelde partij. Ook had hij anders dan enkele van zijn medeverdachten geen leidende rol in het [onlinegroep] op grond waarvan hem de schade van [benadeelde 1] kan worden toegerekend. Dat betekent dat de benadeelde partij in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

7 Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf, maatregel en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd de artikelen 9, 22c, 22d en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

oplegging taakstraf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 162 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 81 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 1]

  • verklaart [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 1)

  • verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1]

  • verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis (dat eerder al was geschorst).

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. M.J. Terstegge en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, in of omstreeks de periode van 5 juli 2022 tot en met 11 juli 2023 te Beverwijk, in

elk geval in Nederland,

als oprichter, leider en/of bestuurder

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

(onder andere)

[medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en/of een of meer tot nog toe

onbekend gebleven personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten een of meer

misdrijven omschreven in:

- artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing),

- artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging),

- artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (belaging), en/of

- artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht (vernieling).

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Het [onlinegroep]

Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2023

In het Telegramkanaal ‘ [onlinegroep] ’ en in de Telegramgroep ‘ [onlinegroep] chat’ wordt door de beheerders opgeroepen tot het zorgen voor ongeregeldheden bij aangever [benadeelde 2] thuis en online. Daarbij wordt opgeroepen om onder andere bestellingen te plaatsen bij verschillende bedrijven op naam van aangever. Ook wordt aangever bedreigd in dit Telegramkanaal en in de chatgroep en wordt opgeroepen aangever [benadeelde 2] en diens familie fysiek iets aan te doen.

De stalking bestaat uit het plaatsen van bestellingen op naam van aangevers die aangevers niet zelf hebben besteld. Ook wordt regelmatig de internetverbinding van aangever platgelegd. Er zijn meerdere brieven verspreid in de directe omgeving van aangever [benadeelde 2] zoals bij familie, buren en straatgenoten met leugenachtige kwaadsprekerij teksten. De woning van aangever [benadeelde 2] is meerdere keren vernield. Er zijn ramen vernield en er is graffiti op de muren van de woning gespoten. Ook is het voertuig van aangever [benadeelde 2] vernield en ook van andere slachtoffers.

De chatgroepen in gebruik bij het [onlinegroep]

Een proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2023

Op 20 juni 2023 zag ik in een open kanaal dat het [onlinegroep] offline zou zijn en verder zou gaan onder nieuwe namen: [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2023

Ik zag dat de volgende gebruikers toegevoegd waren aan de chat [onlinegroep] :

[gebruikersnaam] ;

[gebruikersnaam] ;

[gebruikersnaam] .;

[gebruikersnaam] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2023

Bij de Telegramgroep [onlinegroep] zag ik de volgende bijbehorende leden: [gebruikersnaam] , […].

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 november 2022

Ik, verbalisant, bekeek de Discord Server [gebruikersnaam] . Ik zag de volgende gebruikers voorbij komen in [gebruikersnaam] :

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 19 april 2024

Ik zag een telegramchat met ID “ [onlinegroep] ” met de volgende gebruikers:

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] .;

- [gebruikersnaam] .

Deelname [medeverdachte 3] aan de chatgroepen

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] op 18 juli 2023

V: Wat zijn jouw account/gebruikersnamen op de sociale media?

A: [gebruikersnaam] .

C: Uit verder onderzoek blijkt dat in de Telegramchat “ [onlinegroep] het volgende bericht plaatst: "Precies. [gebruikersnaam] (en ik) doen dit al sinds 2020. Hij komt net kijken”
V: Wat is jouw reactie hierop?
A: [gebruikersnaam] en ik uit [onlinegroep] zitten als sinds 2020 in deze groepjes.

Een proces-verbaal van aanhouding verdachte van 18 juli 2023

Op 18 juli 2023 werd door mij, verbalisant, aangehouden: [medeverdachte 3] .

Deelname [medeverdachte 2] aan de chatgroepen

Een proces-verbaal van bevindingen (verhoor [medeverdachte 2] op 19 juli 2023) van 20 juli 2023

De verdachte verklaarde het volgende:

• de verdachte heeft in de Telegramgroep van het [onlinegroep] gezeten en deel daarvan uitgemaakt;

• de namen van de verdachte zijn [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] ;

• de verdachte zat voor het eerst in een Telegramgroep in 2019. Dat was het groepje van het eerste uur met als naam [onlinegroep] ;

• de telegramgroep is ook van naam veranderd. Deze heette vervolgens [gebruikersnaam] ;

• de naam was weer veranderd in het [onlinegroep] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2023

Op 18 juli 2023 vond er een doorzoeking plaats in de woning aan het [adres 2] in [plaats 2] (opmerking rechtbank: het adres van de verdachte [medeverdachte 2] ). Voorafgaand aan de doorzoeking werd [medeverdachte 2] aangehouden. Onderstaande gegevensdrager werd in beslag genomen: iPhone 11. Ik zag dat de iPhone gekoppeld stond aan het Apple ID met de naam [medeverdachte 2] . Ik zag dat de huidige gebruikersnaam [gebruikersnaam] betrof en schermnaam [gebruikersnaam] . Mij is bekend dat [gebruikersnaam] een beheerder is in [gebruikersnaam] .

Deelname [verdachte] aan de chatgroepen

Een proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris van 22 september 2023

U zou onder de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ chatten.

Dat klopt.

Een proces-verbaal van bevindingen van 21 september 2023

Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de tijdsperiode waarin telegram userid met gebruikersnaam “ [gebruikersnaam] ” berichten heeft geplaatst in de chatgroepen die een verband hebben met het [onlinegroep] . Ik zag dat er gedurende de periode van 5 juli 2022 tot en met 11 juli 2023 met regelmaat verschillende chatberichten werden gepost door [gebruikersnaam] in deze groepen.

Deelname [medeverdachte 4] aan de chatgroepen

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] op 26 september 2023

V: Wij denken dat jij [gebruikersnaam] bent, wat wil je daarover zeggen?

A: Ja dat ben ik.

Een proces-verbaal van bevindingen van 27 september 2023

Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de tijdsperiode waarin " [gebruikersnaam] ” berichten heeft geplaatst op Telegram in de chatgroepen die een verband hebben met het “ [onlinegroep] ”. Ik zag dat er gedurende de periode van 5 juli 2022 tot en met 18 juni 2023 met regelmaat

verschillende chatberichten werden gepost door “ [gebruikersnaam] ” in deze groepen.

Deelname [medeverdachte 1] aan de chatgroepen

Een proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2022

Ik, verbalisant, zag in de chats op de telefoon van [medeverdachte 1] dat er een groepschat was aangemaakt met de naam ‘ [gebruikersnaam] ’. Ik zag dat de volgende Telegram ID nummers deelnamen aan deze groep:

[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )

[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )

6-11-2022:

[gebruikersnaam] : We worden niet gepakt jongen.

Anders waren [gebruikersnaam] en Ik 4 jaar geleden al gepakt

Bedreigingen, bestellen van diensten en platleggen van de internetverbinding

Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 2 februari 2027

Begin april 2020 ontving een bestelling van eten. Dit had ik niet zelf besteld. Daarna heb ik vele etensbestellingen ontvangen. Dit is ongeveer van elk bedrijf in Hilversum en Kortenhoef die eten bezorgt.

In de zomer van 2021 las ik reacties onder video's en livestreams dat:
- iemand mijn band lek wilde steken;
- ze cobra 6's door mijn ramen wilden gooien 's nachts;
- bakstenen door mijn ramen wilden gooien;
- ze mijn remleidingen door wilden snijden. Daarnaast postten ze veelvuldig mijn woonadres onder video's en livestreams van mij.

Daarnaast las ik in de Telegramgroep dat ze oproepen om mij fysiek wat aan te doen en om bestelling te plaatsen op mijn adres. Ik zag dat de naam van de Telegramgroep " [onlinegroep] " was.

Begin januari 2022 was ik aan het livestreamen toen mijn stream er plotseling uitklapte. Ik keek in de Telegramgroep van [onlinegroep] en zag dat iemand erin stuurde: "Succes met je DDOS". Hierna is het nog een keer of zeven a acht gebeurd dat tijdens een livestream mijn internetverbinding werd platgelegd.

Ik ben erg angstig door de bedreigingen die richting mij zijn geuit.

Een proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2024

In deze chatgroep “ [onlinegroep] ” zag ik de volgende chatberichten.

11 april 2023:

- [gebruikersnaam] : [gebruikersnaam] kun jij die bolle ff ddossen?
- [gebruikersnaam] : Kom eraan
Ben gewoon m’n wachtwoord kwijt
- [gebruikersnaam] : Van dat ddos programma?
- [gebruikersnaam] : Ja
Net 60€ betaald voor deze maand
[...] Dan gaat die bolle zwaar laggen en gaat z’n audio achterlopen op z'n stream
Hij liep ook een aantal keer vast van de week toen ik het deed
[...] Die van 60€ doet 3 aanvallen tegelijk voor een langere periode
En dan als hij afloopt gewoon gelijk weer aanzetten

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2023

Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de gebruikersnaam [gebruikersnaam] .

Chats uit kanaal: [onlinegroep]

From: [gebruikersnaam]

Het is gewoon de ultieme combo geweest vandaag. Hele dag door Marktplaats-volk aan de deur, gedomineerde colab en dan nog de brief!

14-4-2023

Vernieling woning [benadeelde 2] op 23 juli 2022 (spuiten van graffiti)

Een proces-verbaal aangifte van [benadeelde 2] van 7 augustus 2022

Op 23 juli 2022 heeft een persoon vernielingen gepleegd aan de woning. De volgende plekken zijn beklad met een zwarte graffiti spuitbus: raam, gevel, deur, nummerbordje.
Gisteren, 6 augustus 2022, heeft er weer een vernieling plaatsgevonden. Ik zag dat het om dezelfde kleding en vermoedelijk dezelfde persoon zou gaan.

Een proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2023

In de telefoon van [medeverdachte 2] zag ik, verbalisant, in Telegram op 26 juli 2022 een gesprek tussen [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] (de rechtbank begrijpt: in de chatgroep [onlinegroep] ).

[gebruikersnaam] : En we moeten die kids die acties uitvoeren warm houden
[gebruikersnaam] : Die [gebruikersnaam] zit nu in mn DM te zeuren om geld voor zn graffiti actie
[gebruikersnaam] : Zaterdag rij ik wel ff langs kortenhoef om te kijken of t er nog op zit, moet dan toch naar Schiedam
[gebruikersnaam] : Wil hem wel wat geven idd maar ff kijken hoe we dat geld anoniem bij hem krijgen
[gebruikersnaam] : Virtuele CC en daar saldo op zetten
[gebruikersnaam] : Je kan m ook paysafecard geven toch
[gebruikersnaam] : Als je iets fysieks anoniem wilt sturen kan ik wel wat regelen

Vernieling auto [benadeelde 2] in april 2023

Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 4 april 2023

Ik had zaterdag 1 april 2023 rond 21.00 uur mijn auto onbeschadigd geparkeerd aan de Jan van der Heijdenstraat ter hoogte van de Zenderstraat te Hilversum. Op zondag 2 april 2023 kreeg ik rond 09.30 uur een WhatsApp van mijn moeder waarin ik las dat de ramen van mijn auto eruit waren. Rond 10.03 uur kwam ik bij mijn auto en zag dat het achterruit, beide zijruiten en de linker ruit aan de bestuurderskant ingeslagen waren. Ik zag glas in en om de auto liggen.

Een proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2023

In de Telegramchat [onlinegroep] zag ik, verbalisant, dat [gebruikersnaam] op 2 april 2023 een afbeelding van een kentekencheck van het kenteken [kenteken] deelt. Dit kenteken staat op dat moment op naam van [benadeelde 2] .

Brief gestuurd in april 2023

Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 2] op 29 mei 2023

Ergens medio 9 april 2023 heb ik opnieuw een dergelijke lasterende brief in mijn brievenbus gevonden. Ik zag dat het een brief betrof die aan alle bewoners van mijn flat was verstuurd. In de brief worden er wederom allerlei onwaarheden over mij besproken. Ze melden in de brief ook dat ik onterecht een Wajong-uitkering ontvang.

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2023

Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de geëxporteerde telegram chats uit het Telegram account van de verdachte [medeverdachte 3] .

In de telegramgroep “ [onlinegroep] ” op 7 maart 2023, zag ik meerdere berichten over een brief welke naar de bewoners in de flat van [benadeelde 2] verstuurd zou worden.

[gebruikersnaam] : Hahaaa ik ga hier echt lekker op! Adres bekend en nieuwe catfish! strijders!!

Zaterdagavond de pleuris laten uitbreken daar. Of misschien ook niet want hij zal niet live gaan dan

Ff goed afstemmen wat wijsheid is

Adres is alleen nog in deze groep bekend?

7 maart 2023

[gebruikersnaam] : Maar luister, hij zit dus in een appartementencomplex (waar je dus rekening moet houden met medebewoners). Als we daar gecoördineerd de pleuris laten uitbreken icm een brief aan alle bewoners wordt hij binnen no time eruit gekankerd daar

8 maart 2023

[gebruikersnaam] : Ff aankijken. Als deze shit nog een paar dagen doorgaat zullen zn buren echt wel ergens aan de bel trekken. Anders tijd voor een nieuwe brief aan de buren waarin moet komen te staan dat we ook hun zullen pakken wanneer die bolle niet stopt.

12 april 2023

Verder in de Telegramgroep op 12 april 2023, werd er door gebruiker “ [gebruikersnaam] ” een conceptversie van de brief gedeeld.

[gebruikersnaam] : eerste conceptje. Ik probeer hem op 2 kantjes te houden dat scheelt een hoop werk.

[gebruikersnaam] : Lekker bezig Henk. Ik zou hem nog iets inkorten om de brief relevanter te houden. Dat over die auto’s boeit niemand. De nadruk moet meer op zijn gedrag (tov medebewoners en online) liggen

In deze “conceptversie” van de brief (onderstaand) zag ik dat deze grotendeels overeenkwam met de brief die de aangever als bijlage had toegevoegd bij de aangifte.

Filmen van [benadeelde 2] vanuit een auto in juli 2022

Een proces-verbaal van bevindingen van 18 november 2022

Op 30-07-2022 kreeg rapp. van [benadeelde 2] een WhatsApp bericht dat in de Telegramgroep " [onlinegroep] " op 30 juli 2022 een video was gedeeld vanuit een rijdende auto. Op die video was [benadeelde 2] te zien voor zijn woning en de woning van [benadeelde 2] . Het gaat om een voertuig, merk Ford, zwart van kleur en wk [kenteken] . Dit voertuig staat volgens BVI-IB op naam van ene [medeverdachte 4] .

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van 26 september 2023

C: Op 30 juli 2022 wordt een filmpje gedeeld in de [onlinegroep] groep. Op het filmpje is te zien dat [benadeelde 2] voor zijn woning in [plaats 3] staat. Op de camerabeelden van [benadeelde 2] is de auto te zien waaruit het filmpje is gemaakt. Het gaat om een Ford Focus met kenteken [kenteken] .

V: Wat is jouw reactie hierop?

A: Ja, dat is gebeurd.

Lastigvallen van de familie van [benadeelde 2]

Een proces-verbaal aangifte door [aangever 2] van 14 april 2023

Ik ben de eigenaar van een Grijze Fiat Punto voorzien van kenteken [kenteken] . Omdat ik en mijn familie worden bedreigd door het [onlinegroep] en zij al diverse vernielingen hebben aangericht, parkeer in mijn auto niet meer voor mijn woning. Op 6 april 2023 omstreeks 21.00 uur parkeerde ik mijn auto te Hilversum. Ik heb mijn auto in goede orde en afgesloten achter gelaten. Op zondag 9 april 2023 las ik de geplaatste berichten door het [onlinegroep] om te kijken of er nieuwe berichten over mij zijn geplaatst. Ik zag dat er omstreeks 06.43 uur een bericht geplaatst. Ik las de volgende tekst: “Goedemorgen Crack hoertje [aangever 2] ! Jij lag zeker weer lekker in je bed. Wij deze keer weer niet ! Wij begonnen onze nacht roadtrip bij de Larenseweg met als eerste activiteit: paasviering maken met graffiti! Daarna hadden we een speurtochtje in Hilversum waarin we opzoek waren naar. Loop maar eens naar dat leuke autootje van je”. Onder dit bericht zag ik dat er een filmpje was geplaatst. Ik zag hierop, dat een persoon, met een camera op zijn hoofd mijn auto ramen aan het inslaan was. Na het zien van deze film, ben ik direct naar mijn auto gelopen. Ik zag dat beide zijramen aan de bestuurders kant waren ingeslagen. Ik zag dat ook mijn achterraam was ingeslagen. Alle drie de ramen lagen er helemaal uit. Glas lag zowel in als naast de auto. Ik zag dat er beschadigingen ook in mijn voorraam zaten.

Een proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2023

Er werd een telefoon in beslag genomen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] . Door mij, verbalisant, werd onderzoek gedaan naar de inhoud van de telefoon. Ik zag in de chats op de telefoon dat er een groep chat was aangemaakt met de volgende Telegram ID-nummers die deelnamen aan deze groep:

[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )

[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] ) - ( [gebruikersnaam] )

[gebruikersnaam] ( [gebruikersnaam] )

12-11-2022:

[gebruikersnaam] (7:15 uur):

[kenteken]

Kenteken moeder

[gebruikersnaam] (7:27 uur):

Top auto is er. Sla zijn achterraam ook stuk. Daar loopt bedrading voorde verwarming doorheen

[gebruikersnaam] (7:34 uur):

Kapot achter ruit

[gebruikersnaam] (7:36 uur):

Snel wegwezen als je het niet vertrouwt. Raam stuk, volgende ronde alles stuk

[gebruikersnaam] (8:51 uur):

Ik ben de strijder van het [onlinegroep] nu toch?

[gebruikersnaam] (8:51 uur):

Absoluut je bent een stap hoger in onze cirkel. Jij hoort bij het [onlinegroep] .

[gebruikersnaam] (8:53 uur):

Als team mooi gedaan. samen als [onlinegroep] .

[gebruikersnaam] (8:58 uur):

Strijder! Ik zal Je een admin rol toebedelen in de open chat.

Een proces-verbaal aangifte door [aangever 3] op 23 februari 2023

Ik heb meerdere malen aangifte gedaan van bedreigen door voor mij onbekende personen

onder de naam [onlinegroep] . Op 22 februari 2023 kreeg ik op mijn mobiele telefoon

een berichtje van mijn nichtje, genaamd [benadeelde 1] . Ik zag dat ze mij twee screenshots had gestuurd van [onlinegroep] . Ik las in dit screenschot bericht dat mijn naam weer werd genoemd en bedreigende teksten richting mij werden gedaan. Ik las namelijk het volgende: " [aangever 3] , dit is een bericht voor jou, we wachten onze kansen af. Wanneer wij doorhebben dat jij je straat uitrijdt om je weer dood te zuipen in de kroeg gooien wij een actie bij je". Ik zag dat bij de tekst een foto zat. Ik zag op de foto een flesje met benzine met een lap erin. Ook zag ik op de foto twee stenen. Ik voel mij hierdoor enorm bedreigd.

Een proces-verbaal aangifte door [benadeelde 1] op 16 november 2022

Ik ben de nicht van [benadeelde 2] . [benadeelde 2] wordt al lange tijd bedreigd door het [onlinegroep] . Het [onlinegroep] begint nu ook mij, mijn gezin en familie te bedreigen.

Op zondag 6 november 2022 hoorde ik van mijn dochter [A] dat zij van een nicht van mij [B] , via de facebook chat een screenshot had ontvangen. Mijn dochter heeft mij dit bericht doorgestuurd. Ik las dat er stond Beste [C] , [D] , [E] , [F] (dit zijn mijn nichtjes) [G] ( mijn broer) Jullie neef wil niet luisteren, nu zijn jullie aan de beurt. Gaan korte metten maken met de familie [benadeelde 2] ". Dit is een bericht welke geplaatst is in de telegram chat van het [onlinegroep] .

Na deze berichten onder ogen te zijn gekomen, ben ik, maar ook mijn nicht [E] anoniem gaan meelezen bij het [onlinegroep] in de telegram chat.

Via mijn nicht [E] , kreeg ik een spraak bericht. Zij had een spraak bericht in de chat gehoord waarin het volgende werd gezegd:" Dat mijn dochter van 15 jaar moest maar eens heel hard van achter geneukt worden. Dit was een bericht van zaterdag 12 november 2022. Helaas heb ik het originele spraakberichten niet. Berichten bij de chat van [onlinegroep] worden al snel verwijderd.

Doordat ik vaak meelees met de chat van het [onlinegroep] heb ik diverse dreigende berichten gelezen. De gaan dan allemaal over de Familie [benadeelde 2] of slaan op mij en mijn gezin. Ik heb van sommige berichten screenshots kunnen maken. Via een ander spraak bericht is gezegd dat ik mijn zoon Delano goed in de gaten moet houden.

Ik heb een bericht gelezen waarin staat Fuck jullie van [benadeelde 2] . We doxxen jou Neefjes nichtjes hun adressen, Alles dit keer geen genade.

Ik heb vele screenshots kunnen maken van de dreigementen tegen mij en mijn familie,

zij willen mij, mijn gezin en familie iets gaan aandoen of onze spullen vernielen.

Een proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 1] van 24 juli 2023

Sinds de vorige keer dat ik aangifte heb gedaan ben ik weer stelselmatig het slachtoffer van laster op Telegram. Als je vandaag de dag mijn naam intypt in Google dan komen de meest verschrikkelijke dingen naar voren. Dingen die ik nooit gedaan heb maar die door anderen verzonnen zijn en online gedeeld worden.

Er zijn uitingen gedaan op Telegram, op het account [onlinegroep] . Dat is inmiddels opgeheven maar daarna zijn zij doorgegaan op het account ' [gebruikersnaam] ’. Op 21 juni 2023 zag ik een bericht in het Telegramkanaal [gebruikersnaam] . Daarin stond: “Waneer gaan we steken?”

Als antwoord kwam daarop: “15.30 [adres 3] te [plaats 4] vandaag? Verzamelen bij de Albert Heijn [straat] te [plaats 4] om 1500”.

Een dag daarna, 22 juni 2023, zag ik op [gebruikersnaam] het bericht geplaatst: “ [H] gaat [benadeelde 1] verkachten”.

Belaging van [aangever 1]

Een proces-verbaal aangifte van [aangever 1] van 27 juli 2023

Ik word al zeven jaar lastig gevallen. Er werden op mijn naam menu's besteld van ‘Thuisbezorgd’. Van Marktplaats werden er mensen op mij afgestuurd, omdat ik iets had weg te geven. Zij kwamen dan naar mijn adres om deze goederen op te halen. Vaak werd dit gedaan als ik ook live was. Dan werden er per keer meerdere thuismenu's bezorgd.

Vorig jaar, 2022, werden er mannen op mijn adres afgestuurd om mijn airco op te halen.

Mijn deurbel is ook al twee keer van mijn voordeur gehaald. Deze werden te koop aangeboden op Marktplaats.

Er kwam een keer ongevraagd een persoon bij mij binnen. Ik had namelijk altijd een touwtje op de brievenbus aan de binnenzijde hangen.

Een keer is mijn huis helemaal ondergespoten met hakenkruizen en zwarte verf. Er zijn eieren tegen mijn ramen gegooid. Er was een keer een baksteen door mijn ramen gegooid.

Een proces-verbaal van bevindingen van 23 april 2024

Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan in de data van de in beslag genomen telefoons van de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] .

Telefoon [medeverdachte 2]

Hierbij zag ik dat er 72 uitgaande gesprekken naar “ [aangever 1] ” ( [aangever 1] telefoonnummer [nummer] ) over de periode van 17-6-2023 tot en met 18-7-2023. En zag ik 152 uitgaande gesprekken naar “ [aangever 1] ” ( [aangever 1] telefoonnummer [nummer] ) over de periode van 17-6-2023 tot en met 19-7-2023.

Telefoon [medeverdachte 1]

Hierbij zag ik dat er 173 uitgaande gesprekken waren geregistreerd naar het nummer ( [aangever 1] telefoonnummer [nummer] ) over de periode van 31-10-2021 tot en met 21-10-2022.

Telefoon [medeverdachte 4]

Hierbij zag ik dat er 22 uitgaande gesprekken waren geregistreerd naar [aangever 1] (nummer [nummer] ) over de periode van 11-3-2022 tot en met 19-5-2023, en 1 gesprek naar [aangever 1] (nummer [nummer] ) op 19-5-2023.

Een proces-verbaal van bevindingen (samenvatting verhoor [medeverdachte 2] op 18 juli 2023)

[medeverdachte 2] verklaarde het volgende:

Samen met een aantal anderen heeft de verdachte één week lang via Marktplaatsadvertenties zogenaamd namens [aangever 1] geplaatst, waardoor er mensen bij [aangever 1] aan de deur kwamen.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 18 juli 2023 (eerste verhoor)

2 of 3 zomers geleden hebben wij mensen naar [aangever 1] toe gestuurd, dan stuurden we mensen dat ze bij [aangever 1] gratis iets konden ophalen, dan zeiden we neem maar cake of koeken mee, en die mensen kwamen dan bij [aangever 1] aan de deur.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 18 juli 2023 (derde verhoor)

Ik ben verantwoordelijk voor het bellen naar [aangever 1] . Zo vaak, dat hij daar last van had. Als

het zo wordt vermeld in de gegevens van mijn telefoon, dan kan het best wel dat ik hem

192 heb gebeld, in de maand voordat ik werd aangehouden.

Een proces-verbaal van bevindingen van 19 april 2024

Ik zag een telegramchat met ID “ [onlinegroep] ” met de volgende gebruikers:

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] ;

- [gebruikersnaam] .;

- [gebruikersnaam] .

19-7-2022:

[gebruikersnaam] : Gisteren heb ik flink lopen kloten bij [aangever 1] . Hele tijd rookmelder geluid aan, hij dacht dat het van zn deurbel was die hij maar niet verbonden kreeg met zn telefoon. Heb hem 2x er naar toe laten lopen

En toen ie in de keuken was de hele godganse tijd Whatsapp web geluiden en Discord geluiden afgespeeld. En maar zoeken naar degene die hem een bericht stuurde.

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2023

Chats uit kanaal: [onlinegroep]

From: [gebruikersnaam]

Ik heb [aangever 1] en [benadeelde 2] ook echt kapotgebeld met allerlei onzin de afgelopen jaren

13-4-2023

From: [gebruikersnaam]

En nog een mooie anekdote: in 2020 belde [aangever 1] ook altijd de deeltaxi om hem naar het ziekenhuis te brengen of hem ergens op te halen. Maar dat deed hij live op stream dus wij hoorde hoe laat hij de taxi besteld had en zijn klantnumner dat hij opnoemde. Dus wij belde iedere keer direct daarna (als zijnde [aangever 1] ) die taxi's af waardoor hij tig afspraken bij het ziekenhuus heeft gemist en overal uren tevergeefs op de taxi heeft staan te wachten

13-4-2023

Zie Hoge Raad 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2914. Zie in deze zin HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:959. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met documentcode MD1R023036-Eind (onderzoek 14Jaws23), doorgenummerd pagina 1 tot en met 1039. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Pagina 2. Pagina 4. Pagina 173. Pagina 76. Pagina 65 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 761. Pagina 912. Pagina 38 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 55 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 23 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 893. Pagina 30 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 2] , pagina 1 tot en met 91). Pagina 31 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 2] , pagina 1 tot en met 91). Pagina 32 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 2] , pagina 1 tot en met 91). Pagina 1 van het verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris op 22 september 2023. Pagina 17 (van het proces-verbaal persoonsdossier [verdachte] , pagina 1 tot en met 49). Pagina 18 (van het proces-verbaal persoonsdossier [verdachte] , pagina 1 tot en met 49). Pagina 45 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 14 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 16 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 85. Pagina 117. Pagina 282. Pagina 283. Pagina 284. Pagina 918. Pagina 921. Pagina 922. Pagina 1 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 17 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 19 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 736. Pagina 6 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 483. Pagina 10 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 373. Pagina 65 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106). Pagina 273. Pagina 49 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 4] , pagina 1 tot en met 60). Pagina 433. Pagina 157. Pagina 158. Pagina 160. Pagina 161. Pagina 162. Pagina 165. Pagina 702. Pagina 711. Pagina 712. Pagina 461. Pagina 462. Pagina 585. Pagina 586. Pagina 931. Pagina 932. Pagina 932. Pagina 28 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 2] , pagina 1 tot en met 91). Pagina 889. Pagina 900. Pagina 912. Pagina 913. Pagina 17 (van het proces-verbaal persoonsdossier [medeverdachte 3] , pagina 1 tot en met 106).
ECLI:NL:RBMNE:2026:7850 – De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de… | Uitspraken.nl